'Een echte rijke-mensenbuurt wordt dit nooit'

Naar woningen in 19de-eeuwse stadswijken, concentratiegebieden voor sociale problemen, komt meer vraag. In de Amsterdamse Staatsliedenbuurt is dat al merkbaar: 'De buurt is aan het veryuppen'.

Liefst veertien maal zou de Maagd Maria zijn neergedaald in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Niet dat iemand dat werkelijk geloofde - toch kreeg zij van buurtbewoners haar eigen krantje (de Mariabode), haar eigen actiegroep ('Maria de Buurt Uit') en vrolijke processies met een nepkapelaan en kinderen in het wit. Er werd een comité-generaal van 'Onze Lieve Vrouw ter Staats' opgericht, dat een stoeptegel legde met de inscriptie 'Hier verschynt Zy'.

Dat was zeven jaar geleden. Thans, bericht het buurtperiodiek de Staatskrant in het laatste nummer, lijkt het centraal in de buurt gelegen Van Limburg Stirumplein definitief verloren als 'erkende Mariaverschijningsplaats'. Het Stadsdeel Westerpark, waartoe de Staatsliedenbuurt behoort, plaatste er onlangs op de plek van de Maria-stoeptegel een nieuw wachthuisje voor tramlijn 10. In het kader van de 'kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte', aldus het stadsdeel.

Vroeger zou de plaatsing van de 'Pisbaque', zoals buurtbewoners het door een kunstenaar ontworpen wachthuisje inmiddels doopten, in de Staatsliedenbuurt ten minste tot een ludieke tegenactie leiden. Maar het voormalige krakersbolwerk, waar midden jaren tachtig de toenmalige burgemeester Van Thijn werd bespuugd en beschimpt toen hij het waagde er een voet binnen te zetten, is met de komst van betere woningen veranderd.

“De buurt is saaier geworden. Er wordt niet meer gevochten”, zegt buurthistoricus Leo Adriaenssen (51). De Mariacultus ontstond uit heimwee naar strijd met het gezag, denkt hij. Bij gebrek aan barricades en actievergaderingen stortten de bewoners zich op een recreatieve vorm van Mariaverering - nu zijn zij zelfs daartoe niet meer te porren.

Adriaenssen is zelf ex-kraker, en auteur van Een dwarse buurt, waarin hij de recente geschiedenis van het wonen in de Staatsliedenbuurt beschrijft. “De Staatsliedenbuurt is aan het veryuppen”, zegt hij, “mede onder invloed van de honderden ex-krakers die er nog steeds wonen.” Zij zijn nu van middelbare leeftijd, hebben een baan en vaak kinderen en willen ook wel eens een betere en grotere woning. Zelf werd Adriaenssen mede-eigenaar van het pand dat hij destijds kraakte.

“Je kunt wel stellen dat we de buurt willen opwaarderen”, zegt M. van Lierop, PvdA-wethoudster Bouwen en Wonen van het stadsdeel Westerpark. “We willen ruimte bieden aan mensen met hoge inkomens.”

In de studie Woonverkenningen 2030 die vorige maand verscheen, geeft het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) op basis van drie verschillende scenario's een indruk van toekomstige woonbehoeften in Nederland. Vooral de vraag naar 'centrumstedelijke woonmilieu's', zo voorspelt VROM, zal aanzienlijk groeien. Meer mensen zullen steeds minder tijd hebben, en daardoor stijgt de vraag naar woningen met veel voorzieningen in de buurt. “Bij de scenario's met hoge economische groei kan de ruimtebehoefte van mensen met een hoog inkomen in stedelijke centra sterk toenemen. Dit kan grote gevolgen hebben voor de goedkope voorraad in de steden, omdat deze vaak juist in de omgeving van het centrum ligt”, aldus Woonverkenningen.

Die goedkope woningen zijn te vinden in 19de-eeuwse stadswijken, vanouds de wijken waar sociale problemen zich concentreerden. Zoals de Staatsliedenbuurt. Hier is de in Woonverkenningen geschetste ontwikkeling al merkbaar: de nabijgelegen Hugo de Grootbuurt, die tussen de Staatsliedenbuurt en het centrum van Amsterdam ligt, heeft al de snelst stijgende onroerend-goedprijzen van Amsterdam - nu willen ook steeds meer mensen met kinderen en een goed salaris zich in de Staatsliedenbuurt vestigen.

Stadsdeelvoorzitter R. Grondel (GroenLinks) heeft het laatst eens “met de natte vinger” uitgerekend: in acht jaar tijd wordt ongeveer zevenhonderd miljoen gulden in de Staatsliedenbuurt geïnvesteerd. Door woningcorporaties en projectontwikkelaars, en dankzij monumenten- en rijkssubsidies.

De buurt telt nu nog ruim zevenduizend woningen voor ongeveer elfduizend inwoners. De woningen zijn klein: slechts een derde telt meer dan vijftig vierkante meter. “De buurt had een overvloed aan slechte, dus heel goedkope woningen”, zegt Grondel. “Dat trok mensen die daarop zijn aangewezen: studenten, ex-krakers, migranten. En vaak mensen met alcohol- of drugsproblemen.”

Daardoor werd de Staatsliedenbuurt een doorgangsbuurt. De studenten trokken weg zo gauw ze het zich konden veroorloven. Wethouder Van Lierop: “Een groot verschil met de jaren zeventig en tachtig is dat zij nu willen blijven.”

Maar dan wel in grotere woningen. Van Lierop: “De bevolkingsgroep die in Amsterdam op goedkope woningen is aangewezen is inmiddels veel kleiner dan het aantal beschikbare woningen. Er is nu een overschot aan goedkope woonruimte.”

Daarom besloot het stadsdeel eind vorig jaar het hart van de buurt, de Fannius Scholtenwijk, ingrijpend te reorganiseren. Dit roept weerstand op bij buurtbewoners die vrezen dat de Staatsliedenbuurt nu definitief van karakter zal veranderen. Van de ruim vierduizend woningen in de Fannius Scholtenwijk heeft ruim de helft een huur lager dan vierhonderd gulden. Als het stadsdeel zoals gepland honderden woningen heeft samengevoegd tot ruimere woonruimte, en er zo'n honderdvijftig heeft gesloopt voor nieuwbouw, zullen er ruim duizend goedkope woningen minder zijn.

Y. van der Velde, bestuurslid van het wijkcentrum: “Kleine, goedkope woningen horen bij deze buurt. Als je die laat verdwijnen komen ze nooit meer terug. Nieuwbouw moet aan nieuwe regels voldoen, en dus altijd groter en duurder zijn.” Bovendien, zegt Van der Velde, kunnen de huurders hun woning nu nog zelf betalen. Straks zullen ze zijn aangewezen op huursubsidie: “Waarom moet de gemeenschap nou bijbetalen als dat helemaal niet nodig is?”

Van Lierop: “Ik wil een gemengde wijk, en daardoor zullen onvermijdelijk huren omhoog gaan. Maar een rijke-mensenbuurt zal dit nooit worden.”

30 procent van de bewoners van het stadsdeel Westerpark is academicus; toch is het gemiddelde opleidingsniveau nog het laagste van Amsterdam, evenals het gemiddeld inkomen. De Westerparker sterft vijf jaar eerder dan de gemiddelde Amsterdammer en het stadsdeel telt het hoogste aantal geregistreerde drugsverslaafden buiten de Bijlmer - van wie de meesten in de Staatsliedenbuurt wonen.

Sinds vijf jaar kunnen buurtbewoners klachten over verslaafden deponeren bij een door het stadsdeel opgericht meldpunt. Maar van de ongeveer 150 klachten die het meldpunt jaarlijks binnenkrijgt, zegt coördinator V. Tiel Groenestege, bleek tweederde niet over druggebruikers te gaan, maar over de enkele tientallen personen met psychiatrische problemen in de buurt die overlast veroorzaken. Tegen hen is het lastig optreden - daar is hun gedrag vaak ook te onvoorspelbaar voor. Zo was bij het meldpunt nog nooit een klacht binnengekomen over de verwarde man die in november een zelfmoordpoging ondernam door in zijn huis een gasontploffing te veroorzaken - waardoor twaalf woningen in de Staatsliedenbuurt onbewoonbaar werden.

“Het drugsprobleem kunnen en willen we ook niet oplossen”, zegt Groenestege. “Een rustige dealer mag van mij in zijn woning blijven. Maar als hij overlast veroorzaakt, leggen we een dossier aan en wordt hij zijn huis uitgezet.” Dit laatste gebeurt gemiddeld vijf keer per jaar. Nu wordt alleen in de Groen van Prinstererstraat nog op forse schaal gedeald. Sinds op de brug bij de avondwinkel in de buurt een alcoholverbod is ingesteld is ook de overlast van alcoholisten verminderd. Voor de winkel staan nu alleen nog de bedelaars, vaak jonge toeristen die in BBC English om 'a guilder, please' vragen.

Op de rand van de Staatsliedenbuurt, op het voormalig terrein van de Gemeentewaterleidingen, naderen de zeshonderd woningen van de nieuwe milieuvriendelijke 'eco-wijk' hun voltooiing: ruim de helft bestaat uit koopwoningen. Veel gezinnen uit de buurt hebben zich inmiddels voor een woning ingeschreven. “De open dag was een soort buggy-festival”, zegt wethouder Van Lierop. “Er is op het laatste moment nog snel een luierverschoonplaats ingericht.”

Voorts werden in de buurt begin dit jaar ruim tweehonderd nieuwe woningen opgeleverd op het 'Witteneiland'. Daarvan bestaat de helft uit huurwoningen onder de huursubsidiegrens - de overige woningen zijn koopwoningen. De helft van de woonruimte op het Witteneiland is nu betrokken door 'doorstromers' uit de buurt, stelt met nadruk Grondel, die er zelf ook een woning kocht. “En ik laat net als al die anderen een goedkope woning achter voor wie die harder nodig heeft.”

Grondels paradepaardje is het terrein van de voormalige Westergasfabriek, dat het stadsdeel vijf jaar geleden overnam van het GEB. Inmiddels hebben tal van culturele instellingen de monumentale panden op het terrein betrokken. Zoals Toneelgroep Amsterdam, die er voorstellingen geeft en Het Nationale Ballet, dat er repeteert. Het stadsdeel wil de Westergasfabriek nu ontwikkelen tot een 'internationale en interculturele ontmoetingsplek'. Rond de fabriek wordt voor achttien miljoen gulden een park met een festivalterrein aangelegd.

De Staatsliedenbuurt lijkt de grachtengordel wel, mopperen buurtbewoners sinds eind vorig jaar in het monumentale machinepompgebouw op het voormalig waterleidingterrein restaurant 'Amsterdam' werd geopend. De vierhonderd plaatsen van het restaurant zijn sinds de opening avond aan avond bezet door trendy eters uit de stad. Naast het het restaurant heeft Harry de Winters produktiebedrijf IDTV een televisiestudio ingericht waar onder meer het programma 'Laat de Leeuw' werd opgenomen. En projectontwikkelaar Cocon b.v. verhuurt er kantoren voor 275 gulden per vierkante meter. Dat is evenveel als goede kantoorruimte in het centrum opbrengt. “De Staatsliedenbuurt wordt een beetje een hype”, beaamt directeur H. Pattijn. “Nu moet de wijk alleen nog wennen aan een nieuwe identiteit.”