Overgave leidt tot overdaad op Boulevard-festival

Voorstelling: Korbes; unne mèns van Tankred Dorst door Productiehuis Brabant. Decor: Jan van Hoof; kostuums: Annelies de Ridder; regie: Anny van Hoof; spelers: Dries Smits, Heleen Juurlink, Dianne Krijnen e.a. Gezien 8/8 Locatie Fort Crèvecoeur, Hedelse Brug. Te zien t/m 16/8 aldaar. Inl.: Theaterfestival Boulevard 's-Hertogenbosch, 073-6125125.

Zomerfestivals en openluchtvoorstellingen stemmen vaak mild. Zo trekt De Parade door het land, een bonte mengeling van optredens in kleine theaters en van opklapbare etablissementen met spiegels. In 's-Hertogenbosch opende gisteravond het Theaterfestival Boulevard, een week die gevuld is met theater op locatie, met performances en installaties. Hoog boven het festivalterrein torent een immense trap, voorzien van monitoren met geluidsboxen waaruit bizarre geluiden opklinken. De klanken van zingende fietswielen en oliedrums die tot slagwerk dienen vermengen zich met het geroezemoes van het publiek. Scheuten licht gaan door het halfduister dat heerst onder de bomen aan de voet van de St. Jan.

Iets verderop regent het onophoudelijk tussen de boombladeren door. Hier treedt Pe Vermeersch op in een kleine, beklemmende wereld die de Fonteinen van de woede heet. In een aaneenschakeling van heftige bewegingen begeeft zij zich door de sluiers van stromend water, alsof ze ronddwaalt in een eindeloos labyrint waarin geweld en liefde overheersen. Dat zijn grote woorden. Dat komt vaker voor op de festivals, het contrast tussen zomerse luchtigheid en zwaarte van thematiek.

Ver buiten het festivalterrein speelt op de locatie van Fort Crèvecoeur bij de Hedelse Brug acteur Dries Smits de hoofdrol in Korbes; unne mèns van Tankred Dorst. Waar hij acteert, temidden van grashalmen en een bosrand in de verte, is het dreigend en gevaarlijk. Op drie reusachtige platforms speelt het bittere stuk zich af. Dorst is, met Schwab en Kroetz, een van de heftigste auteurs van het Duitse taalgebied. Korbes; unne mèns, gespeeld in het Brabants dialect, is daarvan een keihard voorbeeld. De man is een woesteling die zich niets gelegen laat liggen aan de normen van liefde en begrip. Hij juicht om de dood van zijn tweede vrouw, die als een opgebaarde dode in een reusachtig bed ligt. Het lijkt alsof ze zich dichtbij de hemel bevindt, maar feitelijk zweeft ze aan de rand van de hel. In een mateloos fysieke acteerstijl acteert Dries Smits de radeloosheid van Korbes. Zijn naam is ontleend aan een sprookje van Grimm, waarbij de gemene Korbes nooit kan slapen, want spelden zijn verscholen in zijn kussen; hij kan geen vuur aansteken, want dan gooit een kat as in zijn gezicht. Uiteindelijk loopt hij naar buiten, waar een molensteen op zijn hoofd valt en hem doodt.

De voorstelling is groots opgezet met tal van figuranten en kinderen. Tegelijkertijd met Korbes' beproevingen leest een acteur het lijdensverhaal van Christus voor uit de bijbel. Deze acteur, in het wit gehuld en gekleed in een witte mantel, is als een pilaarheilige die doem en verschrikking predikt. Intussen verandert Korbes langzaamaan van een mens in een schreeuwend monster. Tot overmaat van ramp wordt hij blind, zodat elke trap die op zijn weg komt en elke emmer die voor zijn voeten ligt hem doet botsen of struikelen.

Er is weinig ruimte voor de fantasie van de toeschouwer in deze voorstelling, die met een onstuitbare, dreinende kracht twee uur lang doorgaat. Korbes maakt geen ontwikkeling door, en dat is jammer, want de intensiteit waarmee Smits speelt is groot. Maar overgave kan ook leiden tot overdaad, en dat is wat er gebeurt. Regisseur Anny van Hoof heeft tal van theatrale beelden in haar hoofd, en ik begrijp ook dat de weidse omgeving haar hiertoe heeft geïnspireerd, maar de felheid die het stuk bezit moet niet met opgejaagde felheid van spelen doodgemaakt worden.

De treffendste rol ging naar Heleen Juurlink als Korbes' buurvrouw Frida. Met schelle stem doorsnijdt zij het duister, haar moederlijkheid is betuttelend maar ook dodelijk. Zij kan wat maar weinig acteurs of actrices kunnen, en dat is met koele ironie heel veel pathos creëren. Aan het eind verdwijnt Korbes in het duister, gekluisterd aan een rolstoel. Een roemloos einde van een man die de wereld naar zijn hand wil zetten, die de woede onder zijn ledematen heeft maar die niet in staat is daar vorm aan te geven. Woede, opstandigheid, gefnuikte tederheid: grote woorden voor het maken van voorstellingen onder de open lucht van Brabant.

    • Kester Freriks