Hordeloper is veel te aardig om aandacht van het grote publiek te trekken; Wereldtitel voor de onbekende Johnson

ATHENE, 8 AUG. Voor de derde keer op rij won Allen Johnson op de 110 meter horden een belangrijk kampioenschap. De Amerikaan prolongeerde gisteravond in Athene zijn wereldtitel. Toch krijgt hij vaak niet de waardering die hij verdient en blijft hij in de atletiek 'de andere Johnson'. De echte Johnson is Michael. De 26-jarige hordeloper deert dat niet. “Johnson is nu eenmaal een veel voorkomende naam. Ik kan niet meer doen dan de Number One Allen Johnson te zijn”, zei hij na zijn triomf in Athene.

In vergelijking met de sprinters komen de hordelopers er wat betreft aandacht karig vanaf. En dat terwijl hun nummer toch opvalt door het gekletter van horden en de gestroomlijnde combinatie van sprint- en sprongkracht van de atleten. Misschien heeft het te maken met de atleten die momenteel op de 110 meter horden domineren. Dat zijn aardige jongens, misschien wel te aardig.

Gisteren na de finale in Athene zaten ze broederlijk naast elkaar, de Amerikaanse wereldkampioen Allen Johnson en de Engelse nummer twee Colin Jackson. Ze waren heel complimenteus over elkaar. De coach van Johnson werd gevraagd om naast zijn pupil te komen zitten. Dat zorgde voor een onverwachte reactie uit de zaal. “Colin, is jouw coach ook hier?” Het bleek voormalig olympisch kampioen Linford Christie te zijn, een goede vriend van Jackson. Er werd gelachen en ook de coach van Jackson werd naar voren gehaald. Gezellig was het.

Maar sport betekent ook rivaliteit. En af en toe een flinke woordenwisseling tussen concurrenten kan geen kwaad. Dat trekt de aandacht, zoals het geruzie tussen Donovan Bailey en Michael Johnson voor hun tweekamp over 150 meter in juni. Misschien was dat allemaal wel show, maar het publiek smulde er van.

De andere Johnson is zo niet en zal ook nooit zo worden. Hij is ondanks zijn titels nog steeds bescheiden. Met zijn tegenstanders kan Allen Johnson goed opschieten en zelfs de horden die hij moet bedwingen, beschouwt hij niet als vijanden, maar als vrienden. “Ik denk nooit negatief, dat is de sleutel tot mijn succes”, legde hij uit.

Ook de wereldkampioen zelf vindt dat hordelopers meer waardering verdienen. Zo had Johnson een slechte ervaring toen hij zich recentelijk als kandidaat voor de Amerikaanse estafetteploeg aanmeldde. Ze namen hem niet eens serieus. Wat moet zo'n hordejongen nou op de sprint zonder hindernissen? “Ik had niet op een grote kans gerekend, maar mijn voorstel werd niet eens overwogen.”

Johnson weet wel een manier om meer respect af te dwingen. Gewoon harder lopen. Samen met Jackson, die na een lange periode van blessureleed terug op zijn oude niveau is. Johnson: “Ik ben blij dat hij er weer is. We inspireren elkaar.” Jackson: “Ik ben terug en Allen is op zijn top. Na nog een paar weken trainen kunnen we mooie tweekampen lopen en misschien het wereldrecord breken.”

Dat staat sinds de WK van 1993 op naam van Jackson met 12,91. Johnson was toen nog niet op het internationale toneel verschenen. “Ik heb dat record op televisie gezien. Ik keek tegen Colin op.” Nu wil hij dat wereldrecord weleens zelf hebben. Hij bleef er gisteravond slechts tweehonderdste van een seconde vandaan. De 12,93 betekende de vijfde tijd ooit. Hij liep ook al een keer 12,92. “Ik loop altijd zo hard als ik kan en misschien betekent dat op een dag wel het wereldrecord”, zei Johnson.

Toen was de bijeenkomst voorbij. Johnson fluisterde Jackson in het oor dat hij nu waarschijnlijk wel kon plassen voor de dopingcontrole. Jackson zorgde er vervolgens voor dat er geen vragen meer werden gesteld. Daarna stapten ze samen op.