'Troosten op schoot. Mag dat nog?'

Vorige week bekende een scoutingleider ontucht te hebben gepleegd - jaarlijks krijgt Scouting Nederland twintig meldingen van ontucht. Met subsidie van VWS wordt nu een fors pakket voorzorgsmaatregelen ontwikkeld. Knuffelen: tot zekere leeftijd. Stoeien: liefst niet te vaak.

LEUSDEN, 8 AUG. Helemaal naakt moeten de jongste meisjes bij hun volwassen begeleidsters verschijnen. Op scoutingkampen in het bos bekijken zij de kinderen zo iedere avond van top tot teen - hun halzen, oksels, hun knieholten. “Na een dag spelen zitten ze onder de teken en daar moeten we op controleren”, zegt leidster S. de Geeter. Niets ongebruikelijks. Toch heeft ze het dit jaar maar aan alle ouders uitgelegd. Zoals de groepsbegeleiders nu ook onderling hebben afgesproken geen kinderen meer apart te nemen. Een kind op schoot troosten: ook liever niet. Knuffelen: nog tot zekere leeftijd. Stoeipartijen: liefst niet te vaak.

Aan het brave, prototypische 'padvindertje' is een aai - of meer - snel gegeven: T. Kemper, woordvoerder van Scouting Nederland, beaamt dat dit idee zijn organisatie parten speelt. “Het ligt gevoelig. We spelen met kinderen, vaak diep in het bos - daar hoort voor niet-leden kennelijk een bepaald beeld bij. Dat proberen we bij te stellen.”

Het gaat niet zelden mis. Vorige week nog bekende een 48-jarige man uit Heemstede als leider van een scoutinggroep De Spaarnegeuzen-Alpalca ontucht te hebben gepleegd met zeven jongens tussen de dertien en zestien jaar. Jarenlang, tot een eerste jongen half juli naar de politie stapte.

Bij het Landelijk Bureau Scouting Nederland komen jaarlijks ongeveer twintig meldingen van seksueel misbruik van kinderen binnen. Zelf noemt de organisatie dit aantal “vermoedelijk het topje van de ijsberg”. Want Scouting Nederland is met 125.000 leden de grootste jeugdorganisatie van het land, zegt Kemper, dus twintig meldingen per jaar is relatief weinig. “En het zou naïef zijn te denken dat er bij ons minder gebeurt dan elders.”

Per jaar schorst Scouting Nederland zo'n vijf volwassen leden - dan is misbruik bewezen. Voor de anderen volgt soms rehabilitatie, maar vaker wordt een ontuchtzaak nooit opgelost. Kemper: “Die personen blijven meestal zelf wel thuis, en als ze onschuldig zijn is dat natuurlijk verschrikkelijk.” Sommigen willen evenwel niet weg. “Hen overreden we geen kinderen meer te begeleiden, maar bijvoorbeeld penningmeester te worden.”

Geen enkele ouder heeft het lidmaatschap van zijn kind opgezegd, zegt de H. de Berg, voorzitter het stichtingsbestuur van de Heemsteedse scoutinggroep. In zijn werkkamer maakt hij een afgematte indruk. Avond aan avond heeft hij de afgelopen weken met begeleiders en de ouders van de kinderen gesproken. “Het vertrouwen is er nog, maar iedereen vraagt: Wat mag nog, en wat niet? Als er eentje zijn knie bezeert, mogen we dan troosten? Mogen we een klein kind helpen douchen? Wat zijn onze grenzen?”

In een poging dit soort vragen te beantwoorden en ontucht te voorkomen ontwikkelt Scouting Nederland nu met 180.000 gulden subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een 'totaalpakket preventiemiddelen'. Daarin is onder meer een gedragscode voor begeleiders opgenomen. Volgens een woordvoerder van het ministerie is deze code uiteindelijk bestemd voor al het georganiseerde jeugd- en jongerenwerk in Nederland. Tot dusver beschikken alleen sportverenigingen daarover.

Voorts werkt Scouting aan spelletjes die het thema 'grenzen aan intimiteit' voor kinderen bespreekbaar moeten maken; in samenwerking met de Rutgersstichting komen er trainingen voor groepsbegeleiders, en in de basisopleiding voor begeleiders is al een 'module intimiteiten' opgenomen.

Een 'zelfscan' die in ontwikkeling is, moet scoutinggroepen een middel in handen geven om te beoordelen of ze zich 'veilig' kunnen noemen: met een vragenlijst kunnen begeleiders zichzelf een toets afnemen. Een onderdeel wordt het gesprek met adspirant-begeleiders. Daarin moet onder meer worden gevraagd naar een scoutingverleden. Waarom zoekt iemand die tientallen kilometers verderop blijkt te wonen een scoutinggroep zo ver van huis op? Was hij eerder verbonden aan een andere groep? Scouting Nederland beschikt al jaren over een zwarte lijst met zo'n vijftien namen van mensen die ooit ontucht pleegden, en zich toch steeds weer bij een nieuwe scoutinggroep proberen aan te melden.

Een uitgebreid protocol 'wat te doen bij (een vermoeden van) seksueel misbruik' was al opgesteld, maar in Heemstede voldeed het niet. Misbruik wordt volgens het protocol gemeld aan de groepsvoorzitter, maar bij de Spaarnegeuzen was juist hij de dader. “Pas toen de jongens aangifte deden kwam ik het te weten”, zegt bestuursvoorzitter De Berg.

Om die reden betwijfelt P. Zijsling of gedragscodes en protocollen zinvol zijn. Hij werkte als Riagg-hulpverlener en bezoekt nu voor Scouting groepen die na misbruik advies nodig hebben. Een ontuchtzaak die hem bijbleef, betrof iemand met een hoge positie binnen de scoutinghiërarchie. “Hij organiseerde internationale activiteiten, schreef brochures voor de organisatie. En werd uiteindelijk veroordeeld voor meervoudige ontucht. Ik vraag me af of je dat met een code had kunnen voorkomen.”Het gevaar van lijstjes met verboden, vindt Zijsling, is dat ze ook een vrijbrief kunnen lijken voor wat er niet op is vermeld. “Mag je een vijfjarige wel en een veertienjarige niet knuffelen? En wat als het heel véél vijfjarigen zijn?” Zelf geeft hij de voorkeur aan één stelregel: “Het zit goed, als je hardop kunt blijven zeggen wat je hebt gedaan. Al blijven natuurlijk pedofielen over die zich als volstrekt normaal beschouwen.” Het 'totaalpakket preventiemiddelen' wekt de indruk van een bombardement aan hulpverlening dat bij kinderen terechtkomt, beaamt T. Kemper. “Ze moeten hun onschuld bewaren, maar wat kunnen we anders? De hele maatschappij is op het moment, zeker sinds Dutroux, extreem gevoelig voor seksuele intimidatie. En van ons wordt terecht verwacht dat we dat serieus nemen.”

Begeleiders bij scouting ontfermden zich nogal eens over verdrietige kinderen, die bijvoorbeeld aandacht van hun ouders tekort komen, zegt Zijsling. “Een kind van vijf kan dat glas limonade met een koekje bij jou thuis heel hard nodig hebben. Maar nu zeggen we: doe dat maar niet meer. En dat is bijzonder zuur.”