'WAO-keuring vaak geobjectiveerd natte-vingerwerk'

Iemand met het chronisch vermoeidheidssyndroom ME krijgt alleen een WAO-uitkering als duidelijk is dat hij niet in staat is passende werkzaamheden te verrichten. Dat kan ook als bij lichamelijk of psychisch onderzoek geen afwijkingen worden gevonden.

AMSTERDAM, 9 AUG. Keuringsartsen hebben het er maar moeilijk mee: Zij moeten beoordelen of en in welke mate een patiënt niet in staat is om te werken. Maar hoe moet dat als er geen lichamelijke of psychische afwijkingen worden gevonden die de ziekte verklaren? Hoe kunnen dan de 'objectieve beperkingen' worden vastgesteld, zoals de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voorschrijft? In de praktijk leidt dat tot grote verwarring nu keuringsartsen steeds vaker te maken krijgen met ziektebeelden waarvan de oorzaak niet 'objectief medisch' is vast te stellen. Het chronisch vermoeidheidssyndroom, ook bekend als myalgische encefalomyelitis (ME), is zo'n ziekte.

De Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskundigen (NVVG) is ongelukkig met de huidige gang van zaken, zo verklaarde zij gisteren naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in de zaak die een secretaresse uit Venlo had aangespannen nadat bij haar de WAO-uitkering na een herkeuring was gestopt. De Centrale Raad, de hoogste rechter op het gebied van de sociale verzekeringen, stelde het Landelijk instituut sociale verzekeringen, dat het verstrekken van de uitkeringen coördineert, in het gelijk. Volgens de gehoorde deskundigen kon niet worden aangetoond dat de vrouw, die er zich op beriep dat zij door lichamelijke klachten niet kon werken, geen passende werkzaamheden zou kunnen verrichten.

De verzekeringsgeneeskundigen menen echter dat de interpretatie van het in de wet genoemde 'objectiveringsbeginsel' niet eenduidig is. “Wij vinden dat veel ME-patiënten wèl recht hebben op een uitkering, ook al zijn de klachten niet altijd medisch te staven. Wanneer de rechter de uitkering onmogelijk maakt, staan zowel de ME-patiënten als de verzekeringsartsen in de kou”, zegt de vereniging.

Maar volgens W. Bastiaanse van Gak Nederland, de grootste uitvoeringsorganisatie van de WAO, is dat beeld onjuist. “Het lijkt nu alsof je met die ziekte nooit een WAO-uitkering kunt krijgen. Dat is pertinent onjuist. Daarbij heeft er ook geen categorale keuring plaats. Het gaat niet om de ziekte maar het gaat om de beperking die iemand heeft waardoor hij geen volledig salaris (meer) kan verdienen. De WAO-uitkering is een loondervingsverzekering. De mate van de beperking verschilt van patiënt tot patiënt”, alsdus Bastiaanse.

Wie in aanmerking wil komen voor een WAO-keuring is al 52 weken ziek voordat hij door de keuringsarts onderzocht wordt. Die concludeert aan de hand van een lijst met 27 punten in welke mate een patiënt wel of niet kan werken. De eerste 26 punten zijn vooral van medische aard en punt 27 heeft betrekking op het dagelijks functioneren van de patiënt. Bastiaanse: “Dat is een verruiming voor de keuringsarts. Die is minder gebonden aan de strikt medische criteria. De 27-puntenlijst is controleerbaar en daardoor medisch objectiveerbaar.”

Behalve keuringsartsen levert het 'objectiviteitsbeginsel' patiënten ook problemen op. Patiënten met klachten die medisch niet onderbouwd zijn, hebben moeite om een WAO-uitkering te krijgen. Dat is niet alleen het geval bij ME-patiënten. Ook RSI-patiënten (Repetitive Strain Injury, een verzamelnaam voor aandoeningen die kunnen ontstaan door het steeds herhalen van bewegingen) en degenen die lijden aan fibromyalgie (een reumatische aandoening in de weke delen van het lichaam) of 'whiplash' “kampen met het probleem dat hun klachten niet altijd aantoonbaar zijn”, aldus H. Bunnik.

Bunnik is gespecialiseerd in beroepsziekten en begeleidt onder anderen RSI-patiënten die een WAO-uitkering aanvragen. “De klachten worden gelukkig serieus genomen maar het begrip RSI accepteert de keuringsarts nog niet”, aldus Bunnik. Volgens hem wordt er te subjectief door keuringsartsen omgegaan met de beoordeling van de klachten. “Een patiënt kreeg van de ene dokter te horen dat hij nog gemakkelijk tien kilo kon dragen op het werk terwijl de andere arts de man geheel afkeurde.”

De term 'medisch objectiveerbaar' vindt Bunnik uit de lucht gegrepen. “Mijn ervaring is dat het beter is te spreken van 'geobjectiveerd natte-vinger-werk.”