Apple en Microsoft

VRIJWEL IEDERE Nederlander die zijn computer inschakelt en een symbooltje aanklikt zit op schoot bij de Amerikaan Bill Gates. Er wordt per computer vrijwel geen woord meer getikt of ontwerp gemaakt of het besturingssysteem Windows van Gates' bedrijf Microsoft komt eraan te pas. Samen met chipfabrikant Intel beheerst Microsoft de wereldmarkt - en dat hoeft geen goed nieuws te zijn.

Eergisteren sloeg Gates een belangrijke strategische slag: met het concurrerende bedrijf Apple is een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Daarmee lijkt een einde aan een tijdperk te zijn gekomen. Het waren Steve Jobs (21) en Steve Wozniak (26) die in 1976 in hun vrije tijd aan de eerste personal computer ter wereld begonnen te sleutelen. Tot op de dag van vandaag is hun Macintosh in de ogen van vele gebruikers een superieur product gebleven. Het was Apple die de compacte bureaucomputer introduceerde met krachtig geheugen, bediening met de muis en een eenvoudige besturing met symbolen (ikoontjes). Microsoft en IBM kwamen later op de markt met een eigen versie - Apple heeft altijd volgehouden dat Windows nooit meer dan een goedkope imitatie is geweest.

Computergebruikers zijn langs die lijnen verdeeld gebleven: men behoorde tot de Apple-parochie of had zich neergelegd bij het beter verkochte Microsoft op een machine van IBM. Dat Apple nu met Microsoft in zee gaat, is een revolutie; op het handelscongres waar Jobs het nieuws bekendmaakte ging een gechoqueerd boegeroep op. Cynici menen dat Bill Gates z'n oude concurrent overeindhoudt als alibi tegen een anti-monopolie onderzoek van de federale overheid. Zo'n onderzoek zou Microsoft op termijn veel meer geld kosten dan de driehonderd miljoen die er nu in Apple wordt gestoken.

APPLE EN MICROSOFT zijn beide producten van het unieke Amerikaanse ondernemingsklimaat rond Silicon Valley - jonge ingenieurs met een idee, een lege garage en een startkapitaaltje verrassen er regelmatig de wereld. Dankzij hen is er een schokgolf van uitvindingen op gang gekomen die de wereld hebben gedigitaliseerd. Dankzij hen staat er nu in 48 procent van de Nederlandse huishoudens een personal computer, significant meer dan in andere Europese landen waar het gemiddelde 30 procent is.

Hoewel Microsoft voor heilzame standaardisatie in de computerwereld heeft gezorgd, is de nu gegroeide technologische machtsconcentratie niet per se in het voordeel van de consument. Zijn er andere producten denkbaar waarvan vorm en techniek voor de gehele wereld vrijwel gedicteerd worden door slechts één fabrikant?

De slag om de computer is overigens nog niet definitief gestreden. Het noodlijdende Apple kan ook overleven dankzij de Microsoft-investering; dergelijke overeenkomsten in deze snel bewegende branche komen en gaan.

De consument die wil blijven kiezen, heeft nog perspectief. Apple heeft een opvolger van Macintosh in de steigers, Rhapsody geheten, die buiten de deal met Microsoft is gebleven. Wie op het wereldwijde computernetwerk Internet wil zoeken, kan kiezen voor het onafhankelijke Navigator van Netscape. Ook de computerbedrijven Oracle en Sun voeren nog volop oorlog tegen de dominantie van Microsoft. Zij bepleiten een goedkopere en minder gecompliceerde netwerk-pc met kant en klare programma's, Java geheten, die het geheel zonder Windows kan stellen. Zou dat echt kunnen? Menige computergebruiker vervloekt in z'n hart de dictatuur van de technologie - de waterval aan overbodige opties en accessoires die de pc hebben overwoekerd. Misschien is dat de volgende opdracht voor de garage-ingenieurs van Silicon-valley: maak een gebruiksklare computer die geen handleiding of cursus vraagt.