Hunkeren naar voorkennis in de bedrijfskantine

ROTTERDAM, 12 AUG. Spreek een bankier aan over zelfverrijking en aandelenopties, en hij klaagt dat de regels steeds strenger worden, maar de tijd om de lucratieve kooprechten om te zetten in aandelen steeds korter.

ABN Amro doet er binnenkort een schepje bovenop. Ongeveer 550 medewerkers die dicht bij het vuur zitten (variërend van bestuurders tot en met mensen die de resultaten samenstellen of daarover de communicatie doen) krijgen jaarlijks nog vier weken de tijd om opties uit te oefenen. Dat waren er zestien.

En met de recente beursnoteringen op Wall Street voor ING en ABN Amro en de grensoverschrijdende invloed van de regels van de beurscommissie SEC lijkt het nog maar een kwestie van tijd voordat de regels nog complexer worden. De Nederlandse Aegon-medewerkers die eind vorig jaar aan de overname van de Amerikaanse verzekeraar Providian werkten, kregen niet alleen bij de start van het project het consigne geen aandelenopties meer uit te oefenen. Ook na de bekendmaking van de deal moest in verband met de Amerikaanse beursregels nog een periode van bijna drie maanden in acht worden genomen waarin geen transacties in Aegon-opties mochten worden verricht.

De kans op extra restricties komt op een moment dat de vier grootste beursgenoteerde Nederlandse financiële instellingen - ABN Amro, Aegon, ING en Fortis - voor al hun (Nederlandse) medewerkers aantrekkelijke aandelenoptieplannen hebben ingevoerd. Aegon had al zo'n plan, ABN Amro volgde en dit jaar kwamen ook ING en Fortis. Dat maakt de beurskoers tot een geliefd gespreksonderwerp in lift en kantine en biedt - zeker in theorie - de kans dat geruchten en vertrouwelijke informatie gemakkelijker hun eigen weg vinden, dwars door de organisatie heen.

De angst voor affaires rond voorwetenschap is niet meer geweken sinds enkele voormalige managers van ING vijf jaar geleden in opspraak kwamen. Begin dit jaar schokte een voorkennisaffaire rond ABN Amro-bestuurder De Bièvre het financiële establishment.

Elke financiële instelling blijkt in deze zaken zijn eigen beleid te voeren. Allemaal hebben zij te maken met de zogeheten modelcode van de effectenbeurs, die insiders bij beursgenoteerde bedrijven (zoals de raad van bestuur) handel in aandelen van het bedrijf verbiedt tot bijna vier weken voorafgaand aan de publicatie van resultaten. Ook elke “gewone” Aegon-medewerker die meedoet met het aandelenoptieplan gaat gelijk akkoord met een reglement, dat ook een omschrijving van de modelcode van de beurs omvat. Jaarlijks worden de periodes bekend gemaakt waarin om die reden geen aandelenopties uitgeoefend kunnen worden.

Bij ABN Amro leidde de populariteit van het aandelenoptieplan vooral tot verwarring, zegt een woordvoerder. Wie mocht wanneer wel en wanneer niet zijn opties uitoefenen? Voor 550 mensen worden de regels nu verscherpt, de doorsnee medewerker wordt niet geacht over koersgevoelige informatie te beschikken en krijgt geen beperkingen opgelegd voor de uitoefening van opties.

ING hanteert drie regimes: de modelcode van de beurs, een aparte insidersregeling die moet voorkomen dat informatie over klanten wordt misbruikt en een gedragscode voor de overige personeelsleden die terugvalt op algemene regels tegen handel met voorkennis. Extra beperkingen liggen niet in het verschiet, zegt een woordvoerder.

Fortis heeft net als Aegon de modelcode opgenomen in het reglement voor de personeelsopties en denkt niet over aanscherping.

Is het eind in zicht? De volgende innovatie is al gesignaleerd: naast de bestaande huisregels moeten medewerkers bij specifieke projecten aparte geheimhoudingsverklaringen tekenen.