Verdomme Kees

De plus van Canal+ zegt het al: geld. Daar draait het om in de sport en met name in het voetbal. Het leer is BV geworden. De BV Bal. Met dank aan de sponsors en de media.

Je leest op de sportpagina's van de kranten nog alleen over geld. De hele zomer heeft het gegonst van transfergeruchten, ook in de respectabele media. De beurs is een slaaphok als je het vergelijkt met de voetbalmarkt. Bij NEC is een jonge Fin gesignaleerd en hopla: bussen verslaggevers razen over de snelweg. Eerste vraag: was het een koopje, meneer Calderwood? Marcio Santos terug naar Ajax: wereldnieuws. Voetbalgekte terwijl er nog niets gewonnen is. Het Parool spande deze week de kroon. De kwaliteitskrant opende de voorpagina met de transfer van Kees Jansma naar Canal+. Jansma is tien doden op het Marktplein in Jeruzalem waard. Zou hij er zelf nog om kunnen blozen?

Uit de talloze interviews die de glundermachine Jansma met enig gevoel voor pathos doorstond onthoud ik een zinnetje: “De nood aan status ligt reeds lang achter mij, mevrouw.” Wijze woorden van een vijftiger, maar misschien toch iets te hoog gegrepen. Hoezo status? Wat zou de status van een journalist zijn anders dan als bevoorrechte getuige te mogen toekijken op een sublieme flits, een dribbel, een doelpunt, een ace of een demarrage. Status in de sport bestaat niet, althans niet als tijdsbegrip. Na Romario komt Ronaldo, na Indurain komt Ullrich. Wie weet nog wie Gianni Rivera was? Of Bob Spaak? Nochtans ooit mannen met status.

Als er zoveel status in een Hilversumse kantine te rapen viel, waarom was de chef-sport dan zo schermgeil? Jansma was met zijn microfoon niet uit de catacomben weg te branden, als Ajax speelde en zeker niet als het Nederlands elftal aantrad. Dan zag je hem na de wedstrijd Ronald de Boer een handje geven. Nog vóór Louis van Gaal. Ik heb me wel eens afgevraagd of hij vorig jaar Cruijff niet had ingehuurd om zelf nog wat deskundiger en frivoler in beeld te komen. Met andere woorden, Kees wist perfect waar hij zijn status moest zoeken: bij het volk dat door hem werd toegesproken - nog vaker toegelachen. Van de NOS mocht het allemaal en de kijkers vonden het ook prima. Meer gestreelde ijdelheid kan Canal+ de nationale voetbalcommentator niet bieden.

Zou Kees een klappertje hebben gemaakt? Hij beweert zelf van niet. In zijn wereld is er niets mis met een klappertje. Sterker, wie in het voetbal en aanverwante media een klapper uit de weg gaat, wordt gedoodverfd als een schlemiel. De junioren van Ajax en PSV sukkelen nog met het binden van de veters, weten niet wat buitenspel is, maar wat een klapper is wisten ze al in de wieg.

Ik gun Kees wel een extraatje. Het is tenslotte een droevig lot als miljoenen Nederlanders je week na week ouder zien worden. Daar mag iets tegenover staan. En ach, in salonsocialisme kent Van der Louw zijn gelijke niet. Jansma hoeft zich dus niet te schamen voor wat tekengeld waarmee hij alsnog dat hutje in de Provence voor zijn kleinkinderen kan bekostigen.

Huichelachtiger is de suggestie dat de betaalzender Canal+ meer noblesse zou hebben dan het vulgaire Sport7. Hoe en waar dan? Het scheelde niet veel of de Studio Sport-chef had in de hoogdagen van Jos Staatsen de avondklok voor Nederland willen inroepen. Jansma zag in Sport7 een aanslag op de democratische informatierechten van dit goede volk. Vandaag weten we dat zijn zorg om de voetbaldemocratie persoonsgebonden was, niet instituutgebonden. Wat Staatsen namens goed fatsoen niet werd toegestaan, is Canal+ van harte gegund. Opeens is decoder geen scheldwoord meer.

Studio Sport is wel eens vergeleken met het koningshuis. Soevereine sluitstukken van een lotsgemeenschap. Je hoeft ze niet te zien, als ze er maar zijn. Het gevoel dat er burchten zijn die de burger kwalijke dromen besparen over vijandelijke legers, UFO's, heksen en trollen volstaat. We weten dat de toestand hopeloos is, maar niet ernstig.

Koninklijke macht verplicht. En met dissidente koningskinderen loopt het meestal slecht af. Waar die wanhoop toe kan leiden weten oude bomen en dolfijnen.

Het zou mij oprecht zeer doen als ik Kees Jansma straks in het Amsterdamse Bos tegenkom. En hem daar dan verdwaasd naar een boom zie staren. Als een monkelende mummie.