Röling experimenteert op wanden

Tentoonstelling: Matthijs Röling. Museum voor figuratieve kunst, De Buitenplaats, Hoofdweg 76, Eelde. Open di t/m zo 11-17u. T/m 7 september. Inl (050) 309 58 18. De dagen waarop het Nijsinghhuis te bezichtigen is zijn volgeboekt.

Liefhebbers van actuele kunstuitingen spreken zijn naam met afschuw uit, maar bij verzamelaars van figuratieve kunst is zijn werk mateloos populair. Matthijs Röling (Oostkapelle, 1943) maakt zich niet druk om de trends die elkaar in de hedendaagse kunstwereld in snel tempo opvolgen. Ver weg van het officiële kunstcircuit, in het Groningse dorpje Ezinge, werkt hij aan zijn schilderijen, die vaak zijn geïnspireerd op de klassieke schilderkunst. Meestal zijn die schilderijen al verkocht voordat de verf goed en wel droog is.

In het nabij zijn woonplaats gelegen Eelde is niet zo lang geleden een museum voor figuratieve kunst geopend. De oprichters, Jos en Janneke van Groeningen, zijn grote bewonderaars van zijn werk. Het is dus geen verrassing dat Matthijs Röling deze zomer het prachtige museumgebouw, ontworpen door de architecten Alberts en Van Huut, mag vullen met zijn tekeningen en schilderijen. Ook het naastgelegen zeventiende-eeuwse Nijsinghhuis, het woonhuis van het echtpaar Van Groeningen, is voor de gelegenheid opengesteld voor publiek. In dit pand, dat vroeger als gemeentehuis diende, werkte Röling sinds 1983 aan monumentale wandschilderingen.

In de voormalige raadzaal is Röling met zijn experimenten op het gebied van de wandschilderkunst begonnen. Daarvoor had hij alleen op de muren van zijn eigen huis geoefend. Maar de eigenaars hadden het volste vertrouwen in hem. Ze gaven hem carte blanche, zodat hij ongestoord zijn gang kon gaan. Het tropische landschap dat op deze manier is ontstaan in wat nu de 'blauwe kamer' genoemd wordt, is in een vrije stijl geschilderd en zit vol met grapjes en probeersels. Verschillende vogelsoorten rusten op de deurposten en lijken ieder moment weg te kunnen vliegen. Een Aziatisch gezichtje is op zo'n langgerekte manier geschilderd dat het alleen vanuit een standpunt vlakbij de muur in de juiste verhoudingen te zien is. Dikke klodders naar beneden gedropen verf dienen als stammen van palmbomen en uit wat op het eerste gezicht een struikgewas lijkt, doemt een olifant op.

De naastgelegen bibliotheek is veel traditioneler beschilderd. Hier is gekozen voor een klassieke indeling van zuilen, waartussen schilderingen van oudheidkundige monumenten zijn aangebracht. Voor wie enigszins bekend is met de kunstgeschiedenis is deze ruimte een feest van herkenning. De Villa Adrianus, het Forum in Rome, de Elgin Marbles en de tuinen van Bomarzo zijn uit hun context gerukt en hebben een nieuwe plek gekregen binnen Rölings eclecticisme. Wie goed kijkt doet zelfs in de kleinste details een ontdekking, zoals een beroemd schilderij van de Italiaan Tiepolo.

De monumentale schilderingen zijn overwegend realistisch, maar vaak ook gebruikt Röling 'onafheid' als stijlmiddel. Bepaalde delen zijn niet uitgewerkt, maar door de kunstenaar zo gelaten omdat de details hem overbodig leken. Zo kan het voorkomen dat de top van een cypres heel verfijnd is geschilderd, terwijl de stam oplost in de omringende omgeving. Samen met het monochrome kleurgebruik zorgt deze vorm van vervaging ervoor dat de wandschilderingen niet al te opdringerig worden.

De muurschilderingen in het Nijsinghhuis hebben Röling een stroom aan nieuwe opdrachten opgeleverd. Zo besloot oud-directeur van het Rijksmuseum Henk van Os na een bezoek aan het Nijsinghhuis om Röling te vragen de aula van de Rijksuniversiteit Groningen van een wandschildering te voorzien. De laatste jaren komt hij aan zijn eigen vrije werk nauwelijks meer toe. Recent werk ontbreekt dan ook vrijwel op de overzichtstentoonstelling.

Meer dan honderd schilderijen en tekeningen zijn op deze expositie te zien, van de vroege fijngeschilderde stillevens tot de meer impressionistische portretten en tuingezichten. Röling imponeert met zijn verbluffende techniek, maar diezelfde techniek wordt al snel een maniertje. De serie 'kastjes' bijvoorbeeld, waar de schilder gedurende de jaren zestig en zeventig aan werkte en waarin verschillende voorwerpen zoals emaillen melkkannen, poppen, wereldbollen en veldboeketten steeds op een andere manier zijn gerangschikt, gaat op den duur vervelen. Ook in de subliem geschilderde stillevens van fruit en paddestoelen of de verstilde interieurs herhaalt Röling zichzelf regelmatig.

Het werk van Matthijs Röling is van een andere tijd, een tijd waarin techniek er nog toe deed, maar ook een tijd die voorbij is. Zijn schilderijen hebben geen enkel raakvlak met het terrein waarop de hedendaagse kunst zich op dit moment begeeft. Ze zijn alleen interessant voor diegenen die 'knap geschilderd' als maatstaf voor goede kunst hanteren. Misschien moet Röling zich voorlopig op het wandschilderen blijven richten, want daarin werpt hij zijn serieuze masker af en neemt de humor de overhand. In die veel interessantere muurschilderingen probeert Röling niet meer op zijn voorbeelden uit de kunstgeschiedenis te lijken, maar citeert en gebruikt hij ze naar hartelust.