Onze rijkdom brengt ons in tijdnood

Koopkrachtplaatjes zijn onzin. We kunnen het beter over 'tijdplaatjes' hebben, vindt Jules Theeuwes. Vooral moeders zitten in tijdnood. Gelukkig kan vader straks de borst geven.

Tijd is niet ongrijpbaar, tijd is geld. Tijd wordt verkocht en gekocht. Op de arbeidsmarkt wordt mijn tijd van negen tot vijf de baas zijn tijd in ruil voor inkomen. Met dat geld kan ik tijd kopen: de winterschilder laten komen of op weg naar Rome het dure, snelle vliegtuig nemen in plaats van de goedkope, trage bus.

Maar tijd wordt duur betaald. Er is altijd meer geld dan tijd. Men kan oneindig rijk worden, maar toch nooit het eeuwige leven bereiken. Zelfs Bill Gates is sterfelijk. Tijd is het ultieme schaarse goed. Elke generatie wordt duizenden guldens rijker dan de vorige, maar leeft slechts minuten langer. Onze materiële rijkdom groeit met miljarden per jaar, onze levensverwachting met minuten per leven. Tijd wordt steeds schaarser.

In de economische analyse van tijd worden drie soorten tijdsbestedingen onderscheiden: arbeidstijd, tijd besteed aan huishoudelijk werk en vrije tijd. Arbeidstijd en tijd besteed aan huishoudelijk werk kosten inspanning. Meer vrije tijd maakt meer welvaart mogelijk. Productie in de huishouding komt tot stand door een combinatie van tijd en marktgoederen. Zelfgemaakte jam is een kwestie van tijd en aardbeien. Een schoon huis is de zaterdagochtend en een stofzuiger. De inzet van eigen tijd en marktgoederen kan sterk variëren. Er is zelfgemaakte pizza, bereid met goedkope ingrediënten en heel veel tijd en er is snel opgewarmde diepvriespizza uit de magnetron.

Tijdsbesteding en de ruil van tijd voor geld en van geld voor tijd is kwestie van relatieve prijzen en lonen. De basis voor de economische analyse van tijd werd door Gary Becker gelegd. Hij kreeg, mede hiervoor, in 1992 de Nobelprijs. Wie veel kan verdienen op de arbeidsmarkt besteedt minder tijd aan het huishouden, laat anderen het werk doen of substitueert marktgoederen (thuisbezorgde pizza) voor eigen tijd. Goedkope huishoudapparaten leiden tot een verregaande mechanisering van de huishouding en tot tijdwinst bij het wassen en schoonmaken.

De vrije tijd die overblijft na het werk voor de markt en in de huishouding is mede een uitkomst van economische beslissingen. Vrije tijdsbesteding is ook een combinatie van goederen (bijvoorbeeld een spelletjescomputer) en tijd. Door onze grotere materiële rijkdom is een wanverhouding ontstaan tussen wat we kunnen kopen en wat we overhouden aan vrije tijd. We hebben geld genoeg voor romantische reis naar Parijs, maar te weinig tijd om te gaan.

De verschuiving in de tijdsbestedingen tussen mannen en vrouwen en de opkomst van de werkende vrouw in Nederland kunnen voor een deel verklaard worden door de toename van de relatieve lonen van vrouwen. Financiële prikkels beïnvloeden de taakverdeling van mannen en vrouwen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mannen meer huishoudelijk werk doen in staten waar de scheidingsregeling gemiddeld gunstiger is voor de vrouw en mannen gemiddeld hogere alimentatiebedragen betalen. In Zweden is het verschil tussen het eigen netto loon en het bruto loon dat men voor werk van anderen moet betalen veel groter dan in de Verenigde Staten. Zweedse mannen blijken veel meer tijd te besteden aan reparaties en aan het opknappen van het huis (4 uur per week) dan Amerikaanse mannen (2,8 uur).

Echter, de strijd tussen de geslachten over wie er voor de kinderen zorgt en de kattebak verschoont, is niet helemaal te herleiden tot een kwestie van relatieve prijzen. Uit een recent overzichtsartikel blijkt dat de tijd die door mannen aan het huishouden wordt besteed internationaal sterk varieert. Japanse mannen werken per week gemiddeld slechts 3,5 uur in het huishouden, Zweedse mannen 18,1 uur. De internationale variatie in huishoudelijk werk door vrouwen is veel kleiner. Vrouwen besteden rond de 32 uur per week aan het huishouden.

De verdeling van het huishoudelijke werk tussen mannen en vrouwen wordt ook sociaal en biologisch bepaald. Maar niet voor de eeuwigheid. In een recent artikel in de New York Review of Books over de evolutieleer en de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen voorziet de auteur dat het in de toekomst mogelijk wordt met een relatief lichte medische ingrijp melkproductie bij mannen te stimuleren. In de volgende eeuw geeft vader de borst. De auteur voegt er niet al te subtiel aan toe dat mannen dat bij voorkeur in het publiek zullen doen.

Over de tijd veranderen de tijdsbestedingen fors. Uit het eerder geciteerde overzichtsartikel blijkt dat de arbeidstijd van mannen daalt, terwijl de tijd besteed aan huishoudelijk werk licht stijgt. Vrouwen werken gemiddeld meer uur per week op de arbeidsmarkt en doen minder in het huishouden dan vroeger. Op de arbeidsmarkt nemen de vrouwen het over van de mannen. Thuis nemen de mannen het slechts gedeeltelijk over van de vrouwen. Het totaal aantal uren besteed aan huishoudelijk werk daalt in de tijd. Er wordt gewoon minder huishoudelijk werk verricht. Het gemiddeld aantal uren vrije tijd neemt voor mannen en vrouwen in de tijd toe. Maar dat geldt niet voor iedereen en er zijn aanwijzingen dat deze tendens naar steeds meer vrije tijd recentelijk is omgeslagen.

Er zijn groepen in de samenleving waarvoor de vrije tijd is afgenomen. Voor vrouwen met jonge kinderen en een baan, neemt de hoeveelheid vrije tijd en zelfs het gemiddelde aantal uren slaap per week af. Het eerder geciteerde artikel bevat informatie over veranderingen in de tijdsbesteding tot midden jaren tachtig. Meer recente informatie wijst op een mogelijke omslag. Een recente publikatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft aan dat tussen 1985 en 1995 het aantal uren per week besteed aan arbeidstijd en huishoudelijk werk gemiddeld met bijna 2 uur per week is gestegen in Nederland. Dat is zo'n 100 uur minder vrije tijd per jaar.

Het is verbazingwekkend dat we zo veel aandacht hebben voor de verdeling van inkomen en zo weinig voor de verdeling van tijd. Wat ons intens bezighoudt, is de inkomensongelijkheid, het aantal armen, de minimale verschuivingen in de sub-modale en modale inkomens. Elk jaar wordt tot de laatste cent berekend wat de inkomensgevolgen zijn van beleidsinitiatieven en elk jaar bederven we Prinsjesdag met koopkrachtplaatjes. Elk jaar schrijft iemand dat het onzin is, en het is onzin, en toch wordt elk jaar over elke cent gevochten, heftig en woest alsof we de laatste centimeter Nederlandse bodem verdedigen. Terwijl het gebrek aan tijd steeds nijpender wordt, publiceren we geen tijdplaatjes.

Beleidsinitiatieven leiden niet alleen tot inkomensverschuivingen, maar ook tot veranderingen in de verdeling van tijdsdruk over de bevolking. Verhoging van belastingen en premies betekenen dat we langer moeten werken voor hetzelfde inkomen. Bezuinigingen bij de overheid leiden tot minder personeel en tot hogere werkdruk. Denk bijvoorbeeld aan de ellende in de zorgsector. Daling in de contractuele arbeidstijd per week voor sommige werknemers betekent dat anderen langere uren moeten maken. Het stimuleren van de economische groei betekent meer overwerk en werken op ongewone tijden. Toch doen we op Prinsjesdag alsof we tijd genoeg hebben, alsof we het eeuwige leven hebben.