Vietnam hervonden aan Oesterdam

Zodra het even mooi weer is, komen Vietnamezen, ook uit België, Frankrijk en Duitsland, naar de Oesterdam in de Oosterschelde. De kokkels en oesters smaken goed.

THOLEN, 11 AUG. De Bergse Diepsluis, die de Oesterdam over de Oosterschelde in tweeën snijdt, is letterlijk een waterscheiding. Op warme dagen zwemmen en zonnebaden Nederlanders voor de sluis, erachter komen iedere dag zo'n twee- tot driehonderd Vietnamezen. Met schepjes, harkjes en messen openen zij de jacht op kokkels en oesters in de Oosterschelde, om ze naar goed Vietnamees gebruik ter plaatse boven het vuur te leggen en te verorberen. “Hier hervind ik mijn vaderland”, zegt Lan Nguyen, een Vietnamese van 35 uit België.

De Vietnamezen doen veel moeite om naar de Oesterdam te komen. Uit België, Duitsland en Frankrijk rijden ze voor een dagje op en neer. “Deze plaats heeft alles waar een Vietnamees van houdt”, zegt Phan Thanh uit het Belgische Sint Niklaas. “Oesters en kokkels die we mogen zoeken, zon en water en heel veel Vietnamezen.”

Toen Phan, nu 31 jaar, als kind aan de Vietnamese kust woonde, zocht hij met zijn broers en zusters naar kokkels. Niet voor de lol, maar uit noodzaak. “Dat ik nu weer met mijn familie aan het water zit en naar kokkels zoek, doet me denken aan mijn jeugd.” Zijn broer, die in Duitsland woont, grinnikt: “Alleen moesten we toen hard werken, nu zitten we lekker in de zon te eten en bier te drinken.”

De kustlijn in Vietnam is 3260 kilometer lang, veel inwoners wonen aan zee en leven ervan. Het zoeken naar kokkels en andere schelpdieren of vissen is er een effectieve manier om eten op tafel te krijgen. De Oesterdam is favoriet, omdat er veel oesters en kokkels te vinden zijn. Bovendien mogen ze hier, tot tien kilo per dag, worden gezocht en opgegeten. In België en Frankrijk is het verboden.

De meeste Vietnamezen komen in familieverband, inclusief grootouders en kinderen. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds zitten zij op het gras achter de dijk, voorzien van stoelen, parasols, tenten, barbecues, koelboxen, borden en bestek.

Bij laag tij wordt er naar kokkels en oesters gezocht, bij hoog tij is het tijd om te zwemmen, te eten en zomaar wat te luieren.

Pas deze zomer hebben ze deze plaats ontdekt en door mond-tot-mond-reclame werd de Oesterdam bekend.

Zelf zoeken naar eten is in Europa niet nodig en meestal ook verboden. Het kokkel-zoeken heeft dan ook vooral een sociale functie. Jaap Brans, die sinds 1976 ontwikkelingsprojecten uitvoert in Vietnam: “Vietnamezen gaan er graag op uit, ze zitten graag bij elkaar. Bovendien kunnen ze onderling Vietnamees spreken.”

Lan Nguyen is niet geïnteresseerd in verklaringen. “Hier hervind ik mijn vaderland”, zegt ze. Lan kruipt op haar knieën door de modder en wroet met een harkje door de bodem. Haar zus maakt met haar voet draaiende bewegingen, zodat die steeds verder in de modder verdwijnt. Wanneer ze na vijf centimeter nog niets voelt, ligt er geen kokkel en herhaalt ze de handeling een halve meter verder. Kokkels liggen verscholen onder de modder. Oesters verraden zich vaak door de algen die aan de scherpe randen van de schelp blijven hangen.

Het is eb, het water heeft zich zo'n honderd meter teruggetrokken en een spoor van modder, algen en schelpen achtergelaten. De emmer van Lan is voor de helft gevuld. Het gaat haar niet alleen om de kokkels en oesters, die kan ze ook wel kopen. Wat ze hier ziet, dat is voor haar belangrijk.

Als de zon schijnt, lijkt dit stukje Nederland op Vietnam, zegt ze. Met brede armbewegingen laat ze het zien. De grijze modderstrook voor de glinsterende waterlijn, de Vietnamezen die tot hun enkels in de modder staan of in de verte door het water waden, met emmers en schepjes in de hand. De ontblote, donkere ruggen die glimmen in de zon. Van alle kanten klinkt de Vietnamese taal en zijn geroosterde oesters te ruiken. Een combinatie van geluiden, beelden en geuren waardoor Lan zich kan inbeelden in Vietnam te zijn. “Daarom komen wij hier, om bij elkaar te zijn op een plaats die ons aan vroeger doet denken.”