Nieuwe aanpak

DE BEMIDDELINGSPOGING van de Amerikaanse diplomaat Dennis Ross tussen Israel en de Palestijnse autoriteit is het gevolg van een koersverandering waartoe de Amerikaanse regering de afgelopen maanden heeft besloten. Als Ross erin slaagt beide partijen tot ononderbroken samenwerking bij de bestrijding van het Palestijnse terrorisme te brengen, zal minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright persoonlijk de nieuwe politiek komen uiteenzetten.

De Amerikanen willen het idee van premier Netanyahu voor een versnelde en totale vredesovereenkomst overnemen, maar onduidelijk is in hoeverre zij de Israelische zienswijze over de inhoud van zo een akkoord zullen volgen. De oorspronkelijke gedachte dat het vredesproces autonoom de toenadering tussen de antagonisten zou bevorderen, is ook in Washington verlaten. Onder behoud van het al bereikte - de gedeeltelijke Israelische ontruiming van Palestijns gebied - zal een nieuw begin moeten worden gemaakt.

De door Washington uitgezette koers legt vooreerst zware druk op Arafat. Van de Palestijnse leider wordt verwacht dat hij zich na de bomaanslag van 30 juli op een markt in Jeruzalem loyaal inzet voor de veiligheid van Israelische burgers. Zijn gesprek met de chef van de Israelische veiligheidsdienst gisteren kon worden gezien als een eerste succesje voor Ross, maar voor Arafat betekende het een verdere aanslag op zijn toch al aangetaste geloofwaardigheid bij zijn eigen achterban.

OOK DE Verenigde Staten kunnen er niet om heen dat ieder vredesinitiatief met perspectief niet alleen zekerheden zal moeten verschaffen voor de veiligheid van Israels burgers, maar ook tegemoet zal dienen te komen aan de verwachtingen der Palestijnen. De beperking van het mandaat van Washingtons afgezant tot het thema veiligheid is gezien de recente gebeurtenissen begrijpelijk, maar maakt de positie van Arafat er niet eenvoudiger op. Kritiek van Ross op Israels quarantaine van Palestijns gebied is een signaal dat de Amerikanen ten minste enig evenwicht willen bewaren in hun betrekkingen met beide partijen.

De beslissende vraag is wat de Amerikaanse regering zich voorstelt van een definitieve overeenkomst. Daarin zullen zaken moeten worden geregeld als het uiteindelijke karakter van een Palestijnse entiteit en de status van Jeruzalem. Een Palestijnse poging om met de oprichting van een paramilitaire eenheid alvast een voorschot te nemen, is van Israelische kant onmiddellijk getorpedeerd. Israel houdt vast, zoals ook weer uit zijn recente optreden blijkt, aan de zeggenschap over alles wat er op Palestijns grondgebied gebeurt. Maar het zal die benadering moeten opgeven, wil er eens van echte vrede en goede nabuurschap sprake kunnen zijn.

NETANYAHU HEEFT in ieder geval zijn belofte aan zijn kiezers dat hij hun veiligheid zou verzekeren, niet waargemaakt. Onder de geldende omstandigheden was dat ook niet waarschijnlijk. Eerder heeft zijn weigering Arafat serieus te nemen de Israelische veiligheid op het spel gezet. Het Israelische volk plukt de wrange vruchten van het regeringsbeleid. Tijd en kansen zijn onnodig verloren gegaan. De regering-Clinton is te lang passief gebleven. Of de hernieuwde Amerikaanse belangstelling voor het Israelisch-Palestijnse conflict de geest van Oslo en de herinnering aan de dramatische verzoening in de tuin van het Witte Huis kan doen herleven, blijft intussen hoogst onzeker.