Heftig natuurgeweld

Nu ik op een leeftijd ben dat de generatie onder mij kinderen krijgt, valt het me op hoe vaak tijdens een bevalling complicaties optreden. Vrouwelijke leeftijdgenoten met wie ik hierover praat hebben dezelfde indruk. Is dit een vertekening van de werkelijkheid, waarbij we vergeten hoe het in onze tijd was, toen per slot van rekening de zomers ook altijd zonnig waren en we iedere winter konden schaatsen?

Eigenlijk denk ik van niet en heb ik altijd wel geweten dat een bevalling voor een vrouw een biologische crisissituatie is. Maar als je jong bent en zelf nog moet, kun je je het niet permitteren dit ten volle tot je door te laten dringen. Nu pas begrijp ik mijn moeder die na ieder geboren kleinzoontje, achternichtje of vriendenkind zei: “Ik ben zó blij dat het weer achter de rug is.”

De medische vooruitgang heeft veel risico's weggenomen, in westerse landen overlijden nog maar heel weinig vrouwen in het kraambed. Maar een bevalling blijft nog steeds een heftig natuurgeweld dat over een vrouw heen trekt. Daarom heb ik me in de jaren zestig en zeventig in mijn toenmalige werkkring steeds verzet als er in de voorlichting een rozig beeld van werd geschetst. Dat paste namelijk wel bij de geest van die tijd, waarin een naïeve aanbidding van 'de natuur' viel te bespeuren. Een geboorte was een 'natuurlijk' proces, dat als men het maar zijn gang liet gaan vanzelf ten goede afliep. De menselijke neiging tot beredderen zou alleen maar verstorend werken. Het was de tijd waarin het in de kraamkamer niet zo zeer hygiënisch als wel gezellig en sfeervol moest toegaan, met muziek en kaarsen.

Er werd ook graag gewezen op vrouwen uit Azië of Afrika, die als haar barensweeën begonnen, even achter een boom gingen zitten en enige tijd later met het kindje gebonden op de rug weer bij hun stalletje of op het veld te zien waren. Nooit hoorde je verhalen over vrouwen die niet meer achter die boom vandaan kwamen.

Integendeel, medisch ingrijpen, dat voor een aantal van zulke vrouwen levensreddend zou zijn geweest, werd in een ongunstig daglicht gesteld. Artsen zouden zo door hun nieuwe technieken zijn geboeid dat zij die te pas en te onpas tijdens bevallingen wilden toepassen.

In de jaren zestig en zeventig trad dan ook een herwaardering op van de vroedvrouw. Dat paste bij de opvlammende emancipatie en had ook wel iets. Waarom zou zo'n typisch vrouwelijke aangelegenheid door mannen moeten worden begeleid en gestuurd? Het is echter opmerkelijk dat er nooit een sterke lobby is geweest voor vrouwelijke gynaecologen. De vroedvrouwen maakten zich sterk en dat heeft nogal eens tot een voor patiënten ongelukkige animositeit geleid tussen medisch en paramedisch. Een animositeit die werd versluierd doordat het leek te gaan om de tegenstelling thuis - ziekenhuis.

Nederland was echter altijd al bekend om het vergeleken met andere landen grote aantal thuisbevallingen. Veel daarvan werden geleid door huisartsen en er zijn geen gegevens waaruit blijkt dat die het er zo veel slechter afbrachten dan de toenmalige vroedvrouwen. Hoe hun onderlinge werkverhouding was weet ik niet, waarschijnlijk had ieder zijn of haar eigen terrein, want het was veelal een milieuverschil of men met arts of vroedvrouw beviel.

Bij de ideologische opleving van het vroedvrouwschap in de jaren zestig en zeventig is echter in die verhouding een competentiestrijd binnengeslopen. Ik ben in de juistheid van deze mening gesterkt door uitspraken van vroedvrouw Beatrijs Smulders een dezer dagen in Het Parool. Zij is één van de belangrijkste voorvechtsters van het vroedvrouwschap en in het desbetreffende interview zet zij thuis-met-de-vroedvrouw af tegen in-het ziekenhuis-met-de-arts. “Ziekenhuizen, dat is goed denkt men, want dan is er altijd een gynaecoloog aanwezig. Maar vrouwen verdrinken in al die witte jassen en massaliteit. Kleinschaligheid en persoonlijke aandacht voor de barende vrouw, daar gaat het om”, aldus Smulders.

Afgezien van het feit dat ik niet zie dat de moderne, assertieve, jonge vrouw zich door witte jassen zo snel laat overweldigen, is het een ontkenning van de bevalling als risicosituatie en van al die bevallingen die dank zij medisch ingrijpen toch nog goed zijn afgelopen.

Misschien dat Beatrijs Smulders ook wel voelde dat zij de tegenstelling te scherp aanzette, maar haar waarschijnlijk als verzoening bedoelde opmerking maakt de zaak alleen maar erger, want volgens de interviewster is haar advies “Thuis beginnen en dan kijken waar het schip strandt.” Maar een bevalling mag helemaal niet stranden! Dat is precies wat ik nu herhaalde malen om mij heen heb ervaren: thuis begonnen en dan in paniek met ambulance en sirene alsnog naar het ziekenhuis, omdat de vroedvrouw niet wilde erkennen dat de situatie te gecompliceerd voor haar werd en zij veel te lang wachtte de bevalling uit handen te geven aan een arts.