Kakelverse kunstkaarten

Maaseik is een schilderachtig Belgisch stadje met 22.000 inwoners aan de Maas die hier grensrivier is. Het ligt ter hoogte van Sittard. De inwoners worden vier 'deugden' toegedicht: kaal (in de betekenis van opschepperig), lui, lekker en hovaardig. In een van de straten staat een groepje in brons dat die vier hoedanigheden verzinnebeeldt.

Het werd er in 1994 geplaatst toen Maaseik het 750-jarig bestaan als stad vierde. Volgens de VVV heeft Maaseik een hart voor snuisterende winkelaars. De Markt is zeker wel hét pronkstuk met daarop de reusachtige in wit marmer uitgevoerde beelden van de schilders Jan en Hubert van Eyck die hier werden geboren. Op de straat voor een in Maaslandse renaissancestijl gebouwd huis staat een bord met het opschrift 'kakelverse kunstkaarten'. Die kaarten staan in de etalage uitgestald: 6 stuks voor 220 Belgische franken.

Gaande van noord naar zuid mag ik graag even in Maaseik aanleggen om in restaurant Van Eyck op de Markt garnalenkroketjes te eten. Zo was ik er laatst weer. Ik zag een man van aanzienlijke omvang met een ruige baard die barrevoets ging. Vanwege de hitte had hij het bovenlijf ontbloot. Dat was zwaar behaard. Hij hield zijn broek op met rode bretellen. Pas als het te laat is leg ik de link tussen kaarten en man die inmiddels met de fiets aan de hand ergens in de stad verdwenen is. En omdat er op een van de kaarten een nieuwsgierig makende tekst staat, besluit ik hem de dag erop te bezoeken.

Het is Jan Peeters, kunstenaar en dichter. Hij zit sinds kort in het huis waar vroeger de VVV was gevestigd. Vandaar de wervende tekst op het raam: 'Maaseik een waaier van mogelijkheden'. Jan maakte de kaarten met begeleidende tekst.

De opbrengst uit de verkoop is voor de financiering van de eens in de 25 jaar te houden processie die voert van de hoofdkerk in Maaseik naar de Romaanse kerk van het een kilometer noordoostelijk gelegen Aldeneik. In die processie, die dit jaar op 7 en 21 september zal uittrekken en waarvoor nu al wordt gevlagd, worden de relieken meegevoerd van de heiligen Harlindis en Relindis. Voor deze vrouwen werd in de achtste eeuw in Aldeneik een aan hen gewijd klooster gevestigd. In de late Middeleeuwen verhuisden de kapittelheren evenwel naar het ommuurde en dus veiliger geachte Nieuw-Eycke, zoals Maaseik toen heette. Ze namen de relieken mee van Harlindis en Relindis met de kennelijke belofte om ze eens in de zoveel jaren met een plechtige processie naar Aldeneik terug te voeren. Daar blijven ze dan 14 dagen om vervolgens weer naar Maaseik te worden teruggebracht. Jan Peeters ontwerpt de 21 praalwagens die in de processie worden gebruikt.

“Na de inname van de Hollanders en de capitulatie van de horeca wordt de Markt 'n rijk apart”, staat op een van de kaarten in de etalage waarop mijn oog viel. Is hier sprake van Hollanderhaat? Dan vertelt hij zijn verhaal vol nostalgie. Aan de Markt werd Jan 51 jaar geleden geboren als zoon van de directeur van de plaatselijke Kredietbank. “Dat was toen er nog maar twee auto's stonden; de ene van de burgemeester en de andere een kever waarmee men rondritten door de stad kon maken. Hier kon je nog ongestoord spelen en overheerste de stilte.”

In de jaren zeventig werd de Markt een parkeerplaats en de horeca nam steeds meer van het plaveisel in bezit voor terrassen. Nu ziet men er alleen nog maar blik waarvan zeker de helft afkomstig is uit Nederland. Men kan hier trouwens in de parkeerautomaten ook met guldens betalen.

Het verkeer heeft intussen ook hier zijn vernietigend werk gedaan. De majestueuze lindebomen zijn aangetast door uitlaatgassen. Ze worden nog slechts in leven gehouden door het voedselrijke water dat er via pijpen in de grond naartoe vloeit.

De gemeente wil de naar schatting 120 jaar oude reuzen nu gaan vellen. Daarvoor in de plaats zullen nieuwe bomen van 20 jaar oud worden geplaatst. Op een enkele plaats is dat al gebeurd. Dat is het verdriet van Jan Peeters. “Hollanderhaat heb ik niet. De Nederlanders die hier komen zijn lang niet zo luidruchtig als in Antwerpen. Ze komen meestal uit Nederlands Limburg, dus het zijn Limburgers onder de Limburgers zal ik maar zeggen, Maaslanders onder elkaar. Mijn gedichtje is meer een aanklacht tegen de tol die we moeten betalen voor de vooruitgang.”

Jan Peeters treurt om zijn geliefde Markt, waarvan hij nooit is weggeweest. En daarom vertelt het gedichtje verder over “trappisten die in heilige stilte van tafel naar tafel, van zoete mond naar zoete mond schuifelen. Totdat de vogels wakker worden in wat nog overblijft van de kruinen.”

    • Max Paumen