Ruzies bedreigen de coalitie in Roemenië

Interne meningsverschillen en de gevolgen van de drastische hervormingen voor de bevolking dwingen de Roemeense president Constantinescu steeds vaker tussenbeide te komen om conflicten te sussen.

ROTTERDAM, 9 AUG. Dat het moeilijk zou worden, hebben president Emil Constantinescu en zijn premier Victor Ciorbea nooit onder stoelen of banken gestoken: “Ik kan u slechts werk, zweet en soberheid beloven”, zei Ciorbea na zijn aantreden, eind vorig jaar, tot de Roemenen die in de verkiezingen eindelijk Ion Iliescu en zijn ex-communisten hadden weggestuurd. De euforie was groot, maar Ciorbea waarschuwde dat Roemenië na zeven jaar van pseudo-hervormingen in het slop zat en daar slechts met paardenmiddelen uit zou kunnen komen: de prijzen moesten drastisch omhoog, de massa-privatisering zou tienduizenden mensen werkloos maken en er zou geen geld zijn om de slachtoffers van de hervormingen tegemoet te komen.

Driekwart jaar later is de euforie vervlogen en heeft de harde werkelijkheid de Roemenen ontnuchterd. Dat raakt de persoonlijke populariteit van de nieuwe leiders niet: Constantinescu en Ciorbea hebben nog steeds veel krediet. Volgens een recente opiniepeiling van het blad România Libera zijn ze zelfs de enige politici in Roemenië met een vertrouwensoverschot: Constantinescu wordt vertrouwd door 54 prcent van de bevolking en gewantrouwd door 41 procent; voor Ciorbea zijn die percentages 50 en 43 procent. De naar de oppositiebanken verwezen Iliescu, die inmiddels ook in de steek is gelaten door de enige min of meer populaire politicus in zijn gelederen, oud-minister van Buitenlandse Zaken Teodor Melescanu, wordt nog maar vertrouwd door 27 procent van de bevolking - en gewantrouwd door 64 procent.

Dat ongebroken vertrouwen in president en premier is van belang nu de druk op de regering groeit. De keiharde hervormingen bedreigen steeds meer de cohesie binnen de regeringscoalitie. Die bestaat uit de Democratische Conventie (CDR), een partijenbundeling waarin de christen-democraten van Ciorbea en Constantinescu de hoofdrol spelen, de Democratische Partij van oud-premier Petre Roman en de partij van de Hongaarse minderheid, de UDMR.

Het botert steeds minder tussen deze groeperingen. De Hongaren wantrouwen Roman: hij was premier ten tijde van de anti-Hongaarse excessen van 1990. De aanhang van Constantinescu heeft ook weinig vertrouwen in Roman - premier onder Iliescu - en zijn partij, die ze zien als een club van zakenlieden en technocraten, afkomstig uit de nomenklatoera van weleer. Roman cum suis beschouwen van hun kant het duo Constantinescu-Ciorbea als onervaren nieuwelingen die de regering hebben volgestopt met incompetente en dilettantistische christen-democraten.

Begin vorige maand kwamen de onderlinge ruzies tot een hoogtepunt. Roman - voorzitter van de Senaat - sprak van een “vertrouwenscrisis in de coalitie”. Hij verweet de christen-democratische ministers een gebrek aan politieke wil om te hervormen en maakte maakte duidelijk alleen maar in de regeringscoalitie te blijven omdat er geen andere levensvatbare politieke formule is. De afwijzing van de Roemeense kandidatuur van de NAVO leidde tot nieuwe conflicten, toen de woordvoerster van minister van Buitenlandse Zaken Adrian Severin Ciorbea openlijk de schuld gaf van het echec.

De ruzie werd - voorlopig - bijgelegd door president Constantinescu. Severins woordvoerster kon vertrekken. In ruil verdwenen beschuldigingen aan het adres van Roman en Severin als zouden ze illegaal woningen voor spotprijzen hebben gekocht, van tafel.

Sindsdien heeft Constantinescu zijn nieuwe rol - die van arbiter - vaker moeten spelen, want het is ruzies blijven regenen in Boekarest, tussen partijen en tussen ministers, die van hun premier Ciorbea het verwijt kregen zich “kinderachtig te gedragen”. Het voortdurende 'etnische gestook' van Hongarenvreter Gheorghe Funar, burgemeester van de Transsylvaanse stad Cluj (Kolozsvár), die tot zijn afschuw heeft moeten aanzien hoe in zijn stad een Hongaars consulaat werd geopend en die niets nalaat om de consul het leven zuur te maken, komt de sfeer tussen de UDMR en de coalitiepartners ook niet ten goede.

De vakbonden zorgden deze maand voor de volgende crisis. Op 31 juli liepen de vier grootste vakbonden van het land, met samen vier miljoen leden, woedend weg uit overleg met de regering: ze verweten de hervormingsministers te weinig daadkracht, ze verweten Ciorbea “de hervormingen te verknoeien” en zijn ministers met hun eeuwige ruzies niet in de hand te hebben en ze weigerden verder te praten tenzij president Constantinescu bij het overleg zou aanschuiven. Minister van Hervormingen Ulm Spineanu zou moeten worden ontslagen en dat zou ook moeten gebeuren met “incompetente” ambtenaren van Financiën. Begin deze week bereikten de regering en de bonden alsnog een akkoord - opnieuw dankzij ingrijpen van Constantinescu. Weliswaar blijft Spineanu gewoon zitten, maar de prijs is hoog: de bonden sleepten een prijscompensatie voor de inflatie uit het vuur die er niet om loog - 17 procent voor het derde en 6 procent voor het vierde kwartaal van dit jaar - en dwongen bovendien de regering de elektriciteitsprijs verder te subsidiëren.

Deze ontwikkelingen bedreigen het proces van de hervormingen en de sanering van 's lands economie na zeven jaar van gemodder. Het IMF is nog steeds tevreden over het hervormings- en bezuinigingsbeleid, maar de druk neemt toe. De conflicten vormen bovendien koren op de molen van Ion Iliescu, die vanuit de coulissen van de oppositie in steeds radicaler termen tekeer gaat tegen het duo Constantinescu-Ciorbea: zij hebben “Roemenië aan het Westen verkocht”, zo fulmineerde de ex-president onlangs. Erger: “Roemenië bestaat niet meer als natie.” Een lichtpuntje voor Roemenië's nieuwe leiders is dat dergelijke retoriek zo doorzichtig is dat Iliescu voornamelijk zichzelf diskwalificeert.

    • Peter Michielsen