Dutroux heeft België amper veranderd

Een jaar geleden was België in rep en roer door de arrestatie van kinderontvoerder Marc Dutroux. Genadeloos is sindsdien het falen van de Belgische politie en justitie aangetoond. Maar nog steeds is er in België vrijwel niets veranderd.

BRUSSEL, 12 AUG. Op 13 augustus vorig jaar werd nabij Charleroi de 39-jarige Marc Dutroux gearresteerd, verdacht van de ontvoering vier dagen eerder van de 14-jarige Laetitia Delhez. Twee dagen later, op Maria Hemelvaart, werd Laetitia in gezelschap van de in juni ontvoerde 13-jarige Sabine Dardenne in een kelder van een woning van Dutroux gevonden.

Nog diezelfde maand werden bij een ander huis van Dutroux de stoffelijke overschotten opgegraven van Julie Lejeune en Mélissa Russo, twee meisjes die sinds meer dan een jaar waren vermist. Ook werd het lijk ontdekt van Bernard Weinstein, een zakenrelatie van Dutroux, handelaar in tweedehands auto's. Begin september was er opnieuw een gruwelijke vondst. In een loods bij een ander huis van Dutroux werden de stoffelijke resten gevonden van An Marchal en Eefje Lambrecks, vermist sinds augustus 1995.

Dat was het begin van een affaire die de hele Belgische samenleving in beroering bracht. Intussen lijkt de zaak tot de juiste, nog steeds gruwelijke proporties te zijn teruggebracht. Over de internationale netwerken van pedofiele moordenaars, de rituele kindermoorden door satanische sektes, de betrokkenheid bij ontvoeringen van 'hooggeplaatsten', die zowel door de Belgische justitie als de pers in grote ernst werden verondersteld, wordt niet meer gesproken. Toch blijft het de vraag hoe het mogelijk was dat Dutroux, eerder veroordeeld voor verkrachting en mishandeling van kinderen, wegens voorbeeldig gedrag vervroegd in vrijheid was gesteld en geholpen door zijn vrouw en enkele handlangers ongestoord zijn gruweldaden kon plegen?

Genadeloos is sinds vorig jaar augustus het structurele falen van de Belgische politie en justitie aangetoond. Driehonderdduizend demonstranten protesteerden in oktober niet alleen tegen de justitie, maar vooral tegen de politici die zij verantwoordelijk achtten voor wantoestanden.

Verontwaardigd over het feit dat de Belgische overheid niet in staat was gebleken de veiligheid van kinderen te garanderen, namen jong en oud overal in het land deel aan zogeheten Witte Marsen. Zelfs koning Albert zei dat de Belgische overheid gefaald had. Hij spoorde minister van Justitie Stefaan De Clerck aan tot het nemen van maatregelen, waarbij juristen dadelijk de vraag stelden of de koning daarmee niet zijn grondwettelijke bevoegdheden overschreed.

Toch is België een jaar later nog vrijwel onveranderd. Maandenlang heeft heel België in rechtstreekse televisieuitzendingen kunnen zien hoe politiemannen en magistraten hun nalatigheden tegenover een parlementaire enquêtecommissie, de commissie-Dutroux, moesten toegeven. Maar strafmaatregelen zijn nog tegen niemand genomen, alle oproepen van minister van Justitie De Clerck ten spijt. Volgende maand wordt wel een ministeriële richtlijn voor onderzoek naar verdwenen personen van kracht, waardoor justitie en politie verplicht worden nauw met ouders en naaste familieleden van verdwenen minderjarigen te overleggen. Tot voor kort werden ouders van ontvoerde kinderen niet ernstig genomen en nauwelijks te woord gestaan.

De Clerck heeft gewaarschuwd dat veel justitiële hervormingen tijd kosten. Maar dat is niet de enige reden waarom nog weinig veranderd is. Binnen het justitiële apparaat bestaat veel weerstand tegen veranderingen, die gevolgen kunnen hebben voor de positie van magistraten. Omdat veel magistraten dankzij hun politieke relaties hun functies hebben gekregen, hebben ze ook invloed bij politici. Hoe de weerstand tegen veranderingen kan werken toont het geval van Benoît Dejemeppe, procureur des konings (officier van justitie) in Brussel. De commissie Dutroux concludeerde dat hij “niet voldoet aan de vereisten om het Brusselse parket te leiden”. Dit gebeurde naar aanleiding van diens fouten bij het onderzoek naar de verdwijning in 1992 van het negenjarige Marokkaanse meisje Loubna Benaïssa, dat in maart van dit jaar vermoord in de kelder van een Brussels benzinestation werd gevonden.

Enkele maanden geleden solliciteerde Dejemeppe naar de functie van advocaat-generaal bij het Hof van Beroep in Brussel. Onlangs kwam Dejemeppe daarop terug. Hij had alleen maar belangstelling voor een andere functie getoond “om de gemoederen te bedaren en de goede werking van het gerecht niet te dwarsbomen”. Minister De Clerck kon slechts reageren met de mededeling dat hij akte nam van Dejemeppes besluit.

Eén van de belangrijkste oorzaken van het falende opsporingsbeleid was de onderlinge tegenwerking van de drie Belgische politiediensten: de rijkswacht, de gerechtelijke politie en de gemeentepolitie. Voorstellen voor hervorming van het politieapparaat zijn op grote weerstand gestuit van politievakbonden en van politici die niet willen dat burgemeesters hun greep op de plaatselijke politie verliezen. Premier Jean-Luc Dehaene, doorkneed in het omzeilen van tegenstellingen, zoekt nog naar een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is. Gedacht wordt aan twee politiediensten, een regionale politie en een landelijke voor opdrachten die het lokale niveau overstijgen. Voor rijkswachters die hadden gehoopt op een eenheidspolitie waarbinnen zij het voor het zeggen zouden krijgen, is een troostprijs bedacht: salarisverhoging.

Het justitiële onderzoek naar Dutroux en zijn trawanten is in de loop van het afgelopen jaar fors bijgesteld. De justitie in Neufchâteau boekte met de arrestatie van Dutroux en de ontdekking van de ontvoerde en vermoorde kinderen succes waar anderen hadden gefaald. Maar vervolgens nam diezelfde justitie van Neufchâteau verhalen over internationale netwerken van pedofielen en moordende satanische sektes zeer ernstig. Bij één sekte deed de politie met veel ophef een inval. Sindsdien is er niets meer over vernomen.

Maandenlang liet de justitie graven in een oude mijn in Jumet, nabij Charleroi, omdat daar in onderaardse gangen de stoffelijke overschotten van vermoorde kinderen zouden liggen. Toen een journalist onthulde dat de enige aanwijzing die de justitie had de uitspraken van een gevangen mythomaan waren, wekte hij de woede op van zowel procureur des konings Michel Bourlet in Neufchâteau als van veel collega's. Hij zou door een onverantwoorde onthulling serieus onderzoek hebben belemmerd. Maar sindsdien is het graafwerk gestopt zonder dat de justitie enige verklaring heeft gegeven.

Bourlet zweeg ook toen vorige maand de Griek Michel Diakostavrianos, verdacht van medeplichtigheid aan de ontvoeringen van Dutroux, na 317 dagen voorarrest op last van het Hof van Beroep van Luik werd vrijgelaten. Eerder al was het voorarrest beëindigd van Michel Nihoul, een Brusselse beroepsoplichter die afgeschilderd is als het brein achter Dutroux. Nihoul zit nog in de gevangenis, maar dat is in verband met een oplichtingsaffaire.

De commissie Dutroux, die in april een eerste rapport publiceerde over de fouten die justitie en politie hebben gemaakt, zal in oktober met een nieuw rapport komen. Dat wordt het resultaat van het onderzoek naar mogelijke bescherming die Dutroux en zijn handlangers hebben genoten. Zo'n bescherming zou, naast het toch al gebrekkige functioneren van de Belgische justitie, moeten verklaren waarom Dutroux zo lang zijn misdaden kon plegen. Er zijn aanwijzingen dat de handelaar in tweedehands auto's op plaatselijk niveau politiecontacten had, waarvan hij mogelijk gebruik heeft kunnen maken. Maar wie verwacht dat de commissie Dutroux 'hooggeplaatsten' ontmaskert, zal waarschijnlijk net zo bedrogen uitkomen als degenen die tot op de laatste dag dachten dat de oude mijngangen in Jumet macabere geheimen verborgen.

De witte beweging, die zich altijd beperkt heeft tot de zaak van de ontvoerde kinderen, is geen politieke hervormingsbeweging geworden. Steeds minder Belgen nemen nog aan witte marsen deel. De politieke partijen, die geschrokken van de massale verontwaardiging in het land een debat over een 'nieuwe politieke cultuur' waren begonnen, zijn ook weer tot het leven van alledag teruggekeerd. Met Dutroux gaat het volgens zijn advocaat niet goed, omdat zijn slaap in de gevangenis wordt verstoord door bewakers die zijn toestand acht keer per uur controleren.

Chronologie

1 maart 1985: Marc Dutroux gearresteerd op verdenking van diefstal en verkrachting

26 april 1989: Dutroux veroordeeld tot 13 jaar en zes maanden gevangenisstraf

8 april 1992: Dutroux vrijgelaten wegens goed gedrag

24 juni 1994: Julie Lejeune en Mélissa Russo ontvoerd

22 augustus 1995: An Marchal en Eefje Lambrecks ontvoerd

28 mei 1996: Sabine Dardenne ontvoerd

9 augustus 1996: Laetitia Delhez ontvoerd

13 augustus 1996: Dutroux gearresteerd

15 augustus 1996: Sabine en Laetitia bevrijd

17 augustus 1996: Lichamen van Julie en Mélissa opgegraven in Sars-la-Buissière

3 september 1996: Lichamen van An en Eefje gevonden in huis van Dutroux in Jumet

20 oktober 1996: Witte Mars tegen falende justitie en politie

15 april 1997: Parlementaire onderzoekscommissie doet vergaande aanbevelingen voor hervormingen justitie en politie

    • Ben van der Velden