Het klinkt arrogant, maar ik was best goed

Ik hoef toch niet alleen over korfbal te praten, hè? In die sport was ik misschien een ééndagsbloem, in basketbal zeker niet. Nou goed dan, ik begin gewoon bij het begin. Als klein meisje zat ik op gymnastiek. Mijn vader deed dat, vandaar. Na wat zeuren mocht ik ook op korfbal. Dat wilde ik graag, want alle kinderen uit de straat zaten op korfbal.

Blauw Wit was een leuke vereniging en het team waarin ik speelde was een vriendenclub. Mede daardoor waren we ook goed. Ik was ook best goed. Dat klinkt arrogant, maar zo was het wel. Ik kwam niet voor niets bij het Nederlands team toen ik pas een jaar of achttien was. Het betrof een interland tegen België. Ik zag er best tegen op: in Oranje speelden echte coryfeeën, van die echtparen met veel ervaring. Maar ze vingen me goed op en ik speelde ook goed. Die interland was een droom die werkelijkheid werd.

In die tijd kreeg ik een vriendin die basketbalde. Ik ging een keer kijken en speelde ook wat mee. Omdat ik op korfbal zat, kon ik al goed gooien en vangen. Ik vond basketbal leuk en werd lid van AMVJ. Nou, dat vond Blauw Wit maar niks! Ik werd naar het tweede teruggezet, omdat ik volgens Blauw Wit niet twee heren kon dienen. Daardoor verdween ik uit beeld van de nationale ploeg en is het bij die ene interland gebleven.

Niet veel later koos ik voor basketbal. Vier maanden daarna zat ik bij de nationale ploeg. In negen jaar tijd heb ik 52 interlands gespeeld en ook nog twee kinderen gebaard. Vooral de interlands in het buitenland waren een ervaring. Wat het mooiste is dat ik aan het korfbal heb overgehouden? Even aan m'n man vragen. 'Mij', zegt Wim. Hij heeft nog gelijk ook.