Goud verliest glans

De goudmarkt heeft alle glans verloren. De goudprijs is laag, de vooruitzichten voor herstel zijn vooralsnog afwezig. “Goud is een koopje”, sombert Philip Klapwijk, expert bij Gold Field Mineral Services, een onderzoeksinstituut gelieerd aan de Zuid-Afrikaanse goudmijnen dat is gevestigd in Londen. De boosdoeners zijn gauw gevonden. Dat zijn de westerse centrale banken die hun goudvoorraden verkleinen, en speculanten die gokken op een verdere prijsdaling.

Na een piek boven de vierhonderd dollar in 1996 vertoont de goudprijs (in dollars per troy ounce) een gestage daling. Begin juli bereikte de prijs een dieptepunt van 314 dollar per ounce en sindsdien heeft de prijs zich iets hersteld. Toch vrezen deskundigen dat de prijs de komende maanden onder de grens van 300 dollar terecht kan komen.

De directe aanleiding voor de prijsdaling vormde de aankondiging eind juni van de centrale bank van Australië dat deze 167 ton goud, tweederde van zijn goudvoorraad, in de markt had verkocht. “Als Australië verkoopt, dan kun je geen enkel land meer uitsluiten van goudverkopen”, zegt Klapwijk. “Men is bang dat dit het topje van de ijsberg is en dat er nog meer goudverkopen door centrale banken zullen volgen. Zij delen nu de grootste klappen uit.”

De Nederlandsche Bank baarde al eerder internationaal opzien met goudverkopen. In tranches, 400 ton in 1993 en 300 ton eind 1996, stootte de Nederlandse centrale bank bijna de helft van zijn goudreserves af. De opbrengst hiervan is in de vorm van rentegevende deviezen aan de valutareserves van de centrale bank toegevoegd. De verkoop had te maken met de harmonisatie van de goud- en deviezenreserves van de nationale centrale banken vooruitlopend op de Economische en Monetaire Unie, waarbij de deelnemende landen hun reserves gedeeltelijk zullen samenvoegen en onder beheer stellen van de Europese Centrale Bank.

De angst in de goudmarkt is dat andere landen met omvangrijke goudreserves - de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Italië en Zwitserland - eveneens zullen overgaan tot omzetting van hun goud in rentedragende valuta. Dat zou de prijs verder onder druk zetten. Maar daarmee snijden de centrale banken zichzelf in de vingers: hun goudreserves worden daardoor minder waard. Bovendien zullen sommige centrale banken niet zo makkelijk goud verkopen - zie de recente rel in Duitsland toen het alleen maar over een herwaardering van de waarde van de goudvoorraad van de Bundesbank ging.

“Ik vind het moeilijk om te geloven dat de Europese centrale banken bezig zijn de goudmarkt te verpesten”, zegt Klapwijk. “Zij hebben belang bij een ordelijke markt en zullen scherpe prijsdalingen willen voorkomen.”

In het kielzog van de centrale bankiers zijn speculanten opnieuw in de goudmarkt opgedoken. Risico-zoekende hedge-fondsen verkopen short, dat wil zeggen speculerend op een verdere prijsdaling. Maar ook de mijnbouwbedrijven zelf zijn bezig op de termijnmarkt goud te verkopen omdat ze een lagere prijs in de toekomst verwachten. Noord-Amerikaanse mijnbouwconcerns doen dat zelfs met goud dat ze lenen van de centrale banken, vertelt Justin Baring, goudexpert van ING Barings in Londen.

Merkwaardig genoeg kan de productie van nieuw gedolven goud niet voldoen aan de wereldwijde vraag naar goud van de industrie en van de goudverwerkende juweliers en edelsmeden. In de Golf-regio, India en China is volop belangstelling voor goud als investering. “De vraag is groter dan de productie”, bevestigt Klapwijk. Vorig jaar bedroeg het gat tussen de mijnbouwproductie (2.346 ton) en de totale vraag (3.290 ton) maar liefst 944 ton. Dit verschil wordt gedekt door de omsmelting van gebruikt goud, door particuliere verkoop, verkoop door de centrale banken, of door forward selling, de verkoop van toekomstige productie door mijnbouwmaatschappijen.

De reputatie van de goudmarkt is dit jaar verder geschaad door het schandaal met de Bre-X goudmijn op Borneo. Deze 'grootste goudvondst' uit de geschiedenis bleek te berusten op grootsscheepse fraude van het Canadese mijnbouwbedrijf met de grondmonsters. Gretige beleggers bleken niet te hebben geïnvesteerd in een goudader, maar in een gat in de grond. Dat heeft de goudmijnsector geen goed gedaan.

Tegen de huidige goudprijs is een kwart van de wereldproductie onrendabel. De hardste klappen vallen in de Zuid-Afrikaanse mijnbouwsector, vertelt Justin Baring. Tegen de huidige marktprijs is veertig procent van de Zuid-Afrikaanse mijnbouwindustrie nog winstgevend, als de goudprijs onder de grens van 300 dollar zou duiken, is dat nog slechts twintig procent. Herstructureringen zijn hoognodig, maar het is kostbaar om grote mijnen te sluiten. Daarom geven veel mijnbouwondernemingen er de voorkeur aan om desnoods met verlies door te werken en zich op de termijnmarkt tegen prijsdalingen in te dekken. “De mijnbouwbedrijven schieten zichzelf hiermee in de voet”, zegt Baring. “De mijnbouwindustrie leeft in geleende tijd.” Maar, stelt hij vast, goud staat al in de belangstelling sinds de tijden van Cleopatra. En dat zal nog wel zo blijven.