De spijtbetuiging van Kluivert

Zijn nieuwe sponsor, Adidas, had hem een mooie, zwarte pet met beeldmerk gegeven en gezegd: “Gedraag je, Patrick. Toon 's een beetje berouw, dat willen de luitjes in Holland graag horen. En misschien stelt ome Guus je dan wel weer op in het Nederlands elftal. Da's ook goed voor óns.”

Met de beste voornemens was Kluivert naar zijn 'open dag' in Milaan gereden. Even een miljoenencontractje bij Adidas tekenen en dan de persmuskieten zo vriendelijk mogelijk van je afslaan. Wie hadden we daar? Ah, het Sportjournaal van de NOS.

Spijt, schoot het nog door hem heen, ik moet spijt betuigen.

De opening was lang niet slecht. “Ik moet weer van beneden af aan respect afdwingen”, zei hij tegen de interviewer. “Het is gewoon vreselijk voor mij.” Die toevoeging rook een beetje naar zelfbeklag, maar hij is ook maar een mens, dus dat zagen we door de vingers.

Hoe ga je met de publiciteit om, wilde de interviewer weten. “Het is hartstikke moeilijk geweest voor mij”, zei hij alweer, maar hij voegde er genereus aan toe: “Ook voor mijn familie en de familie van mijn vriendin. Ze hebben me vergeven voor hetgeen er gebeurd is. Voor mij is het belangrijkste dat ik met Angela en mijn kleine verder ga.”

In zijn stolpboerderij in de Achterhoek slaakte Guus Hiddink een kort vreugdegilletje. “Vrouw, kom eens even luisteren”, riep hij naar de deel. Het geluid van haar snel naderende klompen overstemde gelukkig Patricks volgende zin: “Er zijn mensen die een ander het licht in de ogen niet gunnen.” En even later: “Hoe mensen mijn naam naar beneden halen, dat is ongelofelijk.”

De interviewer begon over Kluiverts voorbeeldfunctie. “Ja”, antwoordde hij, “ik begrijp dat ik die functie heb, maar alles is opgeblazen, van een vlieg wordt een hele grote olifant gemaakt.” Hij voelde zich nu, voor het eerst tijdens het interview, écht op dreef komen. De adrenaline kolkte opeens door zijn lijf, jezus man, dat je zelfs van een interview al zó'n kick kunt krijgen, dat je daar eigenlijk helemaal geen disco voor nodig hebt. Wat vroeg die lul ook alweer?

“Het is moeilijk om de waarheid hard te maken”, boosde hij op de automatische piloot verder, “want het staat al in de blaadjes, en dat geloven de mensen. Als ik het lees kan ik het niet geloven, want het is niet zo.”

“Wát is niet zo?” vroeg de interviewer, licht verbijsterd.

“Wat er allemaal in staat.”

Maar waarom hadden die families hem dan vergiffenis moeten schenken, hoorde je de interviewer denken. Hij bracht het gesprek op het Nederlands elftal. Hoe zag Patrick zijn toekomst daarin?

“Als je dat soort dingen hoort, heb je er geen zin meer in”, zei Kluivert.

“Waarin?”

“Van alles. Alles wat je doet is verkeerd. Ik probeer er het beste van te maken, want ik zit in een heel diep dal, dat weet ik zelf ook.”

Guus Hiddink stond in de schuurdeur naar de purperen avondlucht boven zijn landerijen te kijken. De mooiste avond van het jaar toch nog hopeloos verpest, dacht hij bitter. Hij inventariseerde, voor de duizendste maal die week, zijn probleemkinderen. Dit was het rijtje.

Patrick Kluivert: voorgoed verpest moederskind.

Edgar Davids: onhandelbare rancunelijer.

Clarence Seedorf: ondraaglijke praatjesmaker.

Winston Bogarde: niet geheel compos mentis.

Michael Reiziger: meeloper van voornoemden.

Hij huiverde. De cruciale wedstrijd tegen de Belgen naderde. Nou ja, dat zouden ze nog wel redden. Per slot van rekening was Nilis nog net op tijd ziek geworden.

Maar dán? Moest hij met dit rapaille naar het WK? Hoe hield hij de De Boertjes in bedwang als Seedorf weer 's zou gaan pesten? Hoe groot was het gevaar dat Bogarde verslaggevers te lijf ging? Moest hij elke avond voor de deur van Kluivert posten?

Misschien zoekt De Graafschap nog een technisch directeur, peinsde hij.