Justitie in de buurt

“Het is mijn eigen domme fout”, erkent de boomlange jongen. Hij is pas veertien jaar en zit al niet meer op school. Hij is samen met zijn moeder naar het bureau van 'Justitie in de buurt' in het Oceaanhuis in Rotterdam-Delfshaven gekomen.

Parketsecretaris Roger van den Sigtenhorst, die namens officier van justitie Peter Blanken optreedt, is ernstig: “Joyriding met de auto van je moeder is één ding. Maar een valse naam opgeven nadat je gepakt bent is een tweede. Dat wordt gewoonlijk door de kantonrechter behandeld. Daarom schakelen we de jeugdreclassering in. Die gaat je zes maanden begeleiden. Daar kun je nu meteen een afspraak mee maken.” De jongen knikt zwijgend. Zijn moeder, een weduwe met drie kinderen, is blij. De jeugdreclassering is voor haar de hulp die ze nodig heeft.

Sinds april opereert 'Justitie in de buurt' in de deelgemeente Delfshaven, het stadsdeel in het westen van Rotterdam met een kleine 75.000 inwoners, waar alle problemen van de grote stad samenkomen. 'Justitie in de buurt' is een parket zoals elk ander, maar met speciale aandacht voor de jeugd. Jongelui van twaalf tot achttien jaar die misdrijven of ernstige overtredingen (diefstal, geweld) hebben begaan, krijgen hier straf. Soms blijft het bij een berisping, meestal wordt een leer- of taakstraf opgelegd, tot maximaal veertig uur. Werken in een buurthuis, op de kinderboerderij of in een speeltuin, in hun vrije tijd, na school of op zaterdag. En in Delfshaven 'zodat de wijk er zelf van profiteert', aldus het foldertje van het wijkbureau.

'Justitie in de buurt' is een twee jaar durend experiment in het kader van het grote-stedenbeleid, in onder meer Arnhem, Maastricht en Amsterdam. In Delfshaven is het erop gericht minderjarige daders die voor het eerst een strafbaar feit plegen, snel te corrigeren, meestal door het opleggen van een taakstraf. Snelheid en comunnicatie zijn de kenmerken van deze aanpak, zegt Van den Sigtenhorst. “Jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd, verschijnen in het algemeen na drie weken hier op het wijkbureau. De Raad voor de kinderbescherming wordt onmiddellijk ingeschakeld. In sommige gevallen wordt een raadsman toegevoegd. En de straf moet direct worden uitgevoerd. Het is een soort lik op stuk-beleid: gewoonlijk verlopen drie maanden tussen de datum van het misdrijf en de voltooing van de straf. Deze aanpak past in het geïntegreerd veiligheidsbeleid van Rotterdam.”

Een keer per drie weken komen maximaal negen jongelui voor het bureau van de parketsecretaris die de taakstraffen oplegt. Deze middag zijn er het maar drie. Een vijftienjarige die moeilijk gezag kan aanvaarden, krijgt als straf twaalf uur werken omdat hij twee keer weigerde op bevel van de politie een tram te verlaten. Ook hij is vergezeld van zijn moeder, die geen moeite heeft met de 'kleine straf' die de parketsecretaris voorstelt. De derde klant is een zestienjarige die met de auto van zijn vader ging rijden, een bestelbus aanreed, doorreed en thuis bij het parkeren nog een auto beschadigde. Twintig uur werken is de straf. “Ik heb wel ergere dingen gehad”, zegt de jongen laconiek.

Achter sommige jeugdige daders zit een probleem. De medewerkster van de Kinderbescherming die direct na de uitspraak de uitvoering van de straf regelt, zegt: “Er komen van die guppies van twaalf of dertien alleen naar het parket. Zonder vader of moeder, of soms alleen met een raadsman. Dan weet je dat er iets volkomen fout zit.”