E. Sulvaran over 'uitzichtloze' situatie Curaçaose gedetineerden; 'Recht van de sterkste zegeviert'

Dat in de Curaçaose strafgevangenis geen doden zijn gevallen noemt advocaat Eldon Sulvaran 'een wonder'. Al jaren pleit hij voor verbetering van de situatie waarin de gedetineerden zich bevinden.

WILLEMSTAD, 11 AUG. “De volgende uitbarsting is een kwestie van tijd”, zegt de Curaçaose advocaat Eldon Sulvaran. Sinds jaren pleit hij voor verbetering van de omstandigheden waarin de gevangenen in de strafgevangenis in de wijk Koraal Specht in Willemstad verkeren. In rechtszaken die hij zelf aanspant en tijdens de behandeling van strafzaken van gevangenen laat Sulvaran geen kans onbenut om rechters op de 'uitzichtloze situatie' van de gevangenen te wijzen.

Sulvaran: “In Nederland discussiëren juristen over de vraag of het wettig is twee gedetineerden samen in een cel op te sluiten. Maar Nederlandse rechters die vinden dit in Nederland niet kan, hebben er geen moeite mee een beklaagde in Curacao lange straffen op te leggen. Terwijl zij weten dat die hier met drieënntwintig anderen in een cel komt die is bestemd voor vier gedetineerden.”

De strafgevangenis van Curaçao werd begin jaren '60 voor maximaal 250 gedetineerden gebouwd, maar telt nu ruim 500 gevangenen. Langgestraften, voorlopig gedetineerden, jong, oud en mensen met een psychische stoornis verblijven in dezelfde ruimten.

Dat de gevangenisbewakers de gevolgen van de overbevolking niet aankunnen, is hen volgens Sulvaran dan ook niet te verwijten. “Als er op de binnenplaats ruim driehonderd gevangenen verblijven en er breekt een vechtpartij uit, zullen zij niet snel tussenbeide komen. Dat is levensgevaarlijk. Er is een regime ontstaan waarbij het recht van de sterkste gedetineerden zegeviert.”

Gevangenen straffen elkaar zonder dat daartegen wordt opgetreden, zegt Sulvaran.

“Er zijn legio gevallen van ernstige mishandeling. Andere gevangenen zullen daarover niets verklaren, anders wacht hen eenzelfde lot.” Sulvaran slaagde er onlangs in een gevangene naar Nederland te laten overbrengen voor het uitzitten van zijn straf. De advocaat van deze man had zich bij de behandeling van zijn strafzaak laten ontvallen hoe bepaalde gedetineerden werden onderdrukt door anderen. “De gevangene, die zelf niets had gezegd, moest dit bekopen met gebroken ribben, een schedelbasisfractuur en diverse kneuzingen. De daders zijn niet gestraft.”

Volgens Sulvaran is een verharding in de mentaliteit van de gevangenen merkbaar. “Dat er nog geen doden zijn gevallen mag een wonder heten.”

Hij wijst op het toenemend aantal gevangenen dat vastzit wegens betrokkenheid bij de handel in drugs. “Van de gedetineerden heeft 90 procent met drugs te maken gehad, maar de 'big fish' blijven meestal buiten schot. Alleen de kleine jongens uit de tussenhandel worden opgesloten.”

De Antilliaanse gemeenschap dringt zelf aan op meer en langere straffen. “Al sinds de slaventijd wordt hier gedacht dat repressie de beste manier is om paal en perk te stellen aan de stijgende criminaliteit. Maar onder dit soort inhumane omstandigheden kun je niet verwachten dat er betere mensen uitkomen als hun straf erop zit. Dat zien we toch al aan het sterk toegenomen aantal geweldsdelicten, met name de gewapende roofovervallen op onze eilanden?”

Sulvaran pleit voor een nieuwe strafgevangenis, met voldoende faciliteiten en betere werkomstandigheden voor de cipiers en met de mogelijkheid om verschillende groepen gedetineerden van elkaar te scheiden. Ook moet er volgens hem meer aandacht komen voor de resocialisatie van gevangenen. “Minister Joris Voorhoeve heeft ingestemd met een financiering voor zo'n project van 100 miljoen gulden, maar de Antilliaanse bestuurders durven het niet aan. Zij willen geen Hilton-hotel voor gedetineerden naar Nederlands model.” De bestaande gevangenis wordt nu gerenoveerd en er komt een jeugdgevangenis. “Maar de kern van de problemen wordt niet aangepakt.”

Hij glimlacht als hij hoort dat de opstandelingen nu de door henzelf vernielde cellen moeten repareren. “Het klinkt leuk, maar er zal werkgereedschap verdwijnen om wapens van te maken.”

Sulvaran dring nu aan op wijziging van het strafvorderingsbeleid. “Het is toch van de gekke dat hier hoge straffen worden opgelegd, ook voor relatief kleine delicten, terwijl men tevoren weet dat de helft van die straf toch wordt kwijtgescholden uit plaatsgebrek?” Als de Curaçaose autoriteiten voor het einde van dit jaar niets ondernemen, zegt Sulvaran, dan zal hij een klacht indienen bij de Europese Commissie tegen Foltering. “Die heeft de huidige situatie al enige tijd geleden als ontoelaatbaar omschreven.”

Opstand ten einde

Aan de opstand die vorige week uitbrak in de strafgevangenis van Curaçao kwam zaterdagochtend een einde. Uit onvrede over nieuwe bezoekregels en een verscherpte controle vernielden ongeveer 250 gevangenen donderdagochtend muren, celdeuren en het interieur van enkele afdelingen van de gevangenis. Daarna verschanste de groep zich op de binnenplaats, die werd gebarricadeerd. De autoriteiten onthielden hen van water, voedsel en stroom. Toen de gedetineerden vrijdagavond toezegden de rommel op te zullen ruimen kregen zij weer water en trok de politie zich terug. De volgende ochtend, na een rustige nacht, kregen de gevangenen hun eerste maal in twee dagen. Eén gedetineerde werd opgenomen in een ziekenhuis. Medegevangenen hadden hem toegetakeld omdat hij niet aan de acties wilde deelnemen. De schade die de gedetineerden hebben aangericht bleek zaterdag groot. Waar mogelijk moeten gevangenen van de jeugdafdeling, de preventieve afdeling, de strafgevangenis en het huis van bewaring meehelpen met de reparatie en de bekostiging ervan, aldus gevangenisdirecteur Glenn Mingueli. Welke straf de opstandelingen te wachten staat kon hij nog niet zeggen, wel dat daarbij geen onderscheid is te maken tussen wie actief aan de acties heeft deelgenomen en wie niet. Voorts, zei Mingueli, blijven de nieuwe bezoekregels van kracht.