Boer wil niet betalen voor groter Europa

De boerenstand is boos op 'Brussel', omdat de financiële gevolgen van de EU-uitbreiding oostwaarts zouden worden afgewenteld op de agrarische sector.

BRUSSEL, 9 AUG. De manier waarop de Europese Commissie de uitbreiding van de Europese Unie met landen in Midden- en Oost-Europa voorbereidt, stuit op groot verzet bij de landbouw. Boeren in de EU vinden dat steun voor modernisering van de landbouw in kandidaat-lidstaten niet ten koste mag gaan van de bijdragen die zijzelf uit Brussel ontvangen. Ze willen overgangstermijnen van tien tot twintig jaar voordat de landbouw van landen als Polen, Hongarije en Tsjechië met die van de EU integreert.

De boeren gaan ervan uit dat het lang zal duren voordat de Oost-Europese landbouw een peil bereikt waarop het huidige EU-landbouwbeleid toegepast kan worden. De veranderingen bij de Oost-Europese landbouw moeten volgens boerenorganisaties niet uit het huidige landbouwbudget van de EU worden betaald, maar uit de Europese structuur- en cohesiefondsen.

Boerenorganisaties in de EU-lidstaten zijn van plan zich komend najaar hard te verzetten tegen de Europese landbouwcommissaris Fischler. Ze voelen niets voor het plan van Fischler om het Europese landbouwbeleid aan te passen met het oog op de uitbreiding van de EU, waarvoor de onderhandelingen volgend jaar moeten beginnen. Ze verklaren voorstander te zijn van toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU, maar ze willen hiervan geen gevolgen ondervinden. “Uitbreiding van de EU mag bij ons niet tot problemen leiden”, zegt Maurizio Reale, van de Italiaanse boerenorganisatie Confederazione Nazionale Coltivatori Diretti.

In veel lidstaten van de EU zien boeren als een berg op tegen een snelle komst van Oost-Europese collega's. Per land spelen daarbij andere overwegingen een rol. Zo zijn Duitse boeren van het Deutscher Bauernverband onder de indruk van de kosten die de hereniging van Oost- met West-Duitsland nog altijd met zich meebrengt. Volgens een studie van de Duitse boerenbond moeten de kosten van de uitbreiding van de EU oostwaarts door de hele samenleving solidair gedragen worden en moet de verantwoordelijkheid niet alleen bij de boeren worden gelegd.

Dr. Leo Szlezak van de Oostenrijkse Landwirtschaftskammern zegt dat boeren in zijn land behalve financiële ook psychologische problemen hebben met de toetreding van Midden- en Oost-Europese collega's tot de EU. De boeren klagen veelvuldig over Oostenrijkse restauranthouders die net over de grens in Hongarije, Tsjechië of Slovenië groenten en fruit kopen, omdat de prijzen daar lager zijn dan in Oostenrijk. Ze beschouwen dat als oneerlijke concurrentie. “Sinds de verwijdering van het Ijzeren Gordijn worden aan de grens vluchtelingen gecontroleerd, maar naar de rest kijkt men niet”, zegt Szlezak.

Sommige Oostenrijkse boeren, die grotere bedrijven wilden, hebben in de aangrenzende Midden-Europese landen grond gekocht. Dikwijls is dat op een fiasco uitgelopen. Er waren juridische problemen over koopcontracten. Er waren verhalen over diefstallen en brandstichtingen door de plaatselijke bevolking. “Daar functioneert niets”, was de conclusie onder Oostenrijkse boeren over de buurlanden die naar verwachting omstreeks 2002 tot de eerste nieuwe lidstaten van de EU zullen behoren.

Szlezak zegt dat de Oostenrijkse boeren bovendien vrezen dat Europees commissaris Fischler, zelf Oostenrijker, het Europees landbouwbeleid uitholt door de kosten van noodzakelijke herstructurering van de Oost-Europese landbouw voor een te groot deel bij de bestaande landbouwbegroting van de EU weg te halen. Ze willen niet dat de landbouwprijzen in de EU dalen (waar boeren worden gecompenseerd met inkomenssteun), maar ze willen dat de prijzen in Oost-Europa tot EU-niveau stijgen.

Om hun angst voor de lage Oost-Europese prijzen duidelijk te maken, maken de Oostenrijkse boeren graag een vergelijking met bouwvakkers. Metselaars in Wenen willen ook niet dat na toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU hun werk (als gevolg van vrij personenverkeer) legaal verricht kan worden door goedkopere Oost-Europese arbeidskrachten. De weerstand van de Oostenrijkse boeren tegen hun Oost-Europese collega's wordt ook niet weggenomen door de wetenschap dat alle kandidaat-lidstaten van de EU - op Hongarije na - op het ogenblik meer landbouwproducten invoeren dan ze exporteren.

Europees commissaris Fischler wil volgens de vorige maand in Agenda 2000 gepubliceerde plannen van de Europese Commissie met geld van de landbouwbegroting meer plattelandsbeleid financieren. Herstructurering van de landbouw in Midden-Europa zal leiden tot grote vermindering van werkgelegenheid op het platteland. Fischler wil dat boeren in de kandidaat-lidstaten geen inkomenssteun krijgen als tegemoetkoming voor dalende landbouwprijzen. Anders dan in de EU zijn in Oost-Europa de prijzen dikwijls al laag, op het niveau van de wereldmarkt, en is van dalende prijzen geen sprake. Inkomenssteun tot het niveau van hun collega's in de huidige EU zou bovendien betekenen dat boeren in de kandidaat-lidstaten plotseling bijzonder welvarend zouden worden, omdat het hele inkomensniveau in die landen lager is dan in de EU. De Oost-Europese boeren zouden gestimuleerd worden tot zo groot mogelijke productie, wat rampzalige gevolgen zou hebben voor de landbouwbegroting van de EU.

Fischler wil het geld liever gebruiken om te voorkomen dat in landen als Polen, waar veel boeren slechts enkele hectaren land hebben, na aanpassing van de landbouw aan de EU massale werkloosheid zal ontstaan.

Pag.15: Landbouw EU vreest prijzenslag

De Oost-Europese steden kunnen een vloed van werkzoekenden van het platteland niet opvangen. “Als plattelandsbeleid betaald wordt uit de landbouwbegroting, is dat een aantasting van het markt- en prijsbeleid”, zegt Dam Jaarsma, bij de Nederlandse organisatie van landbouwers LTO belast met het Europees beleid. Hij denkt dat Europees commissaris Fischler onderschat welke infrastructuur nodig is voor modernisering van het Oost-Europese platteland. Hij vraagt zich af of de landbouw zoveel zal profiteren van investeringen in wegen en telecommunicatie, dat het gerechtvaardigd is om deze zaken uit het landbouwbudget te betalen.

Jaarsma is naar eigen zeggen niet bang voor concurrentie van Poolse of Hongaarse boeren. De arbeidskosten en de grond zijn in die landen weliswaar goedkoper dan binnen de huidige EU, maar daar staat tegenover dat Nederlandse boeren een grote kennisvoorsprong hebben. “De grootste concurrenten zijn Nederlandse boeren die zich in een land als Polen hebben gevestigd”, zegt hij. Jaarsma maakt zich druk om het feit dat de uitbreiding van de EU ten koste zal gaan van de huidige inkomens van zijn achterban, de boeren in Nederland.

Hij wordt daarin gesteund door Christophe Soulard, medewerker van de Franse Fédération Nationale des Syndicats d'Exploitants Agricoles. Deze zegt verontwaardigd : “De Agenda 2000 geeft mij de indruk dat de Europese Commissie niet wil dat de landbouwprijzen in de kandidaat-lidstaten stijgen tot het niveau binnen de EU, maar dat de prijzen van de EU moeten zakken tot het Oost-Europese niveau.” Hij vindt dat de landbouw van nieuwe lidstaten pas volledig met die van de huidige EU moet worden geïntegreerd als in Oost-Europa de prijzen tot het niveau van de EU zijn gestegen.

Bij Copa, de overkoepelende organisatie van landbouwers in de EU, ziet beleidsmedewerker Dominique Souchon op zijn beurt andere problemen in verband met uitbreiding van de EU. Volgens hem betekent een beleid dat erop is gericht om zoveel mogelijk arbeidskrachten op het platteland te houden een rem op de modernisering van de landbouw in Oost-Europa.

Voor de boeren in de EU is de komst van collega's in nieuwe lidstaten onderdeel van een veel groter probleem. De boeren hebben zich steeds verzet tegen de hervorming van het Europees landbouwbeleid, dat in 1992 werd ingezet met een geleidelijke daling van gegarandeerde prijzen in de richting van die van de wereldmarkt. Die daling werd gecompenseerd door inkomenssteun. Europees commissaris Fischler wil dat beleid voorlopig voortzetten tot 2006. Fischler bevindt zich tussen twee vuren. Hij is bekritiseerd omdat hij geen radicale veranderingen van het landbouwbeleid wil, de grootste post op de begroting van de EU. Maar boerenorganisaties hebben de aanval tegen hem ingezet omdat ze ook van zijn geleidelijke aanpassingen niet willen weten. Ze willen de positie van de EU-boer het liefst onveranderd houden.

De boeren weigeren Fischlers argument te aanvaarden dat in de komende jaren verlaging van prijzen onvermijdelijk is als gevolg van onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Wacht de uitslag van die onderhandelingen eerst maar eens af en ga niet tevoren inleveren, redeneren ze. Maar bij de toetreding van nieuwe EU-lidstaten is voor afwachten geen tijd. Volgend jaar beginnen de onderhandelingen, in de eerste jaren van de volgende eeuw moeten de eerste landen in Midden-Europa lid van de EU worden en voordien zijn al de projecten begonnen om deze toekomstige lidstaten zo goed mogelijk op de toetreding voor te bereiden.

    • Ben van der Velden