Zesde wereldtitel voor tsaar van de polsstok; Boebka springt altijd 't hoogst van allemaal

ATHENE, 11 AUG. Hij wil uniek zijn. The only one. Daarom deed polstokhoogspringer Sergei Boebka in Athene toch weer mee aan de WK atletiek. En hij won, als een groot kampioen. Zijn eerste van de zes titels behaalde hij al in 1983. Boebka was toen 19 jaar.

De gouden medaille van Athene betekent dat Boebka straks zestien jaar achtereen wereldkampioen is geweest. “Ik hou van sport, ik ben geboren voor sport. Ik wil de beste zijn”, zei de 33-jarige Boebka na zijn triomf. Hij wilde nog meer zeggen, maar zijn stem stokte en zijn ogen schoten vol tranen.

Het was gisteravond een emotionele overwinning voor Boebka. Hij had door zijn lange herstel na zijn achillespeesoperatie in december niet genoeg tijd gehad om zich voor te bereiden. “Ik had steeds pijn, nog steeds”, legde hij uit. “Soms kon ik niet trainen door de pijn. De ene dag voelde ik me goed, de andere dag weer niet. Ik heb na elke training pijnstillers geslikt. Hier ook na de kwalificatie. En dat is slecht voor je lichaam.”

Zijn tegenstanders hielden eigenlijk geen rekening meer met hem. De Duitser Tim Lobinger had tijdens een wedstrijd in Duitsland angst in de ogen van Boebka gezien. Hij vroeg zich af waarom de Oekraïener dit zichzelf aandeed. Maar gisteravond kwam Lobinger zelf niet over een hoogte van 5,80 meter heen. En Boebka wel. Hij sprong 6.01 meter, genoeg voor de wereldtitel. “Die sprong was een van de beste die ik ooit van hem heb gezien”, vond nummer twee Maksim Tarasov.

Boebka was uiterst geconcentreerd geweest. “Waarom heb je me voor de wedstrijd geen hand gegeven”, vroeg Tarasov hem. “Dat was niet nodig. Ik kon het toch ook erna doen”, antwoordde Boebka. Hij liet een biertje brengen. Zijn missie zat erop. Of het de beste van zijn zes WK-titels was? “Nee, dat niet. Maar wel de moeilijkste. Voortdurend heb ik mezelf afgevraagd of ik er wel klaar voor zou zijn. Deze WK was eigenlijk mijn eerste wedstrijd van het jaar. Ik heb twee keer eerder gesprongen, maar dat waren trainingen.”

Zoals altijd nam hij in Athene veel risico. Hij begon zijn wedstrijd op 5,70 meter. De eerste poging mislukte, bij de tweede keer ging hij wel over de lat heen. Daarna sloeg hij 5,80 en 5,86 over. “Dat zijn geen hoogten voor mij”, sprak hij met de arrogantie van een kampioen. “Ik wist dat een sprong van zes meter nodig zou zijn voor de gouden medaille. Daarvoor moet je niet te veel doen. Dat is verspeelde energie.”

Zijn tegenstanders verdwenen een voor een uit de wedstrijd. Zijn vroegere landgenoot, de Rus Tarasov, hield het het langste vol. Hij haalde de 5,96 meter, maar stuitte daarna op 6,01 (één sprong) en, in een alles-of-niets poging, op 6,06 (twee sprongen). Boebka gleed ogenschijnlijk wel probleemloos over de 6,01. Hij liet daarna de lat op 6,15 leggen, een wereldrecordhoogte. Hij maakte aanstalte om de aanloop te nemen voor zijn eerste poging, maar stopte en gaf met een handgebaar aan dat hij het voor gezien hield.

Even zette het publiek in het Olympisch Stadion een fluitconcert in. Ze hadden na negen dagen zonder wereldrecord toch nog op een wondertje gehoopt. Maar de toeschouwers beseften snel dat protest hier niet op zijn plaats was. “Ik voelde dat ik er niet klaar voor was”, legde Boebka zijn beweegreden uit. “Ik wil tegen de mensen zeggen: denk aan mijn situatie! Normaal kan ik zoiets wel als ik al zeker van de overwinning ben. Maar nu dacht ik aan mijn gezondheid. Kan ik morgen nog wel lopen? Ik moet geen rare dingen doen. Mijn blessure is nog niet helemaal over. Dat kan pas als het seizoen afgelopen is.”

De heldendaad van Boebka betekende een mooie afsluiting van de WK. Hij bracht het publiek vlak voor de sfeervolle sluitingsceremonie nog een keer in opperste vervoering. De laatste avond kende meer interessante prestaties. Het hoogspringen eindigde in een barrage. Drie atletes haalden in drie pogingen de 1,99 niet en mochten het om een winnaar te bepalen nog een keer proberen. De Noorse Hanne Haugland sprong er toen wel over en de andere twee, Babakova en Kaliturina, mochten vervolgens het zilver delen.

Discuswerper Lars Riedel behaalde zijn vierde wereldtitel, nog altijd wel twee minder dan Boebka. Maar de Duitser was er blij mee. Ook de 4 x 400 meter bij de vrouwen leverde een overwinning op voor Duitsland. Het was de na een lange schorsing weer teruggekeerde Grit Breuer die in een spectaculaire uiterste inspanning nog langs de slotloopsters van de Verenigde Staten en Jamaïca flitste.

De twee Nederlanders die afgelopen weekeinde nog bij de WK in actie kwamen, Sharon Jaklofsky en Stella Jongmans, stelden teleur. Jongmans werd in de finale van de 800 meter laatste in een hele matige tijd van 2.05,50. Jongmans miste na twee zware races eerder in de week kracht. “Het was net allemaal iets te veel voor me”, zei ze. De Cubaanse Ana Fidelia Quirot won op overtuigende wijze de 800 meter en droeg de titel uiteraard op aan El Comandante Fidel Castro. De Surinaamse Letitia Vriesde bleef op de vierde plaats steken.

Jaklofsky huilde na afloop van de finale verspringen. Ze kwam met een beste sprong van 6,61 meter drie centimeter te kort om de laatste acht te bereiken. Ze werd elfde. Ze was daarmee niet de enige die teleurstelde. Ook sprintkampioene Marion Jones, de nieuwe ster van de Amerikaanse atletiek, haalde het niet en eindigde op de matige tiende plaats. Zelfs de veteranen Heike Drechsler (vierde) en Jacky Joyner-Kersee (vijfde) vielen buiten de prijzen.

Jaklofsky had geen verklaring voor haar matige optreden. Haar coach Charles van Commenee was hard in zijn oordeel. “Ze stond als een watje op de baan. Dat vind ik tien keer erger dan drie foutsprongen. Je zou haast gaan denken dat het een mentale kwestie is. Ik dacht altijd dat dat bij haar wel goed zat. Misschien moet ik die mening nu wel herzien.”

    • Hans Klippus