Zelfstandigheid in de bajes: op blote voeten op het tapijt

De vrouwengevangenis in Breda experimenteert met grotere zelfstandigheid voor de vrouwen. Een eigen sleutel van de cel geeft ze een grotere vrijheid. Ook wonen gedetineerden in een gewoon woonhuis op het gevangenisterrein.

BREDA, 8 AUG. Is er een verschil tussen een huis van bewaring, een ziekenhuis of een huis waarin verstandelijk gehandicapten wonen? Het hoofd van de afdeling regime-ontwikkeling van de Penintentiaire Inrichting voor Vrouwen in Breda, Annette de Wit, vindt van niet. Ze herbergen elk allerhande mensen die op één kenmerk na niets gemeenschappelijks hebben. De instellingen hebben met elkaar gemeen dat zij het leven hun bewoners vèrgaand beheersen.

Té vergaand, vond De Wit. Dit leidde tot twee experimenten: In 1996 begon een proef waarbij 21 gedetineerden overdag over de sleutel van hun cel kunnen beschikken. Alleen van 21.00 tot 07.00 uur zitten ze opgesloten. “Achter de deur”, zoals dat heet.

Het tweede experiment gaat een stap verder. Dit jaar zijn negen gedetineerden in de voormalige woning van de adjunct-directeur op het gevangenisterrein getrokken. Net als de deelnemers aan het andere experiment, moeten ze er zelf voor zorgen dat ze op tijd op hun werk in het huis van bewaring zijn.

In het woonhuis, De Zijkant geheten, is het leven zo gewoon mogelijk. De vrouwen strijken zelf, doen de afwas, zetten zelf koffie. Ze bepalen wanneer en hoe vaak ze douchen en wanneer de taken die iedereen in het huis te doen heeft worden gedaan. Ze kunnen tot 21.15 uur in de tuin zitten. Op zaterdag koken ze gezamenlijk.

“Het is onze taak als huis van bewaring om mensen enige tijd vast te houden. Hun vrijheid om te gaan en te staan waar ze willen zijn zij kwijt”, zegt De Wit. “Ik zie niet in waarom wij mensen dan ook nog hun zelfstandigheid moeten ontnemen.” Het traditionele gevangenisleven maakt mensen passief. Voor elk wissewasje moet een bewaarder worden geroepen. Volgens haar bemoeilijkt die passiviteit de terugkeer in de maatschappij.

De Wit bestrijdt dat de gedetineerden die in het woonhuis wonen uitsluitend voordelen genieten, ook al worden ze door de gedetineerden in de cellenblokken de VIP-dames genoemd. “De vrouwen in het woonhuis zijn een groot deel van hun privacy kwijt. Acht van de negen vrouwen slapen met tweeën op een kamer. Die vrouwen zitten constant op elkaars lip. Ze moeten alles delen.”

De Wit vindt dat de postieve gevolgen van het verblijf in het woonhuis op gedetineerden wordt onderschat. “Het leven in een kale cel werkt vervreemdend”, zegt zij. “Het leven van de gedetineerden is door hun opsluiting goed door de war geschud. Ineens zitten ze hier. Om te overleven doen veel van hen net alsof het huis van bewaring niets met hun vroegere leven te maken heeft. Daar sluiten ze zich af. Stap je daarna een gewoon huis binnen, met een woonkamer met gordijnen voor de ramen en een tapijt in plaats van het koude gevangeniszeil, dan kan dat een hele schok zijn.”

Bewoonster Hedy is het daarmee eens. “Het eerste wat me in De Zijkant opviel was het tapijt. Ik heb mijn slippers uitgedaan om het met mijn blote voeten te voelen.”

Hedy vindt het “heerlijk” in De Zijkant. “Achter de deur deed ik niets. Zodra de celdeur dichtging, donderde ik in mijn bed. Dan ging ik slapen of zapte ik langs de tv-programma's. Hier doen we een spelletje, of ga ik achter de computer verder met mijn cursus tekstverwerken.”

Het contact met de bewaarders is heel anders geworden, zegt Hedy. “Ik zag ze niet staan. De bewaarders konden me niks schelen. Nu leer je ze echt persoonlijk kennen. Het zijn nog aardige mensen ook.” Bewaarder Bert die de groep in De Zijkant begeleidt, beaamt dat: “Het is een heel ander vak geworden. Vroeger was het luikje open, luikje dicht. Deurtje open, deurtje dicht. De gedetineerden sprak je niet. Nu praat je met de dames. Vooral als er ruzie is.”