Rechterlijke macht

“De rechterlijke macht zou de burger een stuk dienstiger kunnen zijn, als zij goed is geoutilleerd en dàt hoeft niet met het verminderen van rechten van verdachten en getuigen gepaard te gaan”, aldus Willem Korthals Altes, rechter-commissaris bij de rechtbank in Amsterdam (23 juli).

Korthals Altes stelt dat er in Nederland onnodig veel geld en tijd verspild wordt in de strafrechtspleging: de fysieke aanwezigheid van een verdachte of getuige is niet noodzakelijk nu immers met moderne communicatiemiddelen als video/computer ieder zijn zegje kan doen, zo vat ik zijn pleidooi even samen.

Ik ben een voorstander van menselijke contacten en daarmee neem ik het soms lange wachten (ik ben het met de rechter-commissaris eens dat dat soms de pan uitrijst) graag voor lief.

Het verschil om een getuige of verdachte per video of rechtstreeks via een telecommunicatieverbinding te horen is vergelijkbaar met het luisteren naar een concert via een, overigens uitstekende, stereo-installatie en iemands fysieke aanwezigheid in een concertzaal. Bij het luisteren naar een concert in de zaal en het beluisteren van een verdachte/getuige spelen zaken een rol die nu eenmaal niet via een kabeltje doorgegeven kunnen worden. Een getuige zal wellicht minder geneigd zijn de waarheid te verdraaien, een verdachte zal zich meer 'gehoord' (serieus genomen) voelen nu een rechter zich daadwerkelijk in zijn directe omgeving bevindt, de raadsman zal de zaak met zijn cliënt onder vier ogen kunnen bespreken en hem nog even de hand drukken.

Bij het horen van een getuige in het buitenland zullen de rechter-commissaris, de officier van justitie en de verdediging zich persoonlijk op de hoogte stellen van de omstandigheden waarin deze zich bevindt. Een verhoor van een verdachte/getuige op een videoband is mogelijk maar riskant: een band kan nu eenmaal gemonteerd worden, er kunnen stukken uit weggelaten worden of vragen kunnen opnieuw worden gesteld met een wat wenselijker antwoord als resultaat. Ook een directe straalverbinding tussen de verdachte/getuige en de rechter kan nooit de fysieke aanwezigheid van deze personen vervangen. Het feit dat wij in deze eeuw gebruik kunnen maken van zeer vooruitstrevende communicatiemiddelen wil niet zeggen dat men er dan ook maar koste wat kost gebruik van zou moeten maken. Misschien wel voor het afsluiten van een contract, maar niet voor de strafrechtpleging. Daarvoor is de 'human-factor' nog steeds te belangrijk.