Mission impossible; MIR-Station is van levensbelang voor Russische ruimtevaart

Deze week is de operatie van start gegaan om het gehavende ruimtestation Mir weer op orde te brengen. Een riskante onderneming. Mislukking zou de doodsteek voor de Russische bemande ruimtevaart betekenen.

RUIM EEN HALF JAAR geleden maakte de Russische ruimtevaarder Anatoli Solovjov bekend dat hij geen deel wilde uitmaken van de eerste Amerikaans-Russische bemanning voor het internationale ruimtestation Alpha. Hij ruilde van plaats met zijn collega Joeri Gidzenko. Solovjov kon toen uiteraard nog niet bevroeden dat hij als gevolg van die 'ruil' de komende tijd, samen met boordwerktuigkundige Pavel Vinogradov, een van de belangrijkste en moeilijkste reparatieklussen in de ruimte tot een goed einde moet zien te brengen: Operatie Mir.

Dinsdag vertrok van de lanceerbaarbasis Baikonoer in Kazachstan het Russische ruimteschip Sojoez TM-26, met aan boord Solovjov en Vinograd. Donderdag vond de koppeling aan de Mir plaats, met de hand. Rond 20 augustus hopen de verse bewoners van het ruimtestation de elektrische verbindingen met de beschadigde Spektr-module te herstellen, waardoor meer stroom beschikbaar zal komen en de wetenschappelijke experimenten kunnen worden vervolgd. Begin september (maar wellicht later) zal een eerste ruimtewandeling worden uitgevoerd om de schade aan de buitenkant van de Spektr-module te inspecteren. Het is nog steeds onduidelijk hoeveel gaten of gaatjes er eind juni precies zijn geslagen bij de botsing met het onbemande transportvoertuig Progress M-34. Het echte herstelwerk, met misschien wel vier of vijf ruimtewandelingen door Solovjov en Vinogradov, komt vermoedelijk pas in de loop van oktober en november aan bod.

Voor de Russische bemande ruimtevaart is het van levensbelang dat het Mir-complex nog een jaar of wat - misschien zelfs wel tot het jaar 2002 - dienst kan blijven doen met betalende klanten uit de VS en Europa. Zonder die westerse valuta zou het, in de huidige situatie althans, snel gedaan zijn met een 'eigen' programma voor bemande ruimtevluchten. In dat geval zou de rol van Rusland op het gebied van de ruimtevaart voor het eerst sinds de Spoetnik-1 (4 oktober 1957) waarschijnlijk beperkt blijven tot het uitvoeren van lanceringen voor derden.

Maar hoe zit het dan met de Russische participatie in het internationale Alpha-ruimtestation, dat in essentie toch wordt beschouwd als de geavanceerde opvolger van de Mir?

Op papier was het inderdaad allemaal dik voor elkaar met die Russische deelname aan Alpha, maar het laatste jaar zijn er grote problemen gerezen met betrekking tot de tijdige levering van enkele Russische modules die de eerste bouwstenen van het Alpha-complex moeten gaan vormen. Die vertragingen zijn een gevolg van het feit dat de bij de bouw betrokken bedrijven (Energia en Kroenitsjev) veel te lang op de door Moskou toegezegde financiële middelen hebben moeten wachten, waardoor er lange tijd zelfs geen lonen konden worden uitbetaald. En dus werd er ook niet of nauwelijks gewerkt. Technici gebruikten het cylindervormige omhulsel van een van die modules ter grootte van een autobus op een gegeven moment alleen nog maar om er 's middags een dutje in te doen. De eerste bemande vlucht naar het Alpha-complex in wording was gepland voor mei 1998, maar zal nu waarschijnlijk pas in 1999 plaats hebben, los van de vraag of de Russen dan nog Alpha-participanten zijn of niet.

VERKROPPEN

Officieel heette het dat Anatoli Solovjov - niet te verwarren met de huidige Mir-vluchtleider Vladimir Solovjov - niet zo lang op een volgende ruimtevlucht wilde wachten. Bovendien vermoedde hij dat nog wel meer vertraging zou ontstaan. Maar insiders weten dat Solovjov, net als veel andere Russische ruimtevaartbonzen, het maar moeilijk kon verkroppen dat niet híj, maar zijn Amerikaanse collega William Shepherd commandant van de eerste Alpha-bemanning zou zijn (het derde bemanningslid is dan overigens wel weer een Rus, Sergej Krikaljov). En voornamelijk om die reden schijnt Solovjov zijn Alpha-missie aan Gidzenko te hebben 'geschonken' in ruil voor de komende Mir-reddingsvlucht - die toen overigens nog als een normale, rustige routineklus gepland stond.

De Amerikanen mogen voor de realisering van die eerste fase van het Alpha-complex dan verreweg het meeste geld op tafel leggen, toch speelt Russische ruimtevaarttechnologie - en ook de aanwezigheid van Russische kosmonauten - juist in dat vroege stadium een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol. Al zou het alleen maar zijn omdat Shepherd, Gidzenko en Krikaljov hun trip naar de dan vermoedelijk uit twee Rusische modules (van elk 20 ton) bestaande Alpha maken in een Russische Sojoez-capsule, die met een Russische raket wordt gelanceerd vanaf de basis Baikonoer in Kazachstan.

Maandenlang hebben, voornamelijk achter gesloten deuren, Amerikanen en Russen stevig geruzied over het Alpha-gezagvoerderschap. De Russen hielden hardnekkig vast aan hun eigen kandidaat, de zeer ervaren Solovjov. Zij zwichtten pas toen de Amerikanen met zwaar geschut kwamen door hun voormalige Gemini- en Apollo-astronaut Tom Stafford te laten opdraven met - wat werd omschreven als - een 'persoonlijk advies'. Stafford had in de zomer van 1975 het commando over de eerste Amerikaans-Russische koppelingsoperatie in de ruimte: het Apollo/Sojoez-project. Amerikaanse onderhandelaars verklaarden naderhand in Space News dat de Russen nog altijd “groot respect voor generaal Stafford” toonden, hem als een “wijs man” beschouwden en met Shepherds benoeming instemden, omdat het daarbij ging om een advies van Stafford.

Daarmee leek het probleem uit de wereld te zijn, maar dat was schijn. In het Russische parlement heeft de ruzie een staartje gekregen. Vooral de communisten hebben geen goed woord over voor de Russisch-Amerikaanse samenwerking op het gebied van de ruimtevaart. Viktor Iljoesjin, voorzitter van de parlementaire veiligheidscommissie, noemt de kwestie van het eerste gezagvoerderschap voor Alpha in Space News een typisch voorbeeld van de “vernederende wijze” waarop de Amerikanen hun Russische partners behandelen. “De Amerikanen proberen ons hun voorwaarden te dicteren. Zo is nu hun astronaut aangewezen als commandant van de eerste Alpha-bemanning, terwijl onze kosmonauten juist veel meer ruimtelijke ervaring hebben opgedaan, tijdens langdurige Saljoet- en Mir-expedities. De Amerikanen beschouwen ons echt niet als deskundigen, als experts.”

De Russische kritiek veranderde niets aan het Amerikaanse standpunt. William Shepherd wordt officieel aangeduid als 'expeditiecommandant' en zal verantwoordelijk zijn voor 'de veiligheid en het welzijn van de bemanning en voor de uitvoering van de totale missie'. Joeri Gidzenko, de plaatsvervanger dus van Anatoli Solovjov, wordt 'technisch manager' met volledige verantwoordelijkheid voor de technische operaties van de Russische Alpha-segmenten.

VOLSTE RECHT

Toch sluit Nasa, zij het aarzelend en duidelijk met tegenzin, niet uit dat in de toekomst ook Russische kosmonauten als expeditiecommandant c.q. gezagvoerder van het Alpha-complex zullen kunnen fungeren. En de adjunct-directeur van het Amerikaanse Centrum voor Bemande Ruimtevaart in Houston, ex-astronaut James Wetherbee, wil in het blad Spaceflight zelfs nog wel toegeven dat het “helemaal niet abnormaal” was dat de Russen een van hun kosmonauten voordroegen als algemeen gezagvoerder: “Ze hadden het volste recht om dat te doen.”

Veel verder lijken de Amerikanen niet te gaan. Zij maken gewoon keihard gebruik van de huidige dramatische situatie in de door chronisch geldgebrek bijna ten dode opgeschreven Russische ruimtevaartinspanningen. De Russen hebben, hoe vreemd het ook mag klinken, deelneming aan het Alpha-project dringend nodig om het geld binnen te krijgen waarmee ze toch nog enigermate ruimtevaart kunnen blijven bedrijven. Vandaar ook dat ze een kwestie als die van het eerste gezagvoerderschap niet al te hoog spelen. Ze denken er namelijk serieus over hun aandeel in Alpha commercieel te exploiteren door 'plaatsbewijzen' te verkopen aan geïnteresseerden.

De eerste potentiële kandidaat (met mogelijk een vlucht in de periode 2000/2001) heeft zich al gemeld: Frankrijk. In Parijs wil men niet wachten totdat er misschien eens een Fransman in Europees verband (ESA) wordt gelanceerd om in het (omstreeks het jaar 2002) aan Alpha te koppelen Europese ruimtelaboratorium dienst te doen. Ze hebben daarbij immers ook nog eens concurrentie uit andere Europese landen, met name Duitsland en Italië. De Russen zouden bereid zijn om regelmatig een van hun vaste plaatsen aan boord van de Russische sectie van het Alpha-complex te verkopen aan de hoogste bieder. Met de miljoenen aan westerse valuta die dergelijke transacties opleveren, kunnen de Russen op andere gebieden van de ruimtevaart bijna complete wonderen verrichten en in elk geval (achterstallige) lonen uitbetalen.

Een soortgelijke commerciële benadering wordt al jaren gevolgd in het kader van het Mir-project. Vandaar ook dat Moskou er alles aan doet om die Mir ondanks allerhande ouderdomskwalen zo lang mogelijk, in elk geval aanzienlijk langer dan aanvankelijk was voorzien, in bedrijf te houden. Aan boord van die Mir zijn het tenminste nog Russen die als 'gezagvoerder', al dan niet overspannen en kampend met gezondheidsproblemen, de scepter zwaaien.

Intussen legt deze voorgeschiedenis van gekrenkte trots wel een extra zware druk op de schouders de 49-jarige Anatoli Solovjov, geboren en opgegroeid in de Letse hoofdstad Riga en al sinds 1976 lid van het Sovjetrussische en nu nog uitsluitend Russische kosmonautenteam. Solovjov vindt dat hij met zijn vier ruimtevluchten aan boord van de Mir (in totaal 453 dagen) over veel meer ervaring beschikt dan zijn Amerikaanse collega Shepherd (drie ruimteveermissies in 1988, 1990 en 1992 van in totaal nog geen drie weken). Bovendien maakte Solovjov tijdens zijn vier missies ook nog eens negen ruimtewandelingen.

AFVAL

Dat surplus aan ervaring zal hij nu moeten aanspreken tijdens zijn komende 'mission impossible' met de onervaren Vinogradov. De huidige Mir-bemanning heeft het er overigens nog steeds moeilijk mee, dat niet zij maar het duo Solovjov-Vinogradov als puinruimers zijn aangewezen. Vassili Tsibijev, Aleksandr Lazoetkin en Michael Foale voelen zich duidelijk schuldig aan de recente ongelukken aan boord van het Mir-complex: de botsing van de vermoedelijk verkeerd met afval volgeladen Progress-vrachtcabine met de zonnepanelen en de wand van de Spektr-module en kort daarop het ontkoppelen (door Lazoetkin) van een elektriciteitskabel waardoor de stroom vrijwel volledig uitviel.

En het is nog maar zeer de vraag of ze nog enige troost kunnen putten uit het feit dat de commandant van de reddingsmissie, Anatoli Solovjov en zijn boordwerktuigkundige Aleksandr Balandin zeven jaar geleden (17 juli 1990) tijdens een verblijf aan boord van de Mir óók een ernstige fout maakten die hun zelfs bijna het leven kostte. Via het luik van de Kvant-2 module maakten het tweetal een niet op aarde getrainde ruimtewandeling om enkele bij de lancering losgeraakte stroken isolatiemateriaal van hun Sojoez-terugkeercabine op te rollen en vast te zetten.

Solovjov en Balandin hadden kennelijk haast; ze maakten, tegen alle voorschriften in, het luik van de Kvant-2 al open toen de druk in de luchtsluis nog niet volledig was opgeheven. Daardoor sloeg het luik met een klap naar buiten, waardoor de scharnieren werden verbogen en ontzet. Pas bij een tweede ruimtewandeling slaagden ze erin het luik (met enig bruut geweld) volledig te sluiten, waarbij ze de steel van een hamer als hefboom gebruikten. Het was een dubbeltje op zijn kant, ze hadden hun zuurstof bijna verbruikt. De definitieve reparatie van het sluisluik moesten ze overigens overlaten aan de volgende bemanning, maar ook die slaagde er niet in. Pas het dáárop volgende kosmonautenteam wist de klus te klaren door het scharnier volledig te vervangen. Dat gebeurde een half jaar na het eigenlijke incident.

Ook dat was (en is) typisch Russisch, althans in de ruimtevaart: 'Haast je niet, we hebben alle tijd. En als wíj het niet kunnen, dan doen onze opvolgers het wel'. Dat principe volgen de Russen al sinds ze in 1971 hun ruimtevaartaspiraties volledig op langdurige bemande ruimtestations richtten (Saljoet-1 t/m. -7 en Mir). De Amerikanen hebben het wel eens wat moeilijk met die instelling. Dat ligt ook voor de hand, aangezien hun missies per ruimteveer, een uitzondering daargelaten, nooit langer dan twee weken duren. Als er tijdens een Space-Shuttlevlucht iets gerepareerd moet worden, dan moet dat bij voorkeur wel meteen gebeuren. Anders kan het niet meer en moeten hele reeksen dure experimenten en onderzoekingen worden geschrapt. “De Amerikanen voeren hun reparaties aan de Space Shuttle op aarde uit. Wij doen het logischerwijs in de ruimte en dat trekt nu eenmaal wat meer de aandacht”, legt een medewerker van het vluchtleidingscentrum uit.

KLANT IS KONING

Bij de komende Mir-herstelwerkzaamheden is overigens meer haast geboden dan doorgaans het geval is. De Russen vinden het helemaal niet leuk dat ze de Franse astronaut/onderzoeker Leopold Eyharts, die aanvankelijk met Solovjov en Vinogradov mee zou gaan naar de Mir, hebben moeten vertellen dat hij voorlopig dient te wachten. Voor de missie van Eyharts wordt door de Fransen betaald en in de Russische ruimtevaart is de klant tegenwoordig koning. Ze kunnen er gewoon niet meer zonder. Zo'n uitstel op het laatste moment is geen goede reclame. Hoe sneller de Mir weer behoorlijk draait, des te beter. Daarmee kan ook een eventuele Amerikaanse terugtrekking uit het Mir-project worden voorkomen.

Toch moet er een klein wondertje gebeuren wil de klus van Solovjov en Vinogradov volledig achter de rug zijn wanneer in de tweede helft van september het Amerikaanse ruimteveer Atlantis arriveert om de 37-jarige astronaute Wendy Lawrence voor een verblijf van vier maanden in de Mir af te leveren. Lawrence neemt aan boord van de Mir de plaats in van Michael Foale, die eind september met dezelfde Atlantis naar de aarde terugkeert.

Foale's Russische vrienden-in-de-nood Tsiblijev en Lazoetkin worden overigens anderhalve maand eerder (14 augustus) al per Sojoez naar de steppen van Kazachstan teruggevlogen: uitgeput, boos, teleurgesteld en gefrustreerd. Een commissie van onderzoek staat daar klaar om te proberen er achter te komen wat er precies allemaal gebeurd is, en wat er allemaal is misgegaan. Geen leuk vooruitzicht.

    • Sjoerd van der Werf