Joods-Frans leven na de oorlog; Waarom geen meisje met rood haar

Robert Bober: Nog nieuws over de oorlog? (Quoi de neuf sur la guerre?). Vertaald uit het Frans door Jan Versteeg. De Arbeiderspers, 191 blz. ƒ 34,90

Het is een klassieke auteurstruc om de gebeurtenissen in een roman te laten vertellen door verschillende stemmen. Briefboekenschrijvers als Samuel Richardson en Betje Wolff hadden er tweehonderd jaar geleden al veel succes mee, maar in de jaren twintig van deze eeuw werd het wisselende - 'middelpuntzoekende' - perspectief tot kunst verheven door modernisten als Joyce en Woolf. Hoe effectief deze compositorische techniek kan zijn, bleek weer eens een jaar geleden, toen de Engelsman Graham Swift de Booker Prize won met Last Orders, een op William Faulkners As I Lay Dying gebaseerd begrafenisverhaal dat zich laat destilleren uit de monologen van een vijftal personages.

Ook in Nog nieuws over de oorlog?, de eerste roman van de Franse documentairemaker Robert Bober (1931), verschuift het perspectief van hoofdstuk tot hoofdstuk. Door middel van brieven en monologen krijgen we een beeld van het leven op een klein naai-atelier in het Parijs van vlak na de Tweede Wereldoorlog. De tailleurs en afnaaisters aan de Rue de Turenne zijn bijna allemaal joods, en dus is de oorlog het gemeenschappelijke referentiepunt. Niet dat iedereen even gemakkelijk en onverholen praat over de achterliggende periode, met haar razzia's en concentratiekampen. Pas in de loop van het boek krijg je als lezer dan ook genoeg informatie om inzicht te krijgen in de geest van de personages; personages die niet alleen getekend zijn door deportatie, ontberingen en het verlies van familieleden, maar ook door de vijandige behandeling die de overlevenden van de Shoah ten deel viel toen ze terugkwamen in hun vaderland.

Neem Joseph, een jonge strijker op het atelier van mijnheer Albert die zichzelf beschrijft als een 'schlimásl', de overtreffende trap van een sukkel. Op 16 juli 1942, toen 12.000 joden gevangen werden gezet in het Vel' d'Hiv, de overdekte wielerbaan van Parijs, ontsnapte hij aan de Duitsers door zonder omkijken weg te rennen van zijn ouders. Vier jaar later ziet hij de politieman terug die destijds zijn familie arresteerde: hij is commissaris op het bureau waar Joseph komt om zich te laten naturaliseren. Als de man hem verzekert dat hij 'al het mogelijke zal doen om ervoor te zorgen dat zijn verzoek niet wordt ingewilligd', neemt de woedende Joseph zich voor om schrijver te worden: 'Ik zal schrijven om te vertellen over het verhaal van uw aanwezigheid hier, op dit politiebureau, en om te vertellen dat het u niet gelukt is alles te vernietigen, want ik leef, hier, voor u, met mijn voornemen te schrijven.'

Op het naai-atelier werkt Joseph samen met andere markante figuren: de naïeve Maurice die de meest verschrikkelijke dingen in Auschwitz heeft doorstaan, maar die vooral treurt om de dood van de beeldschone mevrouw Himmelfarb, het sekssymbool van zijn jeugd; de extroverte Léon, een voormalig toneelspeler bij het Jiddische theater, die met sick jokes de wanhoop op een afstand houdt; en de zwijgzame Charles, die zijn vrouw in het kamp verloren heeft en haar nagedachtenis eert door alle huwelijksaanzoeken af te slaan, onder het motto: 'Ik ben geen man voor de toekomst. Ik leef in het heden, omdat het me de mogelijkheid biedt me de dingen te herinneren, en als ik me de dingen niet herinner, wie doet het dan?'

Zinnen als deze suggereren dat Nog nieuws over de oorlog? een loodzwaar boek is. Ten onrechte. Robert Bober heeft een lichte toon die perfect is toegesneden op de zwartgallige en tragikomische gebeurtenissen die hij beschrijft. Zijn stijl, die gekenmerkt wordt door droge humor en absurdistische logica, doet de Nederlandse lezer denken aan die van Arnon Grunberg. Welke andere schrijvers laten een zin als 'Simone had rood haar' volgen door 'Ik dacht: Waarom geen meisje met rood haar?' En welke schrijvers openen een scène in een restaurant met een alinea als deze: 'Je denkt het leven te kennen en dan, op een dag, zit er iemand tegenover je aan een restauranttafel en kom je er meer over te weten dan uit de krant'?

Bober heeft nog meer troeven. In alle hoofdstukken van Nog nieuws over de oorlog? - die op een enkele uitzondering na te lezen zijn als gave korte verhalen - weet hij de lezer te ontroeren. Soms zit de gevoeligheid in kleine, terloopse details: de coupeur zonder kind of kraai die na een korte beschrijving van de familie van zijn baas concludeert 'Het is een volledig gezin'; of het jongetje dat vanuit een zomerkamp voor joodse oorlogswezen aan zijn ouders schrijft dat iedereen één keer per week brieven moet schrijven maar dat sommigen dat niet doen 'omdat ze zeggen dat ze niemand hebben aan wie ze zouden kunnen schrijven.' En soms word je geraakt door de droevige verhalen waarvan ieder personage in Nog nieuws over de oorlog? er wel een paar kan vertellen. Ik zal niet snel David vergeten, het kleine jongetje dat zich letterlijk vastklampt aan het zakhorloge dat zijn vader hem gaf voordat hij in 1942 in een gastgezin werd ondergebracht.

In Frankrijk en Duitsland is het autobiografisch getinte Nog nieuws over de oorlog? vergeleken met W of de jeugdherinnering (1975), het boek waarin de eveneens joodse Georges Perec zijn oorlogsjeugd reconstrueerde. De associatie ligt voor de hand, want Perec was een goede vriend van Bober en komt zelfs voor in Nog nieuws over de oorlog?, als de eenzame wees Georges P. die zijn dagen vult met het bijwerken van een lijst met films die hij gezien heeft. Maar verder hebben de twee boeken weinig met elkaar te maken. Niet alleen omdat in Nog nieuws over de oorlog? het verhaal van de jongens in het zomerkamp slechts een van de vele is, maar ook omdat Perecs combinatie van autobiografie en fictie veel experimenteler van opzet is. Het gaat Robert Bober om het knopen van een netwerk van verhalen, dat uiteindelijk een beeld geeft van joodse (na)oorlogstrauma's. 'Om te proberen mensen tot rust te brengen, hun lijden te verzachten, luister je naar hen als ze hun verhaal doen', zegt een van de personages.

Het belang van het vertellen van verhalen, om trauma's te verwerken, om het dagelijkse leven aan te kunnen, loopt als een rode draad door Nog nieuws over de oorlog? heen, net als het besef dat het bijna onmogelijk is om te bevatten wat er in de Shoah is gebeurd. In een opmerkelijke passage van het boek troost een oom zijn op school gepeste nichtje met een lang parabel-achtig verhaal. 'Ik heb het eind niet goed begrepen', zegt het meisje na afloop. Waarop haar oom antwoordt: 'Sommige verhalen begrijp je nu eenmaal niet altijd meteen, maar dat is niet erg. Wat telt, is dat je ernaar luistert. En ook dat je ze vertelt als je ze kent.'