Eerherstel voor 'gekke' antinazi

De Oostenrijker Franz Jäggerstätter stemde in 1938 als enige in zijn dorp tegen de 'Anschluss' bij Duitsland. Als dienstweigeraar werd hij door de nazi's onthoofd. Jarenlang versleten de Oostenrijkers hem voor gek.

ST. RADEGUND, 11 AUG. “Hij wist niet dat hij sterven moest. De dag voor zijn dood schreef hij nog aan zijn vrouw dat hij gauw thuis zou komen.” De deelnemers van de herdenkingsbijeenkomst leven met hun held, de in 1943 wegens dienstweigering door nazi's ter dood veroordeelde boer Franz Jägerstätter uit St. Radegund in Oberösterreich. Precies 54 jaar geleden werd Jägerstätter in Berlijn onthoofd, maar nog steeds praten ze over 'Franz' alsof hij in hun midden is.

Het is een internationaal gezelschap, Zwitsers, Duitsers, Amerikanen en Oostenrijkers, dat elkaar jaarlijks ontmoet in de pastorie van de gemeente Ostermiething, waar St. Radegund onder valt. Ook Italianen zijn gekomen, niet voor de discussies maar voor de mis en de inmiddels traditionele voettocht van Ostermiething naar St. Radegund.

De jaarlijkse bijeenkomsten worden georganiseerd door theologe en Jägerstätter-biografe Erna Putz. Zij kreeg belangstelling voor “het geval-Jägerstätter” toen ze tien jaar geleden de weduwe interviewde. Jägerstätter was in Oostenrijk lange tijd een controversiële figuur. Een diep gelovige man die tot het inzicht was gekomen dat het nationaal-socialisme misdadig was en die daarom weigerde in Hitlers leger te vechten. Dat Jägerstätter bereid was voor zijn overtuiging te sterven, plaatste zijn generatie voor een dilemma. Als Jägerstätter juist had gehandeld, wat hadden zij dan gedaan? Deze pijnlijke vraag werd omzeild door Jägerstätter als een gek af te schilderen, als iemand die zich door blind geloof had laten misleiden en vrouw en kinderen in de steek had gelaten. De katholieke kerk ondersteunde deze versie van de “verdwaalde zoon”. Oostenrijkse soldaten hadden niet voor Hitler, maar voor God en vaderland gevochten. Met deze versie kon iedereen leven.

“Ontdekt” werd Jägerstätter door de Amerikaanse socioloog Gordon Zahn, die in 1964 In solitary witness. The life and death of Franz Jägerstätter schreef. De Oostenrijkse boer werd door sommigen in de VS als een heilige vereerd, zelfs het einde van de Vietnam-oorlog werd aan zijn invloed toegeschreven. Een belangrijk element van de Jägerstätter-mythe is dat de held een eenvoudige, arme boer was. Hij was een buitenechtelijk kind en toen hij 10 jaar oud was, trouwde zijn moeder met een rijke boer die Franz adopteerde.

Volgens Jägerstätter zelf bracht een “genade” hem tot het inzicht dat Hitlers oorlog misdadig was. Biografe Erna Putz relativeert die bewering: “De belangstelling voor zijn omgeving, zijn openheid heeft Franz aan zijn grootouders te danken. En arm was hij zeker niet.” Toch gaat in september de procedure van start voor zijn zaligverklaring.

Pagina 4: St. Radegund was geen nazi-dorp

Volgens biografe Putz had Franz Jägerstätter als enige in het dorp een motor: “Hij was een aantrekkelijke jongeman en is op z'n 29ste getrouwd. Franz was modern ingesteld, hij was de eerste man in het dorp die met de kinderwagen wandelde.”

De “levenslustige” Franz gebruikte zijn motor niet alleen voor pleziertochten. In 1934 bezocht hij Beieren om te weten te komen wat hij van de nazi's moest denken. Wat hij hoorde beviel hem niet en daarom stemde hij in 1938 als enige in zijn dorp tegen de 'Anschluss'. Al werd er geen verzet gepleegd, St. Radegund was ook geen nazi-dorp. De inwoners zijn er nu nog trots op hun standvastigheid en ze trekken graag de lijn door naar het heden. “Bij het anti-buitenlander-referendum kreeg Haider in de omgeving 27 procent van de stemmen, maar in St. Radegund kwam hij niet verder dan 4 procent! Wij hebben bootvluchtelingen opgenomen en later Bosniërs. Zonder hulp van buitenaf hebben we voor allen werk en onderdak gevonden”, vertelt een vrouw tijdens de voettocht.

“We hebben gezamenlijk het huis van Jägerstätter opgeknapt en er een museum van gemaakt”, vertelt Erna Putz. Dat gebeurde in 1983, toen Jägerstätter nog een controversiële figuur was. “Het onbehagen is vooral in de laatste vijf jaar bijna geheel verdwenen. Het was een generatieprobleem. Maar soms heb ik ook nu nog felle discussies met jonge mensen die hun vaders verdedigen. Die zat dan bijvoorbeeld bij de SS en moet hoe dan ook verdedigd worden.”

De voettocht is eigenlijk een processie. De misdienaar loopt met het kruis voorop en daarachter loopt een groep van ongeveer zevetig mensen. Onderweg sluiten zich mensen aan en er zijn twee vaste plekken waar appels en water wordt uitgedeeld. De oudere deelnemers worden met auto's gebracht. De meesten zijn in kleine groepen in politieke discussies verwikkeld.

De oudere mannen zijn pacifisten geworden. Zij verschuilen zich niet achter de “plichtsvervulling” en beseffen dat ze voor een misdadig regime hebben gevochten. Werkloosheid, sociale onrechtvaardigheden, privileges van ambtenaren en politici zijn de onderwerpen die de jongere deelnemers bezighouden.

Een man maakt zich zorgen over de toenemende xenofobie. “Doen we daar genoeg aan?” vraagt hij aan Putz. En houdt zij het voor mogelijk dat ook mensen die nu meelopen, gevoelig zijn voor hetzes tegen buitenlanders? Het is niet erg waarschijnlijk, als je de gesprekken zo hoort. Later vertelt de man dat hij met de kleinzoon van Arthur Seyss-Inquart in een woongemeenschap woont. “Hij loopt niet mee, maar hij stond bij de appel-verdeling. Ik heb hem verteld dat u uit Nederland komt en hij wil graag weten of zijn naam daar nog steeds grote emoties oproept.”

In St. Radegund wordt de groep opgewacht door Franziska Jägerstätter. De 84-jarige weduwe is een zeer vitale vrouw. Sinds 54 jaar houdt ze de nagedachtenis aan haar man in ere en binnenkort hoopt ze, met de zaligverklaring, de bekroning van haar werk nog te beleven.