Gesprek met Gerard Mortier, artistiek directeur van de Salzburger Festspiele; Ik heb volledig mijn zin kunnen doen

Gerard Mortier, de directeur van de Festspiele in Salzburg, vindt dat zijn festival niet alleen Mozart en andere klassieken moet brengen, maar ook David Bowie en Brian Eno. “Ik verwacht bij de jongere componisten een reactie tegen het materialisme van deze tijd.”

Helemaal links op het podium van het Grosse Festspielhaus in Salzburg, ongeveer het breedste toneel ter wereld, staan Gerard Mortier en Peter Sellars, beiden klein van stuk. Mortier, de artistiek directeur van de Salzburger Festspiele, en Sellars, de regisseur van de premièrevoorstelling van die avond, geven samen een inleiding op de opera Le Grand Macabre van György Ligeti. De opera uit 1977, over een aangekondigde ondergang van de wereld, die zich overigens niet voltrekt, zal over een uur worden uitgevoerd in een nieuwe versie. De enscenering van Sellars, die eerder in Salzburg stukken regisseerde van Messiaen, Aeschylos en Strawinsky, zal vast en zeker controversieel zijn.

De altijd minzame, maar tegelijk ook vlijmscherpe, Mortier begint met het loven van het meestal conservatieve Salzburgse publiek. Dat de parterre bijna geheel is gevuld, bewijst dat er ondanks negatieve publiciteit grote belangstelling is voor juist deze bijzondere eigentijdse Festival-produktie. De jongensachtige Sellars laat in vrijwel elke zin die hij uitspreekt, de naam Mozart vallen. Mortier vertaalt Sellars' Engels in vloeiend Duits en vult diens uitspraken nog aan met wat musicologische termen en muziekhistorische uitweidingen over het revolutionaire in Don Giovanni van Mozart en het uitzonderlijke van de Negende symfonie van Beethoven.

Sellars eindigt met het uitspreken van zijn zorg over de toestand in de wereld. “Na de wereldoorlogen zei men: 'dit nooit weer'. Maar ook de laatste halve eeuw zijn er vele oorlogen en massaslachtingen geweest, zoals in Cambodja, in Joegoslavië, in Afrika. Dat beroert me, dat beweegt me ook tot het gebruik van mijn fantasie in deze enscenering, die misschien ongewoon is. We denken te weten wat in het theater 'normaal' en 'abnormaal' is. Maar misschien denkt God daarover heel anders, op de Dag des Oordeels.”

Het Salzburgse publiek is merkbaar onder de indruk van de ernst van deze inleiding. De hedendaagse componist Ligeti lijkt opeens een voortzetter van de grote traditie in de klassieke muziek. Na de voorstelling is er een kwartier applaus voor Sellars en Ligeti.

Een paar dagen later zegt Mortier: “Een staande ovatie zoals voor Le Grand Macabre heeft hier decennia lang niet plaats gehad. Dat bewijst hoe terecht het is om hier in Salzburg levende componisten te presenteren, net zoals pas Mauricio Kagel met Aus Deutschland in het Holland Festival.”

Gerard Mortier, in 1991 benoemd tot opvolger van Herbert von Karajan als artistiek directeur van de Salzburger Festspiele, zegt dit jaar voor het eerst geheel tevreden te zijn over het programma met theater, opera, concerten en films. “Ik heb volledig mijn zin kunnen doen en geen enkel compromis gesloten. Vroeger was ik gedwongen bepaalde bezettingen te accepteren of bepaalde regisseurs. Ik ben nu verantwoordelijk voor alles.”

Totaal vernieuwde Salzburger Festspiele, waarin ook plaats is voor popmusici als David Bowie en Brian Eno, zijn voor Mortier niet langer een utopie. “Het publiek is gedeeltelijk vernieuwd en verjongd. Maar ook een deel van het oude publiek - niet het reactionaire, maar het conservatieve deel ervan - krijgt een nieuwe instelling. Vroeger was er hier veel jet-set en een klein kennerspubliek. Nu is dat bijna omgekeerd.”

Circusvoorstelling

Dat Die Zauberflöte als een circusvoorstelling sterk omstreden is, daarmee kan Mortier juist goed leven. Voor hem is een festival er vooral om met nieuwe kunst en controversiële voorstellingen dicussies los te maken. “Ik heb een brief gekregen van de Vrijmetselaars, die zich in deze Zauberflöte belachelijk gemaakt voelen. Dat is niet het geval, de vrijmetselaarssymboliek is door regisseur Achim Freyer alleen naïef voorgesteld. Deze Zauberflöte zal dan ook terugkeren in de festivals tot 2000.”

De voortdurende kritiek in de pers, vooral de Weense, beschouwt Mortier als ritueel. Terwijl de toeschouwerscapaciteit van het festival sinds Karajan is gestegen van 180.000 tot 220.000 en de inkomsten flink toenamen, is elke onverkochte kaart nieuws. In Salzburg zijn de hotels en restaurants voor een groot deel afhankelijk van de Festspiele, dus Salzburg ziet het liefst zoveel mogelijk gefortuneerde kunstliefhebbers.

Voor Mortier is dat geen uitgangspunt van een artistiek beleid. “Alleen in Amsterdam zit de zaal vol voor hedendaagse opera's. In Wenen, Parijs of Milaan is daarvoor minder publieke belangstelling dan nu in Salzburg. Wel is Salzburg de Mozartkugelstad, men wil Mozart altijd in Wienerische stijl, süss, elegant, rococo - maar dat is hij helemaal niet. Bij Mitridate, re di Ponto zit de zaal dan ook niet vol. Veel 'Mozartliefhebbers' houden alleen van Papageno en de aria van Figaro. Ik denk dat in Amsterdam veel meer Mozartliefhebbers rondlopen dan in Salzburg.”

Deze week is Bianca Jagger op uitnodiging van Mortier in Salzburg. De ex-echtgenote van Mick Jagger van The Rolling Stones gaat naar zeven voorstellingen. David Bowie komt later deze maand kijken naar Debussy's Pelléas et Mélisande in de regie van Bob Wilson. Het zijn aanzetten voor de definitieve vernieuwing en heroriëntatie van het elitaire Salzburg, waarvoor Mortier pas een aantal plannen ontvouwde. Er komen in de periode tot en met 2001 onder andere nieuwe muziektheaterstukken van Luciano Berio, Kaija Saariaho, filmmaker Hal Hartley en Matthias Pintscher.

Mortier: “Salzburg betekent voor mij naast Mozart, de twintigste-eeuwse klassieken en die wereldpremières, nog een vierde categorie. Die houdt in dat ik aan het eind van deze eeuw bepaalde fenomenen en verworvenheden van onze maatschappij aan de orde wil stellen. Dat zijn de filmcultuur en de popcultuur. Dit jaar hebben we een retrospectief van films van Peter Greenaway. Ik heb Hal Hartley gevraagd een 'musical play' te maken met eigen tekst en muziek, die door hemzelf in het theater wordt geënsceneerd.

“Toen Bowie vorig jaar in een interview zei graag samen theater te maken met Bob Wilson, heb ik onmiddellijk gereageerd. Kan iemand, die zo'n carrière heeft gemaakt in de popcultuur, mij iets brengen op het gebied van muzikaal theater? Bowie, Wilson en ik hebben elkaar al ontmoet en ze willen inderdaad samen wat gaan doen. Bowie en Wilson zeiden elk daarover van alles, maar ze luisterden weinig naar de ander en spraken vaak langs elkaar heen. Er komt nu een nieuwe sessie in New York met Brian Eno, die nieuwe muziek zou moeten maken, en de Duitse dramaturg Wolfgang Wiens, die een nieuwe tekst moet schrijven. Ik zou de androgyne Bowie ook graag laten samenwerken met de sopraan Anja Silja. Of het lukt weet ik niet, maar juist de Salzburger Festspiele met hun ruime budget kunnen zich zo'n risico permitteren.”

Zelfmoord

De meeste nieuwe opera's die Mortier in bestelling heeft, hebben, net als Le Grand Macabre, een apocalyptisch karakter. Soon van Hartley gaat over relgieuze sekten die collectief zelfmoord plegen. Het nieuwe stuk van Berio met de werktitel R begint met de val van de muren van Jericho. Heliogabal van Pintscher gaat over de Romeinse 'zonnekeizer', wiens genotzucht voert tot zijn ondergang - hij wordt op 18-jarige leeftijd vermoord.

Mortier: “Ja, we leven in het fin de siècle! Ik heb het niet zo exact bedacht, het gaat vanzelf. Twee dingen interesseren mij: een analyse van de tijdgeest en een onderzoek naar spiritualiteit. Ik verwacht bij de jongere componisten een reactie tegen het materialisme van deze tijd, een antwoord op de vraag 'waar gaan wij naartoe?' Daarnaast programmeer ik de komende jaren klassieke stukken die een nieuw tijdperk aankondigen, zoals Idomeneo en Die Zauberflöte van Mozart, Les Troyens van Berlioz. Het is dus eindtijdstemming èn 2001, de nieuwe wereld in de film van Stanley Kubrick.”

Mortiers energie in Salzburg contrasteert sterk met die van Jan van Vlijmen, de nu teruggetreden leider van het Amsterdamse Holland Festival. Van Vlijmen zag de afgelopen jaren in de internationale kunstwereld geen vernieuwing en vond in Amsterdam nauwelijks nog ruimte voor grote initiatieven op muzikaal gebied. Onder leiding van zijn opvolger, de Belgische toneelregisseur Ivo van Hove, zal internationaal theater een belangrijke plaats in het Holland Festival voortaan krijgen. Daarnaast is er daarin plaats voor muziek en opera, maar onduidelijk is nog hoe Van Hove dat gaat invullen.

Mortier: “Ik zou het ongelooflijk jammer vinden als het Holland Festival een puur theaterfestival zou worden. Er is in Nederland heel goed theater en een heel goed muzikaal leven. Dat moet men juist in een festival gebruiken. Ik zal daarover spreken met Ivo van Hove, die een goede vriend van mij is. Als het Holland Festival geen muziek integreert in het programma, zie ik het festival binnen nu en vijf jaar verdwijnen. Dan wordt het een festival van bestaande voorstellingen. Een goed internationaal festival heeft juist belangstelling voor verschillende kunsten en brengt allerlei nieuwe creaties.”