Manley

Op de eerste dag van de middelbare school kwam ik te laat. Op de tweede dag ook. Ik was wel op tijd voor het begin van de lessen maar ik had chapel gemist, de dienst in de schoolkapel. Een ander meisje kwam ook te laat, op de eerste en tweede dag, en even dacht ik dat we vriendinnen zouden worden. De derde dag was ik de enige: zij had het begrepen maar ik nog steeds niet.

We zijn geen vriendinnen geworden omdat zij bijna onmiddellijk het pispaaltje van de klas werd; iedereen kon blijkbaar zien dat ze dat was. Ze werd nooit bij haar voornaam genoemd, altijd bij haar achternaam, Manley, dat betekent 'mannelijk'. Sommigen van ons noemden haar Womanley, 'vrouwelijk'. Er was niets bijzonders aan haar, behalve haar gewoonte om op een drafje te lopen, maar daar was ze niet de enige in. Niemand wilde ooit met haar meelopen, of het kleedhokje in het zwembad met haar delen, of naar haar verjaarspartijtje gaan.

Een keer, toen er een quiz werd gehouden op school, kon ze even uitblinken. Er werden zinnen voorgelezen en je moest zeggen wat er mee mis was; een daarvan was: 'De detective vond het briefje tussen pagina 33 en 34 van het boek.' Manley stak haar hand op en zei dat het niet kon omdat de oneven bladzijden in een boek altijd rechts zitten en de volgende even bladzijde is de achterkant ervan. Ik las ook wel veel maar ik had dat nooit opgemerkt, tot mijn grote ergernis. Dat zij het wel gezien had ergerde me nog veel meer.

Het had net zo goed kunnen gebeuren dat ik het pispaaltje was geworden, dat de anderen dat meteen aan mij hadden gezien. En dan zou ik dat geweten hebben van die bladzijden, want dan zou ik geen vriendinnen hebben, en alleen maar kunnen lezen.