Agressief gedrag door verlaagd cholesterol had nut

Dat verlaging van het cholestorolgehalte in het bloed goed het aantal hartkwalen vermindert is tegenwoordig een standaard medische èn volkswijsheid.

Maar in 1990 publiceerde de British Medical Journal een artikel waarin een zestal grootschalige cholesterolstudies werd samengevoegd en bleek dat bij mannen met een verlaagd cholesterolgehalte de sterfte aan hart- en vaatziekten wel verminderde, maar de sterfte door moord, ongelukken en zelfmoord juist steeg. De totale sterfte bleef daardoor constant (BMJ 11 aug. 1990). Inmiddels is gebleken dat dit effect bij moderne cholesterolverlagers niet voorkomt, maar dat mensen met een laag cholesterolgehalte verhoogde kans hebben op een geweldadige dood is onlangs nog bevestigd in een Nederlands proefschrift, waarin een verband wordt gelegd tussen een laag cholesterolgehalte en een laag niveau van de neurotransmitter serotonine. (zie W&O 15 febr. 1996). Een lager serotonineniveau houdt verband met impulsiever en agressiever gedrag.

Maar waar het verband (via serotonine) tussen agressie en cholesterol vandaan komt was tot nu toe een raadsel. De evolutionair-psycholoog M.T. Erickson komt nu met een hypothese die meer licht werpt op het evolutionaire nut. Volgens hem heeft deze gemiddeld hogere agressiviteit bij een laag cholestorolgehalte een belangrijke functie gehad bij het overleven ten tijde van hongersnoden (Social sciences information vol.36,2, Juni 1997). In vrijwel de gehele menselijke geschiedenis - toen vet gemaksvoedsel en cholesterolrijke hamburgers nog een onbekend fenomeen waren - was de belangrijkste oorzaak van verlaging van het cholesterolgehalte langdurig voedselgebrek, aldus Erickson. Cholesterol werd aldus door natuurlijke selectie een belangrijke indicator voor het lichaam voor de structurele aan- of afwezigheid van voedsel en als zodanig een 'trigger' voor de aanmaak van serotonine dat weer invloed heeft op bepaalde vormen van gedrag. Als het cholesterol te sterk daalde, werden verhoogde agressiviteit en risicogedrag belangrijker voor het overleven, bij een hoger niveau had een meer sociale houding waarschijnlijk meer succes.

Erickson citeert onderzoeken van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, toen in de Verenigde Staten de effecten van honger op mensen experimenteel werden onderzocht, waarbij zowel het cholesterolgehalte bleek te dalen als de agressie toe te nemen. Ook uit dierproeven met Makaken blijkt dat een vetarm dieet leidde tot significant agressiever gedrag.

Dat bij een verlaagd cholesterolgehalte ook de zelfmoorden toenemen lijkt moeilijk evolutionair te verklaren, maar volgens Erickson is dat te verklaren omdat de huidige medisch geïndiceerde cholesterolverlagingen meestal niet plaats hebben in levensbedreigende omstandigheden. Dan kan de impulsievere agressiviteit eerder op zichzelf gericht worden.