Een plaagstoot uit Bagdad

'Om politieke redenen' zal Irak het contract met Shell voor de levering van ruwe olie niet verlengen. Waarom provoceert Irak Nederlandse, Britse en Japanse olieconcerns? Bagdad is boos, maar ontziet de grootste olie-afnemers.

DEN HAAG, 12 AUG. “Irak heeft heel simpele opvattingen over buitenlandse politiek. Het zou me niks verbazen als dit besluit van Bagdad om Nederlandse, Britse en Japanse oliecontracten niet te verlengen bedoeld is als politieke pressie, het idee dat ze landen kunnen straffen al zijn ze daartoe helemaal niet in de positie.”

Dat zegt John Packer, medewerker op het Haagse kantoor van mr. Max van der Stoel, de Hoge commissaris voor minderheden van de Organisatie voor samenwerking en ontwikkeling in Europa en de speciale rapporteur voor de Verenigde Naties over Irak. Packer heeft na de Golfoorlog vijf jaar in Irak en in buurlanden gezeten en kent het land, het Iraakse regime en zijn politici als zijn broekzak. “Als deze actie politieke bedoelingen heeft, past het precies in de propaganda die Bagdad hanteert om zijn positie zowel in het buitenland als intern kleur te geven.

“Je moet bedenken dat Irak vóór de invasie van Koeweit in augustus 1990 voor 98 procent van zijn inkomsten en zijn nationaal product afhankelijk was van de olie-export”, aldus Packer. “Politiek bedrijven met oliebelangen, dat vak verstaan ze. Maar voor Bagdad is het heel moeilijk om één van de Seven Sisters (de zeven grootste oliemaatschappijen ter wereld) buiten te sluiten. Ze provoceren Shell, maar vooral Nederland en Groot-Brittannië hiermee. Het kan ook te maken hebben met hun haat tegen de vooraanstaande Nederlander Max van der Stoel. Van der Stoel staat in Bagdad te boek als agent provocateur door zijn kritische rapporten over de rechten van de mens in Irak. Hij heeft kritiek geuit op president Saddam Hussein, en daar staat volgens de Iraakse wetgeving de doodstraf op. Van der Stoel mag Irak niet meer in na zijn eerste rapport van 1992 aan de VN over dat land en hij wordt vergeleken met de duivel en George Bush.”

Op de hoofdkantoren van Shell in Den Haag en Londen is intussen vernomen dat Irak het contract van vorig jaar voor levering van 30.000 vaten ruwe olie per dag “om politieke redenen” niet verlengt. “We hebben geen verdere toelichting gekregen”, zegt een woordvoerder. Shell-managers hebben geen slapeloze nachten van het Iraakse besluit, want het concern kan dat volume zó op de internationale markt kopen. John Packer verzekert dat Shell als een van de grote spelers op de oliemarkt “zijn aandeel toch wel krijgt”.

Shell kocht vóór de Golfoorlog al veel olie in Koeweit en Irak, onder meer voor de grote raffinaderij in Pernis die bij uitstek geschikt is om die relatief zware en zwavelhoudende olie te verwerken. Tot 1991 had het bedrijf ook een kantoor in Bagdad. Vorig jaar was Shell er als een van de eerste maatschappijen bij om de commerciële relatie met Bagdad weer te herstellen, toen de eerste fase van de olie-voor-voedselovereenkomst met de Verenigde Naties begon.

Het ministerie voor oliezaken in Bagdad geeft geen commentaar op de vraag waarom het contract niet wordt verlengd en contact met Buitenlandse Zaken in de Iraakse hoofdstad blijft beperkt tot veel gekraak en gepiep op de telefoonlijn. Ook de ministeries van Buitenlandse Zaken in Den Haag en Londen tasten in het duister over het Iraakse besluit. Maar volgens het jongste nummer van Middle East Economic Survey (MEES), een gezaghebbend vakblad met goede relaties in de hoofdsteden in het gebied, is er wel degelijk sprake van een politieke boodschap van Bagdad. De beslissing is ingegeven door “de negatieve houding van de drie betrokken regeringen jegens Irak in de Veiligheidsraad van de VN”.

Nederland heeft geen zitting in de Veiligheidsraad, geeft redacteur Waleed Khadduri van MEES direct toe, maar zo precies denken de Irakezen niet als het gaat om de internationale politiek. “Waarschijnlijk denken ze Groot-Brittannië hiermee een lesje te leren en gaan ze ervan uit dat ze dat het beste kunnen doen door een groot Brits-Nederlands bedrijf uit te zonderen van een nieuw contract. Datzelfde geldt voor Japan, dat net als de Britten wèl deel uitmaakt van de Veiligheidsraad.”

Nederland wordt er dus maar zijdelings bij betrokken, maar het effect voor de buitenwacht is dat Nederland geen olie uit Irak krijgt, en om die plaagstoot is het Bagdad kennelijk ook te doen. Daarbij is geheel uit het oog verloren dat Nederland een van de trouwste leden van de internationale donorgroep voor Irak is. Tussen 1992 en heden heeft minister Pronk in totaal 105,7 miljoen gulden bijgedragen aan de humanitaire hulpverlening aan de Iraakse bevolking, aldus het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking: voedsel, medicijnen en medische hulpmiddelen.

Het handelshuis Mitsubishi Corp. in Tokio kreeg volgens de Nihon Keizai Shimbun (Japans Economisch Dagblad) te horen dat Irak voorlopig niet onderhandelt over een nieuw oliecontract. De lokale handelaar in Bagdad kreeg als reden dat “Japan in de VN de anti-Iraakse houding van Washington volgt”.

“Onze informatie is dat ze boos zijn op het Verenigd Koninkrijk en Japan, die in de Veiligheidsraad en de Speciale Commissie van de VN voor Irak de zijde van de Verenigde Staten hebben gekozen toen het de afgelopen maanden ging om scherpere voorwaarden voor de olie-export voor humanitaire doeleinden”, zegt Waleed Khadduri. “De ironie van het geval is dat Amerikaanse bedrijven niet door uitsluiting worden getroffen, hoewel er voor Irak geen grotere vijanden bestonden dan Bush en Clinton. Dit is alleen maar te verklaren door het feit dat twee Amerikaanse bedrijven, Coastal en Bay Oil, grote hoeveelheden Iraakse olie afnemen. Sinds vrijdag worden er vier tankers voor deze bedrijven geladen met elk twee miljoen vaten. Irak is nu op de korte termijn afhankelijk van die export om snel weer inkomsten te krijgen.”

In het kader van de olie-voor-voedselovereenkomst mag Irak nu in de komende zes maanden voor 2,14 miljard dollar exporteren. De helft van deze opbrengst moet worden besteed aan aankopen van voedsel en medicijnen. De rest gaat naar herstelbetalingen voor Koeweit en naar de VN, voor de kosten die al jaren zijn gemaakt voor inspecties op de vernietiging van Iraakse wapenarsenalen.