Koers worstelt met zijn snelheidsbegrenzer

Marko Koers ging gisteren bij de WK atletiek als zesde over de finish in de finale van de 800 meter. Terugblik op een 'te snelle wedstrijd'.

ATHENE, 9 AUG. Als enige Nederlander had Marko Koers een serieuze kans op een medaille bij de wereldkampioenschappen atletiek in Athene. Zijn hoop op de 800 was gevestigd op een snelle finale. Dat was in zijn voordeel, zo vermoedde de 24-jarige atleet. Zijn wens ging gisteravond in vervulling, zij het met één belangrijke kanttekening: het ging té snel.

Onder broeierige omstandigheden (28 graden) kwam Koers gisteravond meteen achterop te liggen. Hij passeerde in de slotmeters nog wel twee concurrenten, maar verder dan de zesde plaats reikte hij niet. De Keniaan Wilson Kipketer, uitkomend voor Denemarken, prolongeerde zijn wereldtitel.

Koers kon zijn tegenstanders niet zien in de eerste meters. Hij startte in baan acht en dat leek hem op te breken. Achter hem ging de grote favoriet Kipketer hard van start. Zes atleten volgden het spoor van de Keniaan. Alleen Koers verloor de aansluiting. “Maar als ik op baan één had mogen starten dan zou het nog niets hebben uitgemaakt”, zei Koers na afloop. “Zo'n snelle opening kan ik nog niet aan. Ik kan me wel rot gaan lopen, maar dan ben ik aan het einde weer kapot.”

Koers zegt “een soort snelheidsbegrenzer” te hebben. Als de eerste tweehonderd meter sneller gaan dan 24 seconden, dan stribbelt zijn lichaam tegen. En omdat de lopers ditmaal 23,47 seconden nodig hadden voor de eerste tweehonderd meter, was hij gedwongen zijn eigen tempo te volgen. “Ik moest blijven lopen zoals mijn benen wilden”, zei Koers. Het betekende dat hij na de eerste van de twee ronden toch weer in de buurt van de anderen kwam.

Patrick Ndururi was de eerste die hij voor zich zag opdoemen. Het duurde even voordat Koers de Keniaan kon passeren omdat Ndururi in de binnenbaan bleef lopen. “Dat was cruciaal. Marco verspeelde daarbij net te veel kracht. En het gaat nu eenmaal om zulke kleine dingen”, constateerde zijn coach Theo Joosten.

Koers liep daarna ook nog voorbij de Amerikaan Mark Everett, maar verder kwam hij niet. Op de laatste honderd meter wist hij ondanks een verwoede poging niet meer bij de anderen te komen. Aanvankelijk dacht hij vijfde te zijn geworden, maar Rich Kenah, de tweede Amerikaan, bleek voor in plaats van achter hem te zijn gefinished. Koers finishte in 1.44,85, op ruim een seconde van winnaar Kipketer (1.43,38).

Vorig jaar eindigde de talentvolle Koers als zevende op de 1.500 meter bij de Olympische Spelen. In Athene verbeterde hij zich op de 800 meter en die constatering bezorgde hem een voldaan gevoel. “Maar ik baal ervan dat ik met mijn eindsprint die jongens niet meer heb kunnen inhalen.” Vooraf droomden Koers en trainer Joosten stiekem over een medaille. De coach vertelde zijn pupil vooraf dat hij “een medaille kon winnen, maar niet moest winnen.” Koers berustte na afloop in zijn prestatie. “De halve finale is een loterij, maar als je eenmaal in de finale zit, is alles mogelijk. Er ligt op de 800 meter één man voor op de rest, Kipketer, en de anderen liggen gewoon vrij dicht bij elkaar. Dan gaan het om de vorm van de dag. Dus heb ik wel aan een medaille gedacht. Je denkt altijd zo hoog mogelijk.”

Met zijn 24 jaar was Koers gisteravond de jongste deelnemer in de finale. Volgens zijn trainer kan hij nog veel beter worden dan hij nu is. “Alles moet nog beter. Dat doen we stapje voor stapje. We hebben de weg van de geleidelijkheid gekozen. We gaan straks weer harder trainen dan voorheen.”