Steenrijk achter het toetsenbord

J. Wallace: Overdrive. John Wiley & Sons, 307 blz. ƒ 58,65

Op een tekening uit het begin van deze eeuw staat de Amerikaanse president Theodore Roosevelt (1858-1919) afgebeeld in jagersuitrusting. Hij besluipt, geweer bij de hand, magnaten uit olie-industrie, mijnbouw en veehouderij. 'Aan groot wild geen gebrek', luidt het onderschrift. Onder Roosevelt werden in de Verenigde Staten tientallen onderzoeken gedaan naar misbruik van economische macht en zag bijvoorbeeld de oliemagnaat John D. Rockefeller zich gedwongen zijn Standard Oil Company, bestempeld tot illegaal monopolie, te splitsen in 39 afzonderlijke bedrijven.

De afbeelding van de presidentiële jacht op tycoons hing aan de muur even buiten het kantoor van Anne Bingaman, onder president Bill Clinton midden jaren negentig verantwoordelijk voor de bestrijding van kartels en ongeoorloofde monopolies. Bingaman gaf ook leiding aan het justitiële onderzoek tegen het computerbedrijf Microsoft, op verdenking van misbruik van economische macht. Roosevelt was een van haar grote voorbeelden.

Anders dan de onderzoeken van begin deze eeuw resulteerde de zaak tegen Gates niet in splitsing van zijn imperium. Bingaman kwam in 1994 met Gates tot een schikking. Na afloop weigerde Microsoft een schuldbekentenis: 'De schikking betekent niet dat de beschuldigingen waar zijn', verklaarde advocaat W. Neukom van Microsoft. 'We hebben met de regering afgesproken dat we haar op een redelijke manier tegemoet willen komen.' Die tegemoetkoming kwam neer op een aanpassing in de manier waarop Microsoft zijn besturingssysteem Dos aan de man bracht bij computerfabrikanten. Leveranciers van personal computers kregen een forse korting op de Dos-licentie als ze beloofden voor elke geleverde computer - met of zonder dit besturingssysteem - een licentiebijdrage te betalen. Fabrikanten die hoe dan ook moesten betalen voor Dos waren niet genegen een besturingssysteem van de concurrentie te leveren.

Bingaman liet Microsoft echter grotendeels ongemoeid. De Amerikaanse rechter S. Sporkin zorgde in de zomer van 1994 voor nieuwe opschudding omdat hij weigerde de schikking tussen Bingaman en Microsoft goed te keuren. Sporkin meende dat de zakenpraktijken van Microsoft in het algemeen belang nader onder de loep genomen moesten worden. Hij baseerde zich daarbij op beschrijvingen van die zakenpratijken in het boek Hard Drive (1992) van J. Erickson en J. Wallace. De schikking werd later alsnog goedgekeurd, maar pas in augustus 1995, drie dagen voordat Microsoft zijn nieuwe besturingsprogramma Windows 95 lanceerde.

De publiciteit rond de affaire met Sporkin betekende een forse stimulans voor de verkoop van Hard Drive, toch al een bestseller. In het voorjaar van 1996 verzocht de uitgever mede-auteur Wallace het boek te actualiseren. 'Maar het werd al snel duidelijk dat er zoveel was gebeurd (...) dat een nieuw boek nodig was (...)', schrijft Wallace in het voorwoord van de opvolger, Overdrive.

In dit boek verhaalt Wallace opnieuw over de controversiële zakenmethoden van Bill Gates die buiten de schikking met Bingaman zijn gebleven. Hij herhaalt de beschuldiging dat Microsoft eigen programmeurs oneerlijk bevoordeelt bij de ontwikkeling van toepassingen (zoals tekstverwerkers of programma's voorspreadsheets) voor zijn besturingssystemen. Door eigen software-makers vroegtijdig te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe versies van Dos of Windows verkrijgen zij een voorsprong op de concurrentie.

Ernstiger is de beschuldiging, door Microsoft fel bestreden, dat het bedrijf codes verbergt in besturingssystemen. Zo zou bijvoorbeeld een concurrerend tekstverwerkingsprogramma nooit zo goed onder Windows kunnen functioneren als Microsofts 'Word', als de concurrent niet op de hoogte is van bepaalde geheime programmaregels. Zwaar is ook de aantijging dat Microsoft bedrijven heeft benaderd voor een overname zonder de intentie ze ook echt te kopen. Gates zou alleen een blik hebben willen werpen in de boeken en de keuken van de concurrent.

Uit het relaas van Wallace komt een beeld naar voren van een zakenman die niet terugdeinst voor vuil spel. Maar dat beeld en opsomming die eraan vooraf gaat is niet nieuw. Zij is grotendeels terug te vinden in Hard Drive en deels gemeengoed. Voor de beschrijving van de laatste jaren doet Wallace in Overdrive een stevig beroep op recente tijdschriftpublicaties. De late - maar toch adequate - reactie van Gates op de veranderingen rond het Internet zijn eerder diepgaand beschreven in onder andere het weekblad Business Week. Wallace voegt hieraan weinig toe. Ook anecdotes over Gates' vriendschap met de miljardair W. Buffett, en een partij golf met Clinton waren eerder te lezen, in Time.

Wie de aantijgingen tegen Gates, vooral opgetekend uit de mond van gedupeerde concurrenten, nog eens ziet opgesomd, is geneigd van harte in te stemmen met zijn talrijke tegenstanders die het Microsoft-imperium, in navolging van Ronald Reagans beruchte uitspraak over de Sovjet-Unie, typeren als een 'Rijk van het Kwaad'. Microsoft, menen zij, is een gigant die zo dominant is geworden dat het ontluikende nieuwe markten met geweld naar zich toe trekt en gezonde concurrentie in de kiem smoort. Dit terwijl juist kleine bedrijven, in tegenstelling tot logge centraal aangestuurde organisaties, het best zijn uitgerust om in te spelen op de snelle veranderingen in de informatietechnologie.

Ondanks de klachten over machtsmisbruik en over de verstikkende dominantie van Microsoft is Gates' imperium, in tegenstelling tot dat van illustere voorgangers als Rockefeller, nog steeds bijeen. Na de schikking met Bingaman is hij nog herhaaldelijk met justitie in aanvaring gekomen, maar de frontale aanval werd niet meer gezocht. Hoe kan dat? Wallace geeft enkele schoten voor de boeg. Zo oppert hij dat het twaalf jaar durende onderzoek naar het computerbedrijf IBM, dat zonder resultaat werd afgesloten, justitie uit angst voor een nieuw debâcle heeft doen terugdeinzen.

Een andere verklaring voor de terughoudende opstelling van justitie zou kunnen zijn dat de Amerikaanse toezichthouders oog hebben gehad voor de merites van Microsoft voor de Amerikaanse economie. Bewonderaars zien het bedrijf als een nationale schat, een belangrijke exporteur en een marktleider die honderden andere ondernemingen de kans biedt computerprogramma's te schrijven voor een grote en uniforme gebruikersgroep (van Windows). Zij wijzen erop dat Amerika al jarenlang voorop loopt in deze bedrijfstak en vinden dat het bedrijf tekort wordt gedaan met een typering als een uitsluitend storende factor in de marktverhoudingen.

Hebben deze inhoudelijke argumenten Gates geholpen zijn imperium intact te houden? Wallace geeft op die vraag geen antwoord. In plaats daarvan is in Overdrive een ruime plaats ingeruimd voor anecdotes over het persoonlijk leven van Gates. Zo beschrijft hij zijn bruiloft, begin 1994, op een zwaarbeveiligd golfterrein op het Hawaïaanse eiland Lanai, in een afzonderlijk hoofdstuk. Ook feiten en anecdotes over Gates' opvliegende karakter en zijn fabelachtige rijkdom zijn ruim voorhanden. Met instemming citeert Wallace het zakenblad Forbes dat enkele jaren geleden berekende dat Gates uit eigen zak een rij Rolls Royce Silver Spurs zou kunnen betalen die de 130 mijl (ruim 200 kilometer) tussen Seattle en Vancouver bumper-aan-bumper zou vullen. Dat was in 1992. Volgens een recente publicatie van Forbes is het kapitaal van Gates sindsdien bijna verzesvoudigd, tot 36,4 miljard dollar.