Euro kan straks wellicht uitkomst bieden voor olieconcern; Valuta-mist over Shell-cijfers

Valutaverliezen drukten en vertroebelden de winst van Koninklijke Shell in het eerste halfjaar. Het bedrijfsresultaat is een betere graadmeter.

DEN HAAG, 8 AUG. Het machtigste bedrijf ter wereld (volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes) en wat betreft beurswaarde de op één na grootste onderneming ter wereld (ranglijst Financial Times) heeft in het eerste halfjaar een flinke tik gekregen door valutaverliezen. De Nederlands-Britse Koninklijke Shell Groep zag haar nettowinst met 15 procent dalen door de sterke stijging van het pond sterling en de dollar, en forse voorraadverliezen die het meest aan de sterke dollar zijn te wijten.

Een deugdelijk excuus, maar toch een tegenvaller in de vergelijking met Amerikaanse en Britse bedrijven in de oliebranche.

Franse, Duitse of Nederlandse raffinaderijen behorend tot de Shell-keten bijvoorbeeld, worden vooral 'gevoed' met ruwe olie die op de wereldmarkt moet worden aangekocht in dollarprijzen. Hogere kosten in francs dus, in marken en guldens, bij een dollar die in januari nog 1,70 gulden kostte, en nu op 2,12 gulden staat. Het pond sterling steeg in die periode van 2,95 naar 3,35 gulden.

Een tweede illustratie van het valutaprobleem voor Shell: de sector chemie. Shell-maatschappijen zitten samen in de top van de grootste petro-chemiebedrijven ter wereld, met een totale omzet van 9 miljard pond sterling in 1996. Ze rekenen allemaal af in D-marken, en die valuta is in het eerste halfjaar tegenover het pond sterling met 21 procent in waarde gedaald.

Exclusief al deze narigheden resteert er voor de hele groep van de 15 procent winstdaling nog maar één procent daling. In dollars gemeten steeg de halfjaarwinst zelfs met 5 procent. Elk van de drie bedrijfssectoren: exploratie en productie van olie en gas, raffinage en verkoop en chemie boekten in die cijferopstelling een stijging van omzet en winst. De raffinage scoorde in het tweede kwartaal het best als gevolg van scherpe kostendalingen, met de hoogste marge per eenheid product.

De beste graadmeter van wat er bij Shell omgaat is de stijging van het bedrijfsresultaat in het tweede kwartaal met 9 procent, aldus president-directeur drs. C.A.J. Herkströter gisteren. “De onderliggende waarden van het concern zijn goed, anders zouden we niet een rendement op geïnvesteerd vermogen van 11,5 procent over 12 maanden, eindigend op 30 juni, kunnen laten zien.”

Dat cijfer is licht gedaald ten opzichte van het hele jaar 1996 (13,2 procent) en ligt nog een half procent beneden de doelstelling die Herkströter twee jaar geleden vóór de grote reorganisatie van het concern formuleerde. Terug naar 13 procent rendement zou een mooi afscheidscadeau voor de topman zijn als hij volgend jaar met pensioen gaat. “Maar als je de gedaalde olieprijs (18 dollar per vat in het tweede kwartaal), de chemie en de valutabeweging in aanmerking neemt hebben we nog heel wat te doen”, zei hij gisteren.

Shell was al met al een dissonant in de symfonie van positieve halfjaarcijfers op de Amsterdamse beurs, want beleggers letten vooral op het eindresultaat. De koers van Koninklijke Olie sloot 2,30 gulden lager op 117.90 gulden en zakte vanochtend nog eens 1,70 gulden. Wellicht komt er de komende dagen een correctie, want het grootste stuk van die daling trad op vóór de financiële analisten in Den Haag door de directie waren geïnformeerd over de ingewikkelde cijferbrei van Shell.

Kan Shell zich niet minder kwetsbaar maken voor valutaschommelingen door een andere munt als rekeneenheid voor de hele groep te nemen? Volgens directielid drs. Maarten van den Bergh kan het concern in de toekomst wellicht de euro hanteren in plaats van het pond.In elk geval zou de chemiesector er dan veel positiever uitspringen.

Intussen is de financiële positie van Shell nog steeds ijzersterk met een eigen vermogen van 85 procent en een kasreserve van zo'n 21 miljard gulden. Het concern zou graag een deel van die reserve besteden aan terugkoop van aandelen, om de winst per aandeel van de resterende uitstaande stukken te verhogen. Maar dat is in Nederland fiscaal gezien zeer onaantrekkelijk, want de verkoper van kleine pakketten (minder dan 5 procent) moet dan 25 procent dividendbelasting betalen. In Groot-Brittannië en Duitsland zijn de kansen op een regeling verbeterd. Maar de Shell Groep kan niet, zoals British Petroleum heeft aangekondigd, in Engeland aandelen gaan inkopen en in Nederland niet. Dan zou de verhouding van 60 procent belang van de Nederlandse holding 'Koninklijke' tegen 40 procent voor de Britse poot 'Shell Transport and Trading' in de war raken. Want inkoop van aandelen Shell Transport zou een waardestijging betekenen die het voor beleggers in Koninklijke Olie aantrekkelijk zou maken om over te schakelen naar de beurs in Londen.

Shell heeft volgens Van den Bergh in gesprekken met het ministerie van Financiën begrip ontmoet “dat ondernemingen deze mogelijkheid (tot inkoop van aandelen) graag in portefeuille willen hebben”, maar daarvoor is een ingrijpende wetswijziging nodig. “De kans daarop is vergroot, maar ik reken ermee dat het pas in de volgende kabinetsperiode mogelijk wordt.”

Overigens zal het energieconcern tegen eind dit jaar al wel voor 700 à 800 miljoen gulden aan aandelen hebben ingekocht ten behoeve van optieregelingen voor het personeel, raamt Van den Bergh. Voor dat doel mogen bedrijven eigen aandelen inkopen zonder belasting te betalen over het verschil tussen de nominale waarde en de actuele koers (in het geval van de 'Koninklijke' respectievelijk 5 gulden en 117,90 gistermiddag).