Een 'woondieet' van zeventig vierkante meter

Tentoonstelling: Mart Stam, Architekt-Visionär-Gestalter. Deutsche Architektur-Museum, Schaumainkai 43, Frankfurt am Main, tel. 00 49 69 21238471, t/m 7/9. Di en do t/m zo 10-17u, wo 10-20u. Cat.DM 48,- (na de tentoonstelling DM 68,-). Neues Bauen der 20er Jahre. Gropius, Haesler, Schwitters und die Dammerstocksiedlung in Karlsruhe 1929. Museum beim Markt, Karl-Friedrich-Strasse 6, Karlsruhe, tel. 00 49 721 9266494, t/m 7/9. Di en do t/m zo 10-17u, wo 13.30-20u. Cat. DM 45,-.

De sociale woningbouw in de jaren twintig werd niet altijd gewaardeerd door de bewoners voor wie de huizen bestemd waren. De woningen werden destijds in verscheidene landen onder invloed van de functionalistische architectuur van het Nieuwe Bouwen gerealiseerd. Toen in 1929 in Karlsruhe de Dammerstocksiedlung gebouwd werd, was een van de publieke reacties dit spotvers: 'Du kannst mich mal in Dammerstock besuchen/ Doch ganz allein, mein Schatz, es fehlt am Platz/ Dort lernen selbst die frömmsten Menschen fluchen/ Dreht man sich einmal rum, fällt man gleich um!'

Het is kennelijk een oud verwijt: moderne woningen kunnen er boeiend uitzien, maar ze zijn zo huiveringwekkend klein. Na de Eerste Wereldoorlog namen stadsbesturen van grote steden in Duitsland het initiatief tot omvangrijke huizenprojecten, onder andere in Berlijn, Hamburg, Frankfurt en Keulen. Een van de redenen was dat de bouwnijverheid in Duitsland na de oorlog ernstig ontwricht was geraakt. Gezocht werd naar alternatieven voor de gebruikelijke baksteenbouw. Voor de oorlog was slechts sporadisch geëxperimenteerd met betonbouw, maar nu grepen progressieve architecten de gelegenheid aan om hun nieuwe ideeën over voor lagere inkomensgroepen betaalbare woningbouw naar voren te brengen. Dat gebeurde niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland, België en Frankrijk. In Nederland bijvoorbeeld bouwde J.J.P. Oud, vanaf 1918 gemeentearchitect van Rotterdam, in de wijken Spangen (1918-1920), Tusschendijken (1920) en Oud-Mathenesse (1922).

Oud nam ook deel aan dergelijke projecten in Duitsland. Een daarvan was de Weissenhofsiedlung (1927) in Stuttgart, die een staalkaart werd van de internationale functionalistische architectuur. Naast Oud werkte van Nederlandse zijde ook Mart Stam hieraan mee. De woningen in Stuttgart lieten de diverse mogelijkheden van de nieuwe manier van bouwen zien en voor de afwerking werden recent ontwikkelde producten als triplex, gips en asbest benut. Ze weerspiegelden de idealen van het Nieuwe Bouwen: licht, lucht, ruimte, gezondheid, efficiency. Door de nieuwe technieken konden er brede, in plaats van zoals vroeger hoge ramen gemaakt worden, die het licht optimaal in de kamers deed vallen. De architecten bemoeiden zich ook intensief met de inrichting. Stam en Oud ontwierpen hun eigen meubelen, anderen gebruikten bestaand Bauhaus-meubilair.

Het omvangrijkste project in Duitsland was dat in Frankfurt, waar een groep architecten onder leiding van stadsarchitect Ernst May een ambitieus programma van functionalistische sociale woningbouw uitvoerde. Tot die groep, die minimumeisen voor huizen formuleerde, hoorde ook Stam. In 1928 begon in Frankfurt ook de bouw van Stams Hellerhofsiedlung met totaal 1194 huurwoningen. De oppervlakten lagen tussen de 33 vierkante meter voor een tweekamerwoning en 73 voor een vierkamerflat, maar die laatste was niet bestemd voor mensen met een minimum-inkomen. May wilde zelfs niet verder gaan dan 70 vierkante meter.

De grootte van de huizen in de Dammerstocksiedlung in Karlsruhe kwam met May's opvatting overeen. Afhankelijk van het aantal kamers was de oppervlakte 45, 57 of 70 vierkante meter. De jury voor de prijsvraag voor deze woonwijk, die onder anderen werd gevormd door May en Mies von der Rohe, bekroonde het ontwerp van Walter Gropius, die ook de leiding van het project kreeg.

De Dammerstocksiedlung, waaraan in Karlsruhe een boeiende tentoonstelling is gewijd, maakte een discussie los onder architecten en publiek. Dat leidde niet alleen tot spotversjes en karikaturen, maar ook tot serieuzere kritiek. De bekende Berlijnse archictuurcriticus Adolf Behne noemde de huizen een 'genauen Wohndiät'. Overigens week de grootte van de huizen in Dammerstock niet af van wat elders in die tijd gebruikelijk was, ondanks de 20 tot 25 procent hogere bouwkosten.

Het ontstaan van de Dammerstocksiedlung wordt op de tentoonstelling in de context van het Nieuwe Bouwen geplaatst. De geschiedenis van de prijsvraag wordt omstandig geschetst en van alle inzendingen is een maquette te zien, zodat de bezoeker voor zichzelf het werk van de jury kan overdoen. Elke architect die uiteindelijk in Dammerstock heeft gebouwd (Gropius voorop), wordt kort belicht, met voorbeelden van zijn ontwerpen. In het licht van de discussie over de grootte van de sociale woningbouw, is het interessant dat er een keuken is nagebouwd met deels origineel materiaal en dat er oorspronkelijke kasten op de expositie zijn neergezet.

Hoewel heel wat bescheidener gepresenteerd, is de expositie in Karlsruhe interessanter dan de aan Mart Stam gewijde tentoonstelling in het Deutsche Architektur-Museum te Frankfurt. Aanleiding tot de Frankfurter expositie is de verschijning van een catalogus van Stams nalatenschap die daar wordt bewaard. Wie op grond van Stams actieve bemoeienis met de normering van de sociale woningbouw verwacht dat er ook in Frankfurt aan bovengenoemde problemen veel aandacht wordt besteed, komt bedrogen uit. Aan de muur hangen keurig in chronologische volgorde veel foto's van Stams productie. In de vitrines liggen tijdschriften waaraan hij heeft meegewerkt, zoals Das Neue Frankfurt en ABC Beiträge zum Bauen, op tafels zijn maquettes gemaakt, vooral van zijn stedenbouwkundige werk. En er staan meubels. Het is een wat magere expositie: van een visie op Stam of op de architectuur die hij vertegenwoordigde is geen sprake.

Aan het begin van de jaren dertig was het met bijzondere woonwijken als Dammerstock of Hellerhof gedaan. Niet alleen de economische crisis was daaraan debet, maar ook de politieke ontwikkeling. De electorale ruk naar rechts zorgde er in de hele Weimar-republiek voor dat het elan uit de woningbouw-politiek verdween. Nadat Hitler in 1933 aan de macht was gekomen, werden in Duitsland woonwijken als Dammerstock als voorbeelden van architectuur-bolsjewisme ook officieel verketterd. Sommige straatnamen werden gewijzigd en nieuwe uitbreidingen bestonden uit eengezinswoningen met keurige, schuine daken en individuele tuintjes. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden de idealistische ideeën over sociale woningbouw weer opgepakt. Wie bijvoorbeeld naar de Haagse Schilderswijk kijkt, ziet echter dat er nog steeds geklaagd wordt over de te krappe ruimte.