'Nog steeds te veel buitenlanders rond café Bloemfontein'

In de Rotterdamse Afrikaanderwijk verzetten buurtbewoners zich in 1972 fel tegen de komst van gastarbeiders. Inmiddels menen allochtonen hier zelf dat minderheden beter over de stad moeten worden verdeeld.

ROTTERDAM, 12 AUG. “Dit is een van de laatste blanke cafés in deze buurt”, zegt eigenaar R. den Ouden van café Bloemfontein in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. “De buitenlanders hebben hun eigen kroegjes. Gelukkig maar, want ze hoeven hier niet te komen.”

Bijna tweederde van de bewoners van de Afrikaanderwijk is volgens de statistieken van allochtone origine. Er wonen vooral veel Turken, Surinamers en Marokkanen. Bij de vorige deelgemeenteraadsverkiezingen haalde extreem-rechts ruim 18 procent van de stemmen. “Meer dan de helft van de autochtone Nederlanders in de Afrikaanderwijk stemde in 1994 op de Centrum-Democraten”, stelt bestuurder I. Boers van de deelgemeente Feijenoord.

Het is deze week precies 25 jaar geleden dat de Afrikaanderwijk het toneel was van etnische onlusten. Van 9 tot 16 augustus 1972 werden hier pensions van Turkse gastarbeiders dagenlang belegerd door woedende Nederlandse buurtgenoten. 'Anti-Turkse rel loopt uit de hand na kraking' kopte NRC Handelsblad op 11 augustus 1972. Een autochtone knokploeg had een Turks café en een erboven gelegen gastarbeiderspension gekraakt. Ruiten van andere pensions, van bars waar veel buitenlanders kwamen en van een Marokkaanse slagerij werden ingegooid. Een dag eerder was elders in de wijk hetzelfde gebeurd.

“Het was een pure oorlogssituatie”, zegt de Rotterdamse socioloog K. Boender, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Hij was destijds 's nachts als sympathisant van de gastarbeiders aanwezig in een van de pensions. “De ramen waren gebarricadeerd met beddenspiralen. Daar doorheen zag je de morrende meute buiten; binnen waadde je door een laag glasscherven. Gastarbeiders en sympathisanten hadden het gevoel ieder ogenblik gelyncht te kunnen worden.” Aanleiding voor de onlusten was een ruzie over een huurwoning. Een Nederlands gezin moest zijn huis uit omdat het was gekocht door een Turk.

NRC Handelsblad van 11 augustus 1972: “Diepere achtergrond van de rel is de onvrede van de bewoners van de Afrikaanderwijk over het nog steeds groeiende aantal buitenlandse werknemers dat zich in de wijk vestigt, daar panden opkoopt om deze deels in te richten als pension en daarbij de oorspronkelijke huurders noodzaakt te verhuizen.”

In de jaren zestig kreeg de woningbouw een impuls. Nieuwbouw werd gesubsidieerd en de overheid verstrekte huursubsidies. Oude stadswijken als de Afrikaanderwijk raakten ontvolkt doordat de oorspronkelijke bevolking naar nieuwbouwwijken trok. Buitenlanders namen, net als op de arbeidsmarkt, de vrijgekomen plaatsen in. Zij werden aangetrokken door de lage huren en konden in de leeggestroomde wijken relatief eenvoudig een huis vinden.

De Nederlanders met de laagste inkomens en weinig scholing bleven achter. Velen van hen beschouwden de gastarbeiders als concurrenten. Dit veroorzaakte wrijvingen en versterkte de neiging van de Nederlanders om de oude stadswijken te verlaten, waardoor het percentage buitenlanders weer groter werd.

Anderhalve maand na de rellen, op 28 september 1972, besloot de Rotterdamse gemeenteraad dat buitenlanders en 'overzeese rijksgenoten' moesten worden verspreid over de stad. Zij zouden voortaan in iedere wijk niet meer dan 5 procent van de bevolking mogen uitmaken. Het raadsbesluit veroorzaakte een storm van protest. Tegenstanders vonden de vijfprocentsregeling discriminerend. Het plan werd niet uitgevoerd.

Het aantal allochtonen in de Afrikaanderwijk bleef stijgen, onder meer door de gezinshereniging in de jaren zeventig en tachtig. En de oorspronkelijke bewoners bleven wegtrekken. In 1972 was 10 tot 15 procent van de mensen in de wijk van buitenlandse herkomst; begin 1996 lag dit percentage op 64 procent. Daarbij wordt overigens een zeer ruime definitie gehanteerd. In de statistieken van de gemeente is iemand al allochtoon als zijn vader of moeder buiten Nederland geboren is.

Economisch is de Afrikaanderwijk er nu slecht aan toe. Veel mensen leven van een minimuminkomen en ruim 25 procent is werkloos. De gemeente probeert de problemen nu aan te pakken door de bouw van dure huurwoningen en koophuizen, in prijs variërend van 200.000 tot 300.000 gulden. De huizen moeten mensen met hogere inkomens naar de wijk lokken, waardoor de economie wordt gestimuleerd en de samenstelling van de bevolking evenwichtiger wordt. Bovendien hoopt de gemeente dat de Afrikaanderwijk zal meeprofiteren van de grootscheepse ontwikkeling van de zogeheten Kop van Zuid, aan de zuidelijke voet van de nieuwe Erasmusbrug.

De hoge concentratie allochtonen in de Afrikaanderwijk werd voor de bestuurders een gegeven waaraan weinig valt te veranderen. Boers: “Meer spreiding over de stad zou wenselijk zijn. Maar dat ligt politiek heel gevoelig.”

Veel bewoners van de wijk denken daar gemakkelijker over. “We zitten hier met te veel buitenlanders bij elkaar”, zegt S. Kalcik (27), vrijwilliger bij de Turkse moskee aan het Afrikaanderplein. “Mijn zoon Mustafa is viereneenhalf jaar oud maar spreekt nog vrijwel geen Nederlands. Hij heeft op school geen Nederlandse klasgenoten en speelt alleen met Turkse en Marokkaanse kinderen.” Net als veel van zijn buurtgenoten vindt Kalcik verdeling van etnische minderheden over de stad een prima idee. Spreiding bevordert de integratie, denkt hij. “De gemeente moet er gewoon rekening mee houden bij het toewijzen van woningen.”