Jeffrey Tate werpt pantser met moeite af

Concert: Wereld Jeugd Orkest o.l.v. Jeffrey Tate m.m.v. Alyssa Park (viool) en Alban Gerhardt (cello). Sjostakovitsj: Suite uit de toneelmuziek 'Hamlet'; Brahms: Dubbelconcert; Schubert: Negende Symfonie. Gehoord 10/8, Concertgebouw Amsterdam.

Vanaf het moment dat Valery Gergiev zijn glorieuze opwachting in het Nederlandse muziekleven maakte, was de moeizame relatie tussen het Rotterdams Philharmonisch Orkest en zijn chefdirigent Jeffrey Tate weer vergeten. Nog geen jaar heeft Tate het destijds in Rotterdam uitgehouden. Het klikte niet tussen Tate en Nederland, dus hij zal zich er niet op verheugd hebben dat zijn tournee met het Wereld Jeugd Orkest gisteren langs Amsterdam voerde.

Toeval of niet, tijdens de uitvoering van Sjostakovitsj' geanimeerde Suite uit de toneelmuziek Hamlet profileerde Tate zich als een functionele maar gepantserde dirigent, tot wie de humor en het raffinement waarmee Sjostakovitsj zijn Hamlet ten tonele voert maar niet wilde doordringen. Daardoor klonk het enthousiast musicerende Wereld Jeugd Orkest weinig subtiel en vaak te hard, ook al was er overduidelijk genoeg potentieel voor een glansrijkere uitvoering.

Tate's grimmigheid bereikte een hoogtepunt tijdens zijn volstrekt ongenuanceerde directie van het Dubbelconcert van Brahms, waarin de beide solisten zich vergeefs teweer moesten stellen tegen een overmaat aan herrie uit het orkest. Waarom de fortes zo lomp, de pianissimo's zo nietszeggend, de timing zo stroef en de opbouw zo mechanisch moesten klinken is niet duidelijk.

Brahms klonk rampzalig, en dat lag niet aan de inzet van het solistenduo. De jonge cellist Alban Gerhardt, in 1993 winnaar van het International Leonard Rose Cello Concours, manifesteerde zich als een bloedmuzikaal talent met een prachtig zingende, nooit geforceerde maar mijlenver dragende toon, die bestand bleek tegen de penibele omstandigheden. De violiste Alyssa Park daarentegen raakte hoorbaar uit balans door de ongevoelige orkestbegeleiding. Indringende passages werden afgewisseld met haast onhoorbare of onzuivere frases, zodat het aan Gerhardt te danken was dat er toch nog iets te genieten viel.

De 'himmlische Länge' van Schuberts Negende Symfonie deed het ergste vrezen, maar onder invloed van deze geniale muziek klonk Tate ineens niet meer als van gewapend beton. Schubert bleek in staat het zachtmoedige in de dirigent op te roepen, zodat zijn muziek op enkele overdadige forte's na onverwacht innemend, gracieus en af en toe zelfs lieflijk klonk.