De wondertuin van Nagasaki

Een van de wonderlijkste tuinen die ik ooit heb gezien, is de formele, achttiende-eeuwse tuin achter het Huis ten Bosch. De stijl, Nederlandse barok, is op zichzelf niet wonderlijk.

Het merkwaardige zit hem in de omgeving van de tuin: niet Den Haag, maar de kust van Kyushu, in Japan. Niet alleen is het nogal uitzonderlijk om een achttiende-eeuwse Europese tuin te zien liggen aan zee, tegenover Korea, met Japanse bergen en spitse pijnbomen op de achtergrond; curieuzer nog is het feit dat deze tuin in Nederland nooit heeft bestaan. Aan het 'echte' Huis ten Bosch ligt namelijk een geheel andere tuin. Die in Nagasaki is aangelegd volgens een oorspronkelijk ontwerp dat in Den Haag nooit is uitgevoerd.

Het Huis ten Bosch, zoals alom bekend, maakt deel uit van een groots opgezet themapark in de vorm van een Nederlandse stad. Nagasaki Holland Village is verdeeld in wijken. 'Utrecht' is er een van, en Breukelen, Spakenburg, en ik meen me te herinneren Alkmaar, althans de kaasmarkt (met echte Hollanders), en ook, om de een of andere reden, Wassenaar. De huizen zijn van een nergens anders bestaande schaal: groter dan Madurodam - je kunt naar binnen om de kamers te bezichtigen - maar kleiner dan in het echt.

Het plan om Holland Village te bouwen op een braakliggend stuk land, oorspronkelijk bedoeld voor industrie, kwam op in het hoofd van een Japanse zakenman op terugreis uit Nederland. Het is allang mijn overtuiging dat themaparkbazen dromerige dictators zijn, op zoek naar hun eigen utopie, waar zij oppermachtig kunnen heersen. Sommigen zijn kwaadaardiger dan anderen. Holland Village valt denk ik in de goedaardige categorie. Het idee, volgens de folders, is de creatie van een ideale stad waar 'mens en natuur' in harmonie leven. Het was ook de bedoeling dat mensen daadwerkelijk zouden leven tussen de namaak Utrechtse grachtenhuizen en Breukelense tulpenvelden. Hiervan is tot nu toe blijkbaar nog niet veel gekomen.

Nu hoor ik u al zeggen: wat typisch Japans, die neiging tot imitatie, of typischer nog, tot verbetering van een imitatie. En dat gepraat over harmonie en natuur. Echt oosters. Ook dat idee dat je een soort ideale natuur in miniatuur kunt herscheppen: je denkt meteen aan bonsaiboompjes en kleine Chinese bruggetjes en pagoden in aquaria. Had Mishima niet al eens geschreven dat Japanners een klein maar perfect model van de beroemde gouden tempel in Kyoto nog mooier vinden dan het werkelijke bouwwerk? Nu zit hier misschien wel wat in. Themaparken zijn inderdaad erg geliefd in Japan, en ook in China. Vlakbij Shenzhen, de splinternieuwe metropool aan de grens van Hongkong, kun je alle wonderen van China - van de Boeddha's in Tunhuang tot de tuinen van Hangzhou - in het klein bezichtigen. En pal daarnaast ligt een Europees park, waar je de Eiffeltoren, Buckingham Palace en de scheve toren van Pisa, eveneens in het klein, prachtig kunt zien. Zo kun je door de hele wereld reizen zonder de ongemakken van dien: geen vreemde talen of rare eetgewoonten.

De wereld in een pretpark is eigenlijk nog veel mooier dan de wereld in het echt.

Nogmaals, dit heeft misschien wel iets met een Oostaziatische traditie van doen. Maar ik denk toch eerder dat we met iets algemeen menselijks te maken hebben. Want als we de 'echte' Europese tuinen en parken van de achttiende eeuw nader bekijken, zien we min of meer hetzelfde verschijnsel als in Holland Village. Niet alleen gingen rijke parkbezitters zoals Frederik de Grote prat op hun exotische en moeilijk te cultiveren flora, maar diezelfde planten en vruchten werden in modelvorm gerecreëerd. De ananas bijvoorbeeld. Je kunt in Engeland geen achttiende-eeuws park zien zonder ananassen tegen te komen, op kleine en soms ook grote schaal. Vlakbij Edinburgh staat een heel huis, gebouwd in de vorm van een ananas.

Het gaat hier natuurlijk, net als in Japan, om associatie, om sfeer. De ananas schept een exotische, tropische sfeer in het kille noorden. Achttiende-eeuwse Engelse landheren, terug van hun Grand Tours in Italië, wilden graag de sfeer van het antieke Europa om hun huis heen hebben. Dus lieten zij parken aanleggen in de stijl van de antieke landschappen van Franse schilders zoals Claude Lorraine, met Griekse en Romeinse tempels en beelden op de achtergrond.

Maar niet alleen het oude Europa werd eerst op Britse grond nagebootst. Ook China was in de mode, vooral de Chinese tuin. En dus staan er nu nog Chinese pagodes, onder meer in Kew Gardens, maar ook in de Englische Garten in München. De eigen geschiedenis werd eveneens geplunderd voor mythologische motieven.

Gotiek gold voor lange tijd als typisch Engels - en later ook Duits. Tussen de Chinese pagoden en de Griekse tempels staan daarom meestal ook kunstig geconstrueerde ruïnes van gotische bouwwerken. Ook hier ging het om sfeer. Na de exotiek van China en de ananas, en de klassieke rust van het oude Griekenland, kon men nadenken over de vergankelijkheid van het aardse leven in een degelijke Noordeuropese sfeer. De Britse parksfeer werd op grote schaal in Europa nagebouwd. In Görlitz, niet ver van Berlijn, ligt een soort achttiende-eeuws themapark van de Verlichting. Het landschap is geïnspireerd door de typisch Engelse tuin, of, beter gezegd, door Engelse imitaties van Franse schilderijen van Italiaanse landschappen. Behalve de gebruikelijke Griekse tempels en gotische ruïnes staat in Görlitz ook een tombe van Rousseau. En als klap op de vuurpijl is er een miniatuurversie van de Vesuvius, die op feestdagen ook daadwerkelijk werd ontstoken.

Wat kunnen we uit dit alles concluderen? Authenticiteit is bij menselijke scheppingen haast altijd een illusie. Oorspronkelijkheid sluit imitatie niet uit. En het enige wat kunst altijd onderscheidt van de natuur is fantasie.