Indianen willen vorming van 'VN van inheemse volkeren'

De indianen willen als volwaardige gesprekspartners op wereldniveau de discussie over de “kolonisatie” van inheemse volkeren opnieuw onder de aandacht brengen.

AMSTERDAM, 12 AUG. “Na vijfhonderd jaar is het tijd om weer in de schijnwerpers te gaan staan. We willen dat de Westerse wereld ons probleem erkent - dat ze òns erkent”, zegt Yionontaherleh. “En hoe kan dat beter dan door de oprichting van onze eigen Verenigde Naties?”

Yionontaherleh of Jay Mason, zijn 'Westerse' naam, is een Mohawk-indiaan uit het Canadese Ontario. Hij vecht al jaren voor “dekolonisatie, erkenning en autonomie” van de indiaanse volkeren. Onlangs was hij als vertegenwoordiger van de League of Indigenous Sovereign Nations of the Western Hemisphere (LISN) in Nederland om te praten met andere inheemse volkeren. Het doel is de LISN na verloop van tijd over de hele wereld uit te breiden. “Wij worden nog steeds uitgemoord, mishandeld en vernederd. Maar geen haan die ernaar kraait. We hebben geprobeerd samen te werken met de VN, maar dat ging niet. Wij worden niet gezien als een gekoloniseerd volk. In Canada staan we geregistreerd als een binnenlands probleem en daar kunnen de VN zich niet in mengen. Hetzelfde geldt voor zoveel andere inheemse volkeren in de hele wereld.”

De indianen hebben daar nu een oplossing voor gevonden, zegt Mason. Ze zullen uit “pure noodzaak” een eigen VN oprichten. Die 'Verenigde Naties' - die uiteindelijk alle inheemse volkeren zouden moeten omvatten - moeten een tegenwicht bieden aan wat Mason het “kliekje koloniserende staten” noemt: de echte VN.

Mason beseft dat de weg nog lang is:“Rome is ook niet op één dag gebouwd. We zijn geen goedgekeurde organisatie en onze fondsen zijn zeer beperkt. Maar onze motivatie is groot. En onze middelen? Onze stem en ons verstand. Als de hele wereld zich van ons bestaan bewust wordt, zal het voor de koloniserende regeringen zoveel moeilijker worden ons uit te buiten.”

In 1994 begon het VN-decennium van inheemse volkeren. Volgens Mason zijn “gekke posters” het enige dat de indianen van het initiatief gemerkt hebben. “Weet je dat de VN een dekolonisatie-comité hebben opgericht, dat haar werk tegen het jaar 2000 moet afgerond hebben? Dan zullen er zogezegd geen gekoloniseerde landen meer bestaan. Dan zullen wij opstaan en zeggen: hoe zit het met de Molukkers, met de indianen, met de Aboriginals?”

Een groep Mohawk-indianen heeft zich in 1991 verbonden met de Organisatie van Niet-vertegenwoordigde Landen en Volken (UNPO), ook wel de alternatieve VN genoemd. De in Den Haag gevestigde UNPO behartigt de belangen van volkeren die in de bestaande internationale organisaties niet of onvoldoende vertegenwoordigd zijn. Maar volgens Mason voldoet de UNPO niet aan de wensen van de indianen: “Wij willen niet alleen erkenning als volk, maar ook als natie, als staat. Dat kan de UNPO voor ons niet verwezenlijken.”

Mason wijst erop dat de indianen bij de oprichting van een VN gebruik kunnen maken van de eeuwenoude indiaanse grondwet, de Constitution of the Iroquois Confederacy. “De Verenigde Staten maakten er al gebruik van in 1776 toen zij hun eigen grondwet opstelden. Alleen interpreteerden ze onze wetten verkeerd.” “Een voorbeeld. In onze grondwet staat: 'Alle mensen zijn gelijk geschapen'. In de Amerikaanse grondwet stond: 'alle mannen zijn gelijk geschapen'. En onder 'mannen' werd verstaan: blank en grondbezitter.”

“Niet alleen de Amerikanen maakten van onze constitutie gebruik”, gaat Mason verder. “Karl Marx en Friedrich Engels gaven in hun Communistisch Manifest ook toe dat het basisprincipe van het communisme is afgeleid van de regels van de gemeenschap, zoals die in de indiaanse grondwet staan omschreven.”

De reden waarom Canada en de VS weigeren de indianen te erkennen als een aparte natie, is volgens Mason duidelijk. Van de natuurlijke hulpbronnen in Noord-Amerika ligt driekwart op indiaans grondgebied. “Canada is ook bezorgd om zijn territoriale integriteit”, zegt hij. “Ze zijn bang dat als we de rechten krijgen die we eisen, hun land in vele kleine districten zal worden opgesplitst en we hen dan zullen mishandelen. Die angst is ongegrond. Als we werkelijk zo zouden zijn, dan hadden we hen in de zestiende eeuw nooit veilig aan land laten komen.”

“Het gaat ons niet zozeer om grondbezit”, besluit Yionontaherleh zijn betoog. “We willen het recht het land te gebruiken en erop te leven in overeenstemming met de 'oorspronkelijke instructies' die de Schepper ons gegeven heeft. We moeten het land respecteren voor onze kleinkinderen. Wij zijn de voorouders van onze toekomstige generaties. En met dat doel voor ogen zullen wij onze strijd tot het einde blijven voeren.”