Huisvaders vieren vakantie, het is rustig op de Wallen

Sommige Tweede-Kamerleden lopen stage tijdens het zomerreces van de Kamer. Boris Dittrich (D66) verdiepte zich in de problematiek rond de prostitutie in Amsterdam.

AMSTERDAM, 8 AUG. Boris Dittrich was vorige week nog op het departement van Justitie om te informeren naar de subsidie van twee ton voor De Rode Draad, een stichting die de belangen van prostituees behartigt.

Deze ochtend komt de goede tijding aan op de Kloveniersburgwal, in het hart van de Amsterdamse Wallen.

“Het komt goed van pas”, zegt Dittrich tegen de voormalige prostituees Pascal en Yvette, die namens de stichting werken voor hun oud-collega's.

De voormalige rechter wil zich persoonlijk op de hoogte stellen van het reilen en zeilen in de prostitutie nu het beroep zal worden gelegaliseerd. Dat wordt straks aangenomen door de Kamer, verzekert hij de medewerkers van De Rode Draad. “Van de grote partijen is hooguit het CDA tegen omdat die partij prostitutie sowieso schande vindt.”

Dittrich loopt elke zomer stage om zijn kennis bij te spijkeren. In 1994 liep hij mee met de vreemdelingenpolitie, een jaar later bestudeerde hij het werk van de politie in Miami. Hoogtepunt daarbij was een nachtdienst met een politieauto in een no-go-area. “Het was zó arm, zó crimineel. Het was alsof ik in een politieserie terecht was gekomen.”

Bij De Rode Draad is het rustig. “In de zomermaanden zit je te stikken achter het raam”, zegt Pascal. “Je verdient niet zoveel. Huisvaders zijn op vakantie met hun gezinnetje. Na de vakantie wordt het weer druk.”

Pascal stapte uit de prostitutie, omdat “het niet meer lonend” was, zegt ze tegen een verbaasde parlementariër. “Ik verdiende bruto vijfhonderd gulden per dagdeel. De kosten voor de huur van een raam, condooms, lingerie, make-up, taxi moeten daar nog vanaf. Tegenwoordig betaal je ook nog belasting. De prijzen zijn al twintig jaar hetzelfde.”

De meeste vragen die prostituees aan De Rode Draad stellen gaan over belasting. Eén ding staat vast: de belastingdienst moet met één gezamenlijk beleid komen. “Bedrijfskleding is niet meer aftrekbaar. Staatssecretaris Vermeend heeft ook de verzorgingskosten er uitgegooid. Het verschilt per regio of de belastingdienst de kosten voor de zonnebank of de kapper laat aftrekken van de belasting. Eigenlijk moet er een soort forfait komen voor prostituees”, zegt een medewerkster die haar naam niet in de krant wil hebben. “Ik zal Vermeend ernaar vragen”, zegt Dittrich terwijl hij een aantekening maakt op zijn schrijfblok.

Een ander probleem is het parttime werk. De sociale dienst gaat ervan uit dat de prostituees geen aanvullende uitkering hoeven te hebben, omdat de vrouwen genoeg kunnen verdienen, zegt Pascal. “Sommige vrouwen willen bijvoorbeeld alleen op de vrijdagavond achter het raam zitten. De sociale dienst kan moeilijk zeggen: ga maar extra werken om je salaris tot het minimumloon aan te vullen. Ze kunnen niet iemand dwingen te solliciteren naar nog meer werk. Dat ligt in de prostitutie iets anders dan met andere banen.”

Het bezoek aan De Rode Draad leert Dittrich een aantal feiten. Bijvoorbeeld dat een vrouwenhandelaar zo'n 3.000 gulden moet betalen om een Oost-Europese vrouw in Nederland te krijgen. Een Braziliaanse kost 5.000 gulden. “Het klinkt alsof het over vleeswaren gaat”, merkt Dittrich op. De exploitanten van sekshuizen stapten tien jaar geleden over op het aantrekken van buitenlandse vrouwen. Nederlandse vrouwen stelden veel te veel eisen.

Tegenwoordig hebben sommige vrouwen veel last van met name Turkse en Marokkaanse mannen, die seks willen op hun eigen voorwaarden, wat meestal neerkomt op seks zonder condoom. “Voor hen ben je het laagste van het laagste”, zegt Pascal tegen Dittrich. “Minder dan een gebruiksvoorwerp. Je spreekt van tevoren iets af, maar dan willen ze opeens dat je het zonder condoom doet. Anders word je in elkaar geslagen. In Den Haag en Rotterdam zijn hotels waar vrouwen dat onder druk van de eigenaars doen.”

Dittrich schrikt ervan, al zou het niet veel meer voorkomen. Het valt hem wel op dat het beeld dat buitenstaanders van de prostitutie hebben niet altijd met de werkelijkheid overeenkomt. Dat begint al met de hulpverleners, zegt Pascal. “Ze denken allemaal dat je het vreselijk vindt om in de prostitutie te werken, dat je een nare jeugd hebt gehad. Ze willen je er zo snel mogelijk uit redden. Veel meisjes vinden het helemaal niet erg. Je moet bij een hulpverlener echt gaan huilen om aandacht te krijgen voor een probleem, ook al gaat het alleen maar over huisvesting. Op een andere manier kunnen ze je niet zien.” Dittrich schuifelt op zijn stoel. “Hebben jullie de indruk dat ik dat ook doe?” vraagt hij. “Nee, ik moet zeggen dat jij redelijke vragen stelt”, antwoordt Yvette.

De prostitutie wordt volgend jaar legaal in Nederland. “Zo'n wet zal de wereld niet direct veranderen”, zegt Yvette. De Rode Draad hoopt dat de Nederlandse gemeenten, die de praktijk van de prostitutie zelf moeten gaan invullen, een eenvormig beleid zullen ontwikkelen. Als de gemeentelijke regels straks te veel verschillen, komt er een trek vanuit de ene plaats naar de andere. “De enigen die daar voordeel bij hebben zijn de exploitanten”, zegt Yvette, die de wetsvoorstellen van minister Sorgdrager een “redelijk realiteitsgehalte” toekent. “Het is niet zo dat ze in Den Haag geen idee hebben waarover het gaat.”

Het is Dittrich opgevallen dat de discussie in Den Haag tot nu toe vooral gaat over de wetstechnische kant van de zaak. Een morele discussie zal hij in de Tweede Kamer zeker aanzwengelen, kondigt hij aan.

Dittrich: “Prostitutie is geen verderfelijk beroep dat je moet afkeuren, het is de realiteit waarvoor je je kop niet in het zand moet steken. In feite is het seksuele dienstverlening. Maar het moet wel echt vrijwillig gebeuren.”

    • Rob Schoof