Supporters wenden zich af van voetbal

Morgen begint de Engelse voetbalcompetitie. Een strijd tussen de steeds rijker wordende rijke clubs en de steeds armer wordende arme clubs. De vervreemding van de echte voetbalaanhanger zet door.

LONDEN, 8 AUG. Brian Owen zal er niet bij zijn als Chelsea morgen op de eerste dag van de Engelse competitie naar Coventry afreist. Ook als Chelsea over drie weken de eerste thuiswedstrijd in Stamford Bridge speelt, zal de Londense club het zonder Owen moeten stellen. Niet dat trainer Ruud Gullit of keeper Ed de Goey hem zullen missen. Tenslotte is hij geen vedette. Hij is maar een supporter, zolang hij zich kan heugen. Als hij zich voorstelt, zegt hij eerst: “Ik ben een trouwe fan van Chelsea.” Pas dan noemt hij zijn naam.

Owen was vijf toen hij voor het eerst door zijn vader werd mee getroond naar Chelsea. In de rust riep hij om zijn moeder en wilde hij naar huis. Maar zijn vader zei dat hij tot het einde toe moest blijven. Dat ze voortaan elke zaterdagmiddag samen naar het stadion zouden trekken. Dat hij op den duur niets liever zou willen. Want er bestond niks mooiers dan Chelsea.

“Vader had gelijk”, zegt Owen. Zijn gelukkigste momenten beleefde hij op de tribune. Zijn beste vrienden kent hij van Chelsea. Zonder pathos verklaart de 57-jarige Owen dat “Chelsea mijn leven lang mijn leven is geweest”. Nog steeds draagt hij een blauwe das van Chelsea. Een tweewekelijks bezoek aan Stamford Bridge kan de werkloze fabrieksarbeider niet meer betalen. De goedkoopste kaartjes kosten achttien pond, ruim zestig gulden, meer dan een kwart van het geld dat hij wekelijks heeft te verteren. Tegenwoordig spaart hij om Chelsea in elk geval nog een paar keer per seizoen te kunnen zien spelen. Hij vindt dat hij tegenover zijn club tekort schiet. Owen zegt dat “een echte supporter er altijd is”.

“Het Engelse voetbal dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan”, waarschuwde John Williams, socioloog bij het Centrum voor Voetbal Onderzoek aan de Universiteit van Leicester. Al willen de cijfers nog van geen neergang weten. Het aantal toeschouwers in de Premier League steeg voor het vijfde achtereenvolgende seizoen: tot 10,8 miljoen. De totale omzet van de 92 clubs in het Engelse betaald voetbal schoot met 10 procent omhoog tot 517 miljoen pond, circa 1,7 miljard gulden. Dat zijn cijfers van 1995-'96, het laatste seizoen waarover de financiële bekend zijn. In dat seizoen groeiden ook de transferbedragen tot de recordsom van 250 miljoen pond, waarvan alleen al 93 miljoen pond voor de aankoop van buitenlandse spelers werd bestemd.

Tegelijkertijd nam het verlies van de bedrijfstak toe: van 14 tot 98 miljoen pond. Verschillen tussen arme en rijke clubs werden groter. De omzet van Manchester United en Newcastle United samen overtrof de totale verkoop in de twee laagste divisies. Met de 15,4 miljoen pond winst voor belasting van Manchester United had de landskampioen meer dan de helft van de laagste divisie kunnen financieren. Gerry Boon, medewerker van het accountantsbureau Deloitte & Touche dat jaarlijks een financieel rapport over de Engelse voetbalsector uitbrengt, zei: “Er wordt beweerd dat er een gat gaapt. Maar het is een kloof. In de toekomst zal een duizelingwekkende afgrond ontstaan.,

Gordon Taylor, voorzitter van de spelersvakbond, de Professional Footballers' Associaton, geeft een apocalyptisch beeld van de consequenties. De uit 1888 stammende piramide van 92 profclubs staat op springen. Het bankroet van een aantal verenigingen lijkt niet meer te keren. Voor clubs uit de Eerste Divisie wordt de Premier League onbereikbaar. De volksclub Barnsley vormt de uitzondering die de regel bevestigt. De vereniging uit een voormalige mijnstreek van Yorkshire komt morgen voor het eerst sinds meer dan een eeuw uit in de hoogste divisie. Maar de Britse beroepsgokkers in de bookmakerskantoren rekenen er op dat Barnsley degradeert.

Taylor vreest dat een toevloed van buitenlandse spelers de teloorgang van de kleine clubs nog versnelt. In het verleden betrokken topclubs het jeugdig talent uit de laagste divisies, wat voor veel verenigingen een belangrijke bron van inkomsten vormde. Tegenwoordig kijkt de elite liever over de grens. Is Chelsea eigenlijk nog wel een Engelse club met dertien buitenlanders in de selectie? Of Arsenal, met twaalf vreemdelingen op de loonlijst? De twintig Premier League-clubs bieden dit seizoen onderkomen aan 126 buitenlanders, met een totale aankoopwaarde meer dan een half miljard gulden, 156,6 miljoen pond.

Lord Taylor legde de basis voor gezondmaking van het Engelse voetbal. Zijn aanbevelingen leidden tot professionalisering van de clubbesturen, herwaardering van de supporters en vernieuwing van de faciliteiten. Sinds 1990 werd meer dan twee miljard gulden aan modernisering van stadions besteed. De instelling van een Premier League en een miljardencontract met de commerciële omroep BSkyB vormden de drijvende krachten achter de commerciële opmars van het Engelse voetbal. Volkssport werd vermaak voor de middenklasse.

Bij die omwenteling zijn ook slachtoffers gevallen, meent de socioloog Williams. Kleine clubs zijn naar de marge van het betaald voetbal verdreven. Een deel van de trouwste aanhang voelt zich uitgekotst. Veel 'working class' supporters die de basis van het Engelse voetbal vormen, kunnen de toegangsprijzen niet meer betalen. Of ze voelen zich niet meer op hun gemak in de moderne stadions met zitplaatsen waar ze zich gedeisd moeten houden. Ontevreden supporters noemen Highbury, het stadion van Arsenal, al the library, de bibliotheek.

Tony Banks, de Britse staatssecretaris voor Sportzaken, heeft vorige maand zijn voetbalmaatje en mede-Chelsea-supporter David Mellor, een Conservatieve oud-minister gevraagd om een speciale eenheid te leiden die de belangen van de supporters moet bewaken. Banks maakt zich zorgen omdat “het grote geld steeds meer fans van de sport dreigt te vervreemden”. Hij waarschuwde dat supporters de levensader van het voetbal vormen. Voor de Chelsea-fans komt die kruistocht te laat.

    • Dick Wittenberg