De kraai van de collectebus

Van die kraai komt de stichting Bio-kinderrevalidatie nooit meer af. Vermanend rammelde het beest met de collectebus en snerpend klonken de waarschuwende woorden: “Hé, dat gaat zo maar niet! Dat kost duiten om hier binnen te komen!” En op dat moment drong zich achterin de bioscoopzaal reeds het gerammel van de bus op.

Dat was al zo in de dagen dat het goede doel nog gewoon Bio-vakantieoord heette, en dat is tot op de dag vandaag de werkwijze. Eerst het filmpje en daarna - in het duister - de collecte.

Des te schokkender is het dan ook, in het pas verschenen jaarverslag van de stichting, de meest recente cijfers te lezen van de collecte-opbrengst: 268.209 gulden in plaats van de 379.112 gulden die een jaar eerder nog in de bioscopen werd opgehaald. “Een enorme terugval,” beaamt chef de bureau J.H. Eernstman, “maar de bioscopen hadden vorig jaar nu eenmaal een ontzettend slechte zomer.” Hoewel het totale bioscoopbezoek vorig jaar ongeveer gelijk is gebleven aan dat van 1995, vielen nu juist de twee collecte-periodes (de zomervakantie en de kerstperiode) uitgesproken pover uit. “Dit jaar gaat het alweer beter. In plaats van vier collecte-weken hebben we er nu vijf, en we hebben diverse bioscopen alweer nieuwe collectebussen moeten sturen omdat de oude vol waren.”

Niet bekend

Inmiddels omvat de stichting heel wat meer, zoals de ontwikkeling van spel- en therapiemethoden, waaronder computer-software voor motorisch gehandicapte peuters, een mytylschool, een gezinsvervangend tehuis, het Nationaal Centrum Paardrijden voor Gehandicapten en nog altijd de vakantie-bungalows. Het totalejaarinkomen bedraagt 1,2 miljoen gulden, voor drie kwart bijeengebracht door giften, legaten, subsidies en rente. De collecte in de bioscopen brengt een kwart op.

Nog steeds draaien dus ook die Bio-reclamefilmpjes in het voorprogramma. In de eerste jaren lieten ze nog vooral zien hoe zielig die stadskinderen waren - en hoe blij, als ze eenmaal in de vrije natuur kwamen. In de jaren zestig introduceerde de debuterende cineast René van Nie in zijn filmpje Ooghoogte echter het optimisme van de brede jongensgrijns als wapen in de steeds feller wordende strijd om de charitas-gulden, en in die sfeer zijn sindsdien ook alle andere Bio-filmpjes gemaakt. Inclusief de onuitroeibare kraai, die zich tegenwoordig overigens aanzienlijk minder opdringerig gedraagt.

Veel geld kosten die filmpjes trouwens niet; ze worden 'om niet' aan de stichting aangeboden door filmproducenten uit het ledenbestand van de Nederlandse Federatie voor Cinematografie, de voortzetting van de vroegere Bioscoopbond. Een reclamebureau komt er niet aan te pas, bevestigt de woordvoerder van de stichting Bio-kinderrevalidatie: “Nee zeg, dat kunnen we zelf wel.”