Oproep tot gebed verdeelt Turkije

ANKARA, 11 AUG. Aanhangers van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij in Turkije zijn in rep en roer over een decreet van het directoraat voor godsdienstzaken dat de oproep tot gebed, ezan, minder luid mag klinken. Volgens het besluit moet er voor oktober in elk gebied een centrale moskee worden aangewezen, waar de ezan via een microfoon versterkt mag worden uitgezonden.

De aansprekers van de omliggende moskeeën moeten weer als vanouds de minaret beklimmen om vanaf die plek zonder electronische hulpmiddelen de gemeenschap toe te zingen.

Het decreet wordt in streng-islamitische kringen afgeschilderd als een ondermijning van de islam. De maatregel zou onderdeel zijn van de strijd van de huidige seculiere regering-Yilmaz om de politieke islam aan banden te leggen. De religieuze premier Necmettin Erbakan werd midden juni onder druk van het leger tot aftreden gedwongen, na een regeerperiode van elf maanden. Erbakan en zijn Welvaartspartij worden er door de seculiere meerderheid van beticht Turkije te willen islamiseren, wat als een ondermijning wordt gezien van het wereldlijke karakter van het land sinds de oprichting in 1923 van de Turkse republiek.

Mehmet Nuri Yilmaz, hoofd van het directoraat voor godsdienstzaken, ontkent ten stelligste dat hij onder druk van de nieuwe regering tot deze stap heeft besloten. “Veel minaretten zijn tot vogelnesten verworden”, aldus Yilmaz, “omdat de oproepers tot gebed er de voorkeur aan geven om een microfoon te gebruiken in plaats van vijf keer per dag naar boven te klimmen”. Volgens Yilmaz wordt de electronische apparatuur in de moskeeën bovendien niet altijd zuiver afgesteld, wat bijdraagt aan de geluidsoverlast die in de meeste steden vandaag de dag toch al als onaanvaardbaar hoog wordt ervaren.

Turkse kranten wijzen er op dat de maatregel om de oproep tot gebed enigszins te temperen, in principe correct is, maar dat het tijdstip fout gekozen is. Er wordt gewaarschuwd voor een verdieping van de huidige polarisatie tussen de aanhangers van de politieke islam en de seculiere meerderheid. In de Mille Gazete, de spreekbuis van de Welvaartspartij, werd de achterban het afgelopen weekeinde door een columnist opgroepen om zich voor te bereiden op “een oorlog tegen de vijanden”. De woede richt zich vooral tegen een nieuwe onderwijswet, die naar verwachting later deze week in het parlement wordt aangenomen. Het basisonderwijs wordt van vijf naar acht jaar opgetrokken, met als neveneffect dat de benedenbouw van de religieuze opleidingen wordt gesloten.