Laagland

Laagland (Yolanda Entius, 1995, Ned.). VPRO, Ned.3, 20.12-22.00u.

Een stem op Nederland 3 stelde ons gisteren voor vanavond een film “over seks, liefde, vriendschap en alle ingewikkelde tussenvormen” in het vooruitzicht. Het was een nogal zware aankondiging van het door de VPRO te vertonen Laagland, de bescheiden en sympathieke, eerste lange speelfilm van Yolanda Entius. Over zóveel gaat die film nou ook weer niet. Net als in haar eerder door de VPRO uitgezonden Lolamoviola-bijdrage Wintergasten vertelt scenariste-regisseuse Entius (1961) ons in Laagland over dolende dertigers.

Marcel Musters speelt de protagonist: een 33-jarige, Amsterdamse, vrijblijvend in vriendinnetjes grossierende vormgever van toiletpapier. Na de zelfmoord van zijn onderbuurman vraagt hij zich af of zijn eigen hart wel echt klopt. Musters verlaat huis en haard en achtervolgt Lineke Rijxman, de ex-geliefde van de zelfmoordenaar. En zo belandt hij in een hotel in aanbouw, gelegen aan een Hollandse rivier. Daar onderhoudt Rijxman een onduidelijke relatie met Tom Jansen. Prompt realiseert Musters zich dat hij voor het eerst in zijn leven echt verliefd is. Op Rijxman. En zij beantwoordt die liefde, min of meer.

Min of meer, want Laagland is vooral een studie naar relationele ongewisheid. Zo ontleent de film zijn dramatische kracht voor een fiks deel aan het feit dat je als kijker lange tijd geen greep krijgt op de aard van de verhouding tussen Jansen en Rijxman. In het door de VPRO-gids overgeschreven publiciteitsmateriaal wordt ondertussen simpelweg verklapt dat het hier een broer-zus-relatie betreft. Het is onbegrijpelijk dat men daar zo saboterend uit de school klapt.

Ook in andere opzichten zit deze filmproductie zichzelf dwars. Yolanda Entius heeft gekozen voor een licht absurde, dan weer melancholieke toonzetting. Die aanpak levert soms sprankelende taferelen op, maar vliegt minstens zo vaak uit de bocht en ontaardt dan - uit een onverwacht gebrek aan understatement - in kinderlijk relatie-geneuzel. Precies zoals de heerlijk weemoedige filmmuziek van Raymond van het Groenewoud verkeerd uitpakt als er eenmaal een tekst aan wordt toegevoegd. Voor een strofe als 'Gelukkig zijn / daar wil ik alles voor geven' is de film net iets te weinig ironisch. En dan de aan Marsman ontleende titel. Een mooie titel, maar waarom heeft Entius filmisch zo weinig met dat bezongen landschap gedaan?