Gevaar uit het oosten

“You must go to Alderney”, zegt de plassende man naast me. Hij staat voor het urinoir in de toiletruimte van restaurant Christies op Guernsey en leest The Financial Times die zich in een vitrine aan de muur voor ons bevindt. James Mullen is Ier en werkt als accountant bij een van de vele banken.

“Go on Sunday”, zegt hij, met een naar drank ruikende stem, “and don't be afraid of the planes. If you got to go, you got to go”.

Het Alderney Museum in High Street in St. Anne wordt gerund door twee krijtwitte dames wier leeftijd met geen mogelijkheid te schatten valt. “Good morning, welcome to the museum”, galmen ze gezamenlijk. Nou is 'museum' een groot woord voor de tamelijk ongeordende partij antiek en curiosa die zich in deze voormalige school bevindt.

Alderney, het kleinste van de drie grote Kanaaleilanden, 5,5 kilometer lang en 2,5 kilometer breed, telt zo'n 2.200 inwoners en vier kerken. Het behoort tot de Bailiwick of Guernsey en het rijst als een grote bemoste rots uit de zee op. Alderney, dat in het Frans Aurigny heet, heeft een klein vliegveld met één verharde baan waarop de knalgele driemotorige Trislanders van Aurigny Air Services landen. De eilanders zijn zo gek op die vliegtuigjes met hun lange neuzen, dat één ervan, met registratienummer G-JOEY, de hoofdpersoon is in een serie kinderboekjes.

De eerste commerciële vlucht van Guernsey naar Alderney werd, zo leert het museum de bezoeker, uitgevoerd in 1934. Captain Monk zette zijn 'Cloud of Iona' op 26 oktober van dat jaar veilig neer op een weitje ten zuidwesten van de hoofdstad St. Anne.

De Duitsers bezetten Alderney in juni 1940. De bewoners kregen 120 minuten de tijd om te beslissen of ze wilden blijven of niet. Ze vertrokken hals over kop en lieten al hun dieren op het eiland achter. Later hebben waaghalzen nog getracht het vee op te halen en naar een boerderij in Cornwall te brengen, maar hun schepen werden door Duitse vliegtuigen tot zinken gebracht.

De Duitsers maakten van Alderney één groot interneringskamp: dwangarbeiders uit allerlei landen werden naar het eiland gevoerd om er bunkers te bouwen. Ruim vierduizend mannen, ook Duitsers, bouwden versterkingen. Ze gebruikten 86.000 kubieke meter beton. Wie vandaag de dag door St. Anne wandelt, kan niet om de Duitse uitkijktoren heen die midden in het plaatsje staat.

Dat Hitler wilde doorstoten naar Engeland wordt duidelijk uit de verzameling boekjes en kaarten die schots en scheef in een vitrine liggen. De Abteilung für Kriegskarten und Vermessungswesen had de troepen in 1940 voorzien van Staddurchfahrtpläne England (ohne London!).

Vijf jaar lang is Alderney bezet geweest. Wrang genoeg voer de invasievloot in juni 1944 langs de Kanaaleilanden. Pas op 8 mei 1945 kon Winston Churchill het Britse parlement mededelen dat “our dear Channel Islands will be freed today.”

Het Alderney van nu is een natuurreservaat. Talloze vogels, waaronder de komische papegaaienduiker, nestelen in de rotsen. Het is het eiland van de fortificaties: Romeinse, Victoriaanse en Duitse. De 600 meter lange golfbreker, in 1864 aangelegd om de Britse vloot te beschermen tegen de Fransen, dreigt nu afgebroken te worden. Dat geeft commotie op het eiland. Achter ramen hangen protestposters en de ober op het terras van Chez André laat ons weten dat Guernsey Alderney kapot wil maken.

Het gevaar komt volgens The States Office nog steeds uit het oosten, blijkens de mededeling op het publicatiebord. “The islands of the Bailiwick are under the continuing threat of colorado beetle migrating from the French mainland. I therefore advise you to check your eastern facing coastal areas, especially any beaches that face east.”