Pophelden, psychiaters en Schippers

Tot de weinige voordelen van de zomerprogrammering behoort het verschijnsel dat de omroepen op prettige tijdstippen royaal ruimte geven aan onderwerpen die ze daarvoor normaliter eigenlijk 'te zwaar' vinden. Zo konden we zaterdagavond kort achter elkaar kijken naar een talkshow over psychiatrie en naar een programma over de popgroep The Band, een groep die alleen de oudste jongeren onder ons - u en ik dus - nog wat zal zeggen.

Kijken naar je oude pophelden heeft vaak iets pijnlijks. Je ziet die geteisterde, vervallen koppen en je beseft dat de tijd op nietsontziende wijze voortschrijdt. De gezichten gaan nu schuil achter reusachtige zonnebrillen en lelijke mutsjes moeten de kaalheid camoufleren. The Band had altijd een braaf imago, maar achteraf is gebleken dat ook van deze groep de meeste leden min of meer geslaagde pogingen hebben ondernomen om hun leven te verwoesten.

Richard Manuel was een zware alcoholist, die ruim tien jaar geleden zelfmoord pleegde, Levon Helm dronk ook te veel - hij ziet er nu dan ook echt uit als een bejaard man - en Rick Danko (nog onlangs in Japan voor drugsbezit gearresteerd) heeft de rusteloze handen van de ongeneeslijke junk.

Maar muziek maken, dat konden ze. De NCRV zendt de interessante Engelse serie Classic albums uit waarin popmusici vertellen over een klassieke elpee uit hun oeuvre. In het geval van The Band betrof het hun gelijknamige tweede elpee uit 1969. Beatle George Harrison vertelde hoeveel respect hij voor The Band heeft: hij heeft hun muziek altijd in zijn jukebox. “De meeste bands hebben een, twee talentvolle mensen”, vertelde de biograaf van The Band, “maar in deze band voegden ze allemaal iets unieks toe.”

Veel eer (mede uit een soort schuldgevoel?) werd betuigd aan Manuel, over wie Helm zei: “Er was geen band met een betere zanger.” Robbie Robertson, de leider van de groep, voegde eraan toe: “Hij had verdriet in zijn stem, je wist niet of hij een hoge noot moest halen of verdriet had.” Voor de liefhebbers die hun oude platen nog niet hebben weggedaan (nooit doen, trouwens): Manuel is de hoge stem op nummers als Whispering Pines.

Bloed, zweet en tranen, de VARA-talkshow van Inge Diepman, was gewijd aan de psychiatrie. Vier psychiaters (Roxanne Vernimmen, Jan van de Lande, Zora Acherrat en Herman van Praag) praatten over hun ervaringen. Het duurde lang voor het gesprek op gang kwam en ook toen kwam er weinig verrassends uit.

Alleen over het onderwerp van de gedragsgestoorde zwervers-op-straat verschilden de meningen op prikkelende wijze. Van Praag: “Het is bedroevend dat mensen hallucinerend op straat rondlopen terwijl ze geholpen zouden kunnen worden. Dan zou opname verplicht moeten zijn.” Van de Lande (“We moeten het niet dramatiseren”) en Vernimmen stelden daar tegenover dat het doorgaans om ongevaarlijke mensen gaat, die hun eigen sociale circuit hebben gecreëerd waarin ze beter kunnen blijven. Daarover was een grondiger debat mogelijk geweest, maar helaas heeft men in dergelijke talkshows de neiging te veel verschillende onderwerpen te behandelen.

Wim T. Schippers ontving in de tweede aflevering van VPRO's Zomergasten K. Schippers. De schrijver had vooral rond de thema's 'kinderen' en 'taal' een zeer oorspronkelijke keuze van filmfragmenten gemaakt. We konden nooit geziene, of lang vergeten beelden bekijken van Balthus, Couperus, Nabokov, Laurie Anderson, Oliver Sachs met een Tourette-patiënt, en een zwendelende, door de verborgen camera betrapte, employé van Sotheby's in Italië.

Prachtig materiaal, maar toch werd het een tamelijk stroperige marathon-zitting, en dat lag niet alleen aan de tropische temperatuur buiten. De schrijver bleek een trage prater die zich al te strikt aan het spoorboekje wilde houden, en telkens enigszins pijnlijk verrast opkeek als Wim T. er een andere smaak op na bleek te houden. Wim T. laat de ander meestal vriendelijk de lof van een of ander fragment bezingen om dan nóg vriendelijker op te merken: “Maar ik vind het wel een beetje...” - waarna een korte, negatieve kwalificatie volgt. (Magritte vond hij bij voorbeeld maar 'burgerlijk'). De ernst (K. Schippers) stond tegenover de speelsheid (Wim T. Schippers) en het resultaat was een milde contactstoornis van vier uur, wat ook voor een milde contactstoornis vrij lang is.