Filmfestival Locarno bedreigt positie van Rotterdam

Het filmfestival van Locarno dat afgelopen weekeinde begon, viert dit jaar, net als dat van Cannes, zijn vijftigjarige jubileum. Het publiek reageerde sympathiek op Broos van Mijke de Jong, de enige Nederlandse inzending voor de Gouden Luipaard.

LOCARNO, 11 AUG. Er is geen dag in het jaar dat er niet ergens ter wereld een filmfestival wordt geopend. Het relatieve belang van zo'n festival wordt doorgaans afgemeten aan twee factoren. Aan de ene kant zijn de hoeveelheid en de kwaliteit van de wereldpremières van belang en de mate waarin de aanwezige professionals daar ruchtbaarheid aan geven. Aan de andere kant telt de aanwezigheid van een omvangrijk cinefiel publiek. Het lijdt geen twijfel dat de drie belangrijkste filmfestivals van Europa in Cannes, Venetië en Berlijn gehouden worden; alleen de laatste heeft ook een groot niet-professioneel publiek. Om de vierde plaats wordt stevig geconcurreerd door verschillende festivals in kleinere landen. Rotterdam is een belangrijke kandidaat, met zijn ruim 200.000 bezoekers en een schare trouwe regisseurs en professionals uit de vernieuwende en onafhankelijke hoek. Maar Locarno ook.

Het 'Festival Internazionale del Film di Locarno', dat dit jaar, net als Cannes, zijn vijftigste jubileum viert, wordt sinds 1993 geleid door de Italiaanse ex-directeur van Rotterdam, Marco Müller. Vorig jaar waren er 150.000 bezoekers, waarvan het grootste deel 's avonds in de open lucht, op het Piazza Grande, een van de 7.000 stoeltjes bezet. Vissend in dezelfde vijver als Rotterdam heeft Müller voor zijn gouden editie een competitieprogramma samengesteld dat meer belangwekkende films bevat dan de afgelopen jaren in Rotterdam naar een Tiger Award dongen. Als trefpunt van de 'onafhankelijke' filmmafia is Locarno nog net geen Rotterdam, vooral door de afwezigheid van een noemenswaardige filmmarkt. Maar Müller heeft wel een loyale stal van filmers op weten te bouwen, die hun film het liefst in Locarno voor het eerst vertonen.

De ambiance van Locarno, gunstig gelegen in een land dat zowel de Duits-, Frans- als Italiaanstalige cinema een beetje tot zijn eigen cultuur rekent, is charmant, het publiek enthousiast en geïnteresseerd in experimenten. Met uitzondering van enkele grote Amerikaanse kassuccessen op de Piazza Grande (Men in Black, Face/Off) doet Locarno weinig concessies aan de hegemonie van Hollywood. Slim bedacht is een retrospectief van onderschatte Amerikaanse films van de laatste halve eeuw, samengesteld door toonaangevende Amerikaanse regisseurs van dit moment.

Na twee dagen films kijken kan al worden geconstateerd dat de competitie om de Gouden Luipaard te sterk zal blijken voor de enige Nederlandse inzending, al reageerde het publiek sympathiek op de wereldpremière van Broos. Het is de derde lange speelfilm van Mijke de Jong, die vier jaar geleden in Locarno de Speciale Juryprijs won voor Hartverscheurend. Broos, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1995, geschreven en gespeeld door de actrices Marnie Blok, Maartje Nevejan, Leonoor Pauw, Adelheid Roosen en Lieneke le Roux, is een stap vooruit in de carrière van De Jong, die minder woest en improviserend te werk is gegaan dan voorheen, maar nog wel wilde camerabewegingen afwisselt met lange, statische shots. De filmbewerking van het stuk over vijf zusjes, die bij elkaar zijn gekomen om een videoband op te nemen voor het veertigjarig huwelijk van hun ouders, slaagt er niet helemaal in om de interessante studie van vijf karakters, hun jeugddemonen en verschillende opvattingen over de functie van familiegeheimen, in een dramatisch puntige vorm te gieten.

Broos is niet slecht, maar minder goed dan verwante films in de competitie van Locarno, zoals het Nieuw-Zeelandse debuut van Harry Sinclair met de provocerende en misleidende titel Topless Women Talk about Their Lives, geconstrueerd rond een zwangerschap van een van de personages en culminerend in het breken van de vliezen. Sinclairs film ploegt minder zwaar door het vertrouwde landschap van relaties, ouderschap en professionele ambities, en beschikt over een sprankelend, visueel gevoel voor humor, dat helaas af en toe in een maniertje vervalt.

De sterkste film in competitie is tot nu toe de Duitse productie Winterschläfer van regisseur Tom Tykwer, een paar jaar geleden nog in Rotterdam met zijn debuut Die tödliche Maria. Zijn in widescreen opgenomen, lyrische vertelling gaat ook al over die verloren generatie van jonge dertigers, die het geluk maar niet kunnen vinden, maar de toon is magisch, melodramatisch, meeslepend en bij uitstek filmisch. Een door het toeval bepaalde reeks tragische gebeurtenissen in een besneeuwd Duits bergdorp plaatst hun relatiedilemma's in een moreel daglicht, als zaken van leven of dood. Het verhaal van Winterschläfer doet denken aan de nieuwe, in Cannes bekroonde film van Atom Egoyan (The Sweet Hereafter), de toon komt soms in de buurt van een late film van Krzysztof Kieslowski. Wanneer de film in Locarno een hoofdprijs zou winnen verandert in één klap de status van Tykwer, van veelbelovend jong talent tot die van een van de weinige actieve filmauteurs in Duitsland, waar de filmzaken op het moment bovenal in commercieel opzicht goed lopen.

Als de rest van het competitieprogramma in Locarno (komend weekeinde worden de prijzen uitgereikt door de jury onder voorzitterschap van Marco Bellocchio) op het niveau blijft van de eerste dagen, dan moet Rotterdam ernstig op zijn tellen gaan passen; het internationale aanzien van een festival, zo bewijzen Cannes en Venetië, wordt immers niet afgelezen aan de massale aandacht van cinefielen voor lokale premières, maar aan het internationale effect van het programma. En het is wel zeker dat ook Rotterdam dit jaar zal leunen op de ontdekkingen van Locarno.

    • Hans Beerekamp