Na Che Guevara kwam Jan Marijnissen

Che Guevara en Jan Marijnissen kort achter elkaar bij de religieuze omroepen IKON en NCRV op Nederland 1 - als Marx het vanaf boven heeft kunnen zien, zal hij er met een goedkeurend knikje naar hebben gekeken: propagandistisch gezien doen de jongens het niet slecht.

Maar hebben ze zoveel gemeen, Che en Jan? Jan doet altijd wel alsof, maar ik zie hem nog niet met het geweer op de schouder de binnenlanden van Brabant binnentrekken om de arbeiders te bevrijden uit de tentakels van Organon en Philips. Jan is niet alleen conformistischer dan Che, hij is vooral een stuk gewiekster.

Guevara mag een moedig man geweest zijn, hij was toch in de eerste plaats een naïef romanticus die steeds verblinder zijn eigen imago achterna liep. Dat beeld rees ook in al zijn onbarmhartigheid op uit de Channel 4-documentaire bij de IKON. De film bevatte geen nieuwe feiten, maar ontleende zijn overtuigingskracht aan een hergroepering van het bekende materiaal en aan enkele gezaghebbende bronnen.

Eenmaal aan de macht begon Guevara in hoog tempo vuile handen te maken: als hoofd van de rechtspraak was hij verantwoordelijk voor honderden executies van Batista-aanhangers, als minister en president van de nationale bank hielp hij het land naar de economische afgrond. “Ik moest erg lachen toen ik hoorde dat hij bankpresident werd”, zei een jeugdvriendin uit Argentinië, “want Che had absoluut geen verstand van geld.”

Guevara was in het donkerste bos van zijn leven beland. Castro zette hem sluw aan de kant, waarna hij in arren moede met slechts twaalf guerrillero's de revolutie ging exporteren naar Bolivia. De boeren daar moesten niets van hem hebben en verraadden hem. Hij werd een martelaar, maar was in feite een politieke schlemiel wiens lot iets aandoenlijks heeft.

Was hij eigenlijk wel ooit een goede militaire strateeg geweest? Castro zou bewust een propagandistische mythe rond hem hebben gecultiveerd door zijn militaire fouten tijdens de machtsovername toe te dekken. Feit is dat Guevara in de binnenlanden van Bolivia de ene na de andere enormiteit beging. “Ze verplaatsten zich overdag”, zei de Boliviaanse officier die hem had opgejaagd. De man was er nóg verbaasd over.

Zijn dood had een grote symbolische kracht. “Het was het eerste signaal in de jaren zestig dat we gingen verliezen”, zei een linkse journalist.

Verliezen? Jan Marijnissen zal het woord niet willen horen. Hij zit er in de tv-studio's altijd bij alsof hij op elk door ons gewenst moment de macht van Wim Kok kan overnemen. Kok verloochent volgens Marijnissen zijn afkomst - hém zal dat niet overkomen.

Marijnissen is een kordate, handige prater die ik nog nooit één moment in het nauw heb zien komen tijdens tv-interviews. De interviewers zijn aardig voor hem. Het gaat nooit over het duistere, democratische verleden van zijn Socialistische Partij, noch over de aanvechtbare politieke ideeën van het moment.

“De illegalen moeten het land uit”, zei hij gisteren weer eens in Het reces. Hoe had hij zich dat precies voorgesteld? Nederland moest bovendien voortaan niet meer geregeerd worden door ministers, maar door “vijftien, twintig wijze mannen en vrouwen, generalisten die op de lange termijn werken”. Het deed mij erg denken aan de pleidooien voor clubjes van sterke mannen die je nogal eens hoort aan zeer rechtse borreltafels.

Had zijn manische werkdrang misschien iets te maken met zijn streng-katholieke jeugd, wilde interviewer Fröhlich weten. Marijnissen wist het niet, maar hij gaf toe dat het leven op het internaat van de karmelieten zijn sporen had achtergelaten.

Het was alsof de duivel ermee speelde, want even later hoorde ik Anthony Burgess, de Engelse schrijver, in een interview uit 1987 bij de BRT hetzelfde zeggen. De paters van het internaat hadden hem met een eeuwig schuldcomplex opgezadeld. Burgess: “Altijd schuldgevoelens over seks. Mijn hele schrijversleven heb ik ermee geworsteld. Maar schuld is een grote motor om kunst te maken.”

Misschien geldt dat ook wel voor politiek.