'Ook lokale belastingen zijn nodig aan herziening toe'

Bij een vernieuwing van het fiscale stelsel zou staatssecretaris Vermeend een 'klapper' kunnen maken wanneer hij de bezem zou halen door de lokale belastingen en tarieven. Maar de gemeenten houden de berekeningen van hun tarieven geheim, constateert MKB-Nederland.

DEN HAAG, 9 AUG. Op het ministerie van Financiën wordt hard gewerkt aan een belastingstelsel voor de volgende eeuw. Volgens staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) valt met het huidige stelsel nog slechts geringe winst te boeken als het gaat om vereenvoudiging en het verbeteren van de fiscale concurrentiepositie.

“We zouden een geweldige klapper kunnen maken wanneer Vermeend niet alleen zijn aandacht zou richten op de rijksbelastingen, maar als ook de lokale belastingen en heffingen zouden worden gemoderniseerd”, meent Anneloes van Boxtel, regionaal econoom van de werkgeversvereniging MKB-Nederland. “Veel van deze lokale lasten en de uitvoering zijn hopeloos ouderwets. Per liter benzine wordt in Nederland bijvoorbeeld vier cent precariobelasting betaald (een belasting die wordt geheven op het hebben van uithangborden boven de openbare straat, red.). Niet meer van deze tijd. En hoe kunnen we spreken van een lastenverlichting voor bedrijven terwijl niet duidelijk is wat op bedrijfsniveau wordt betaald aan de overheid via de lokale heffingen en belastingen.”

Niemand in Nederland heeft volgens Van Boxtel inzicht wat er zich op lokaal belastingniveau afspeelt. De wijze waarop de kostprijs van gemeentelijke producten wordt bepaald, is een 'zwarte doos'. De gemeente is vrij in het vaststellen van de gemeentelijke belastingen. Aan gemeentelijke heffingen is een maximum gebonden, deze mogen nooit meer zijn dan honderd procent van de kosten.

MKB-Nederland wil de beleidsbevoegdheid van gemeenten niet aan banden leggen, maar pleit er wel voor om op landelijk niveau afspraken te maken over de grondslag; het bedrag waarover belasting wordt geheven. Tarieven en dienstverlening van gemeenten zijn dan beter met elkaar te vergelijken.

In een onderzoek concludeerde Vermeend en staatssecretaris Tonny van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) vorig jaar dat de Haagse inkomenspolitiek wordt gefrustreerd door lokale politici. Stijgende lokale lasten hebben direct invloed op de koopkracht van de burgers. De afgelopen jaren zijn de lasten met name gestegen door forse verhogingen van de lokale milieuheffingen. De uitbreiding van deze regelgeving heeft tot kosten geleid voor gemeenten die zij via lokale heffingen voornamelijk op burgers en bedrijven verhalen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen is gestegen van 5,4 miljard gulden in 1990 tot 9,6 miljard in 1997.

De stijgende tarieven gaan gepaard met een stijgende irritatie over het gemeentelijk belastinggebied. Jammer genoeg, althans voor gemeentebestuurders, zijn lokale heffingen erg zichtbaar. Dit verklaart veel van het verzet tegen lastenverhogingen. Goed zichtbare heffingen roepen onevenredig veel verzet onder de burgers op. Ter indicatie: de rijksoverheid heft 95 procent van alle belastingen en sociale premies vrijwel onzichtbaar, door inhoudingen op lonen en uitkeringen, en via belastingen die zijn begrepen in de winkelprijzen (BTW en accijnzen). Gemeenten belasten heilige koeien: huis, hond en het parkeren van de auto in de binnenstad.

Een jarenlange lobby van met name de Consumentenbond is effectief gebleken. Het kabinet-Kok wil meer greep krijgen op de gemeentelijke belastingen en heffingen. Het kabinet wil dat gemeenten volgend jaar de belastingen en heffingen verlagen. En om de dalende inkomsten voor de gemeenten te compenseren, wordt de afdracht van de rijksoverheid aan de gemeenten met ongeveer 400 miljoen gulden verhoogd.

Na vele signalen van verontruste ondernemers en werkgeversorganisaties heeft Vermeend toegezegd de ontwikkeling van de lokale lasten in kaart te brengen. Een werkgroep begon vorig jaar een onderzoek naar de hoogte en de verschillen in lokale lastendruk en de gevolgen voor het bedrijfsleven. Maar de werkgroep kwam al snel tot de conclusie dat op geen enkele wijze inzichtelijk kan worden gemaakt wat de lokale lasten zijn voor individuele bedrijven.

“Via totaalcijfers en allerlei vergelijkingen wordt geprobeerd om een analyse te maken”, zegt werkgroep-lid Van Boxtel. Maar de betekenis van deze analyse is gering. “Het gemiddeld gezin bestaat, het gemiddeld bedrijf niet. Voor een chemisch bedrijf is de milieuwetgeving zeer belangrijk, voor een accountantskantoor niet.”

Van Boxtel verwijst naar een onderzoek van de Vrije Universiteit waaruit ook blijkt dat er onvoldoende inzicht is in de wijze waarop de kostprijs van gemeentelijke producten wordt bepaald. “De werkgroep had een unieke kans om in deze leemte te voorzien, maar de gemeenten houden de berekeningen van hun tarieven geheim.”

“Een prijs-prestatie-verhouding is dus niet te maken”, zegt Van Boxtel. “Ondernemers zijn uiteraard bereid om belasting en tarieven te betalen, maar willen wel graag weten welke tegenprestaties daar tegenover staan.” Volgens haar zouden gemeenten er groot belang bij hebben om volledige inzicht te geven in de kostprijs van gemeentelijke tarieven.

De rijksoverheid heeft in het verleden taken overgeheveld naar de gemeenten, maar dat leidde niet tot een substantiële stijging van het gemeentebudget. Dat was ook niet nodig, zo luidde de argumentatie van 'Den Haag'. Het doel van het decentralisatiebeleid is verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de overheidsorganisatie te leggen, waarbij aangenomen wordt dat lagere overheden efficiënter en goedkoper werken. “Efficiënter en goedkoper, maar het rijk kan er vanuit gaan dat het niet gratis kan gebeuren. Met als gevolg dat burgers en bedrijfsleven worden geconfronteerd met stijgende tarieven.”

Volgens Van Boxtel zijn de gemeentelijke tarieven in sommige gevallen fnuikend. “Vier jonge meubelmakers wilden in Rotterdam een onderneming beginnen. Ze waren al een jaar bezig en het business-plan zag er veel belovend uit. Maar toen ze de tarieven van milieu- en hinderwetvergunning hoorden zijn ze zich rot geschrokken. Ze blijven nu thuis zitten en de kans om een eigen bedrijf te starten is in de kiem gesmoord.”